Wetenschap - 20 maart 1997

Vakgroepen koken hun eigen potje

Vakgroepen koken hun eigen potje

Vakgroepen koken hun eigen potje
Tropenstudies drijven uiteen
Interdisciplinair of disciplinair, op de tropen gericht of mondiaal? Dat zijn de thema's waarom het steeds weer draait in het tropenonderwijs. Tijdens het debat over de toekomst van de tropenstudies, op 13 maart in De Wereld, kwamen de betrokken vakgroepen niet op een lijn
Met de nota Stard (School of Tropical Agriculture and Rural Development) werden in 1989 twee nieuwe tropenstudies opgezet, Rurale ontwikkelingsstudies (O20) en Tropisch landgebruik (O10). Ze werken samen bij zogenoemd probleemgericht onderwijs en projectonderwijs, waarin studenten vanuit verschillende sociale en technische disciplines aan de tropen gerelateerde thema's bij de kop pakken. Tijdens de discussie Stard '97 vroeg het Alternatief kollektief voor onderwijs en ontwikkeling (IK) de betrokken vakgroepen bij deze richtingen om hun kijk op de toekomst te geven
Een specifiek op de tropen gerichte studie is niet meer van deze tijd, daar lijken de aanwezigen het over eens. De Wageningse afgestudeerde komt te werken in verschillende delen van de wereld, in de tropen, in Europa, Nederland. De nadruk moet daarom niet op de tropen liggen, maar op mondiale ontwikkeling. Maar of de Wageninger zijn koffer moet pakken met een pakket disciplinaire of interdisciplinaire kennis, daarover blijven de meningen verdeeld
Op het moment drijven de tropenrichtingen langzaam uiteen. Studierichtingen gooien hun programma's vol met vakken van de eigen discipline. Vakken met een interdisciplinaire inhoud worden geschrapt en vakgroepen werken nauwelijks samen, stelt IK-coordinator Ed Dumrese. Corien van Vliet van het tropenstudenten-platform betreurt de vermindering van het interdisciplinaire gehalte van de studierichtingen. Studenten voelen zich juist aangetrokken tot de oplossingsgerichte aanpak van de Wageningse tropenstudies. Als vijfdejaars student Rurale ontwikkelingsstudies heb ik leren samenwerken met technische richtingen. De Wageningse tropenstudent staat open voor oplossingen en mogelijkheden die andere vakrichtingen aandragen. Bij mensen die disciplinair opgeleid zijn, zag ik op mijn stage een oogkleppenmentaliteit.
De verwijdering tussen de twee tropenrichtingen is onder andere te wijten aan de verschillende cursusduur: Rurale Ontwikkelingsstudies is vier jaar, Tropisch Landgebruik is vijf jaar. Maar een zeker zo belangrijke oorzaak zijn de uiteenlopende meningen van de verschillende vakgroepen over hoe de studies moeten worden opgezet
Zo legt prof. dr Arie Kuyvenhoven van de vakgroep Agrarische ontwikkelingseconomie tijdens het debat de nadruk op het belang van disciplinaire kennis. Een goede discussie met collega's uit andere vakgebieden vereist disciplinaire kennis. Anders word je het snel met elkaar eens en lever je geen meerwaarde, meent de ontwikkelingseconoom. Hij voelt voor een vijfjarige maatschappijwetenschappelijke studie, waarbij in de eerste studiejaren de nadruk ligt op disciplinaire kennis. In de laatste jaren van de studie is thematische verdieping en interdisciplinaire samenwerking met andere vakgroepen mogelijk
Verkenning
Agronoom dr ir Tjeerd Jan Stomph pleit juist voor interdisciplinaire verkenning in het begin van de studie. Pas wanneer studenten een overzicht hebben van de studiemogelijkheden, kunnen ze een goede keuze maken uit landgebruik, economie of sociologie. Disciplinair onderwijs blijft nodig, maar zal pas in het derde en vierde studiejaar aan bod komen, aldus Stomph. De agronoom wil de bestaande onderwijsstructuur niet op zijn kop zetten. Volgens hem biedt de bestaande opzet genoeg mogelijkheden en moeten de interdisciplinaire vakken vooral inhoudelijk veranderen. Tropisch cultuurtechnicus dr ir Frans Huibers vult aan dat studenten voldoende vrije keuze hebben om een eigen inslag aan hun studie te kunnen geven
Prof. dr ir Jan Douwe van der Ploeg is daarentegen niet tevreden met de bestaande opzet van het tropenonderwijs. De soep waarin nu een snufje economie, een snufje sociologie en een snufje agronomie drijft, is te mager. Het aandeel interdisciplinaire vakken binnen de studie zou veel groter moeten zijn. Disciplinaire onderbouwing is belangrijk, maar ik ben van mening dat studenten die vakken zelf moeten kunnen kiezen. De socioloog is zich ervan bewust dat hij met het onderbrengen van de disciplines in de vrije keuze veel tegenwerpingen zal krijgen. Meer probleemgerichte onderwijsvakken, meer interdisciplinaire blokken en een actievere inbreng van de verschillende vakgroepen ziet hij echter als een reele mogelijkheid
Ir. Gerard Verschoor, secretaris van de richtings-onderwijs-commissie (roc) Ontwikkelingsstudies, heeft daar echter een hard hoofd in, tenzij Van der Ploeg de gehele structuur van het tropenonderwijs wil omgooien. Het programma van de orientatie Rurale ontwikkelingssociologie zit vol. De vier afstudeervakken van recht, genderstudies, westerse en niet-westerse sociologie nemen alle beschikbare ruimte in. Het interdisciplinaire vak Praktijksimulatie tropen moest daarvoor zelfs verdwijnen uit de propedeuse van de studie. Verschoor: Alle betrokkenen hebben wel de wens om de studie interdisciplinair te maken, maar in de praktijk blijkt dat niet mogelijk.
Koppeling
Tijdens de discussie van het IK blijft het ook voor de studenten onduidelijk hoe er meer interdisciplinaire vakken gerealiseerd kunnen worden. De communicatie en samenwerking tussen de vakgroepen noemen ze slecht. Hun ervaring is dat docenten het niet aanmoedigen om vakken bij andere vakgroepen te gaan volgen. Prof. dr Franz von Benda-Beckmann herkent de kritiek. De vakgroepen hebben soms de neiging vakgroepsvoordelen te laten prevaleren. Dat komt door de rechtstreekse koppeling tussen de inhoud van de vakken en de financiele en personele middelen. Wij zijn geen heiligen.
Studenten moeten die verstoorde samenwerking overigens niet te somber zien, meent hij. Er bestaan wel degelijk intensieve relaties tussen individuen van De Leeuwenborch en de technische richtingen
Daar ligt dan ook het probleem, vindt Ed Dumrese. Een gezamenlijke visie ontbreekt. De vakgroepen van de verschillende richtingen koken hun eigen potje. Ik heb het idee dat veel docenten zich bij de situatie neerleggen. Ze horen alleen wat ze willen horen en zoeken niet het gesprek met andere vakgroepen. Om de discussie te stimuleren, zal hij samen met andere tropenstudenten een standpunt over de toekomst van de tropenstudies uitbrengen. Het onderwerp is te belangrijk om zomaar aan voorbij te gaan, vindt Dumrese

Re:ageer