Wetenschap - 18 mei 1995

VSNU: Geen stelselherziening hoger onderwijs

VSNU: Geen stelselherziening hoger onderwijs

Lage studierendementen en grote overschrijding van de cursusduur wijzen op een tekortkoming van het huidige onderwijsstelsel. Die problemen kunnen echter door aanpassingen worden aangepakt. Ook werkeloosheid onder afgestudeerden en de massaliteit van het onderwijs maken een


Dat concludeert de Commissie inrichting van het wetenschappelijk onderwijs, onder leiding van prof. dr R. de Moor, oudrector van de Katholieke universiteit Brabant.

De commissie maakte haar rapport, dat op 18 mei is gepresenteerd, in opdracht van de Vereniging voor samenwerkende Nederlandse universiteiten (VSNU). Deze stelde de commissie in als antwoord op de voornemens van de regering om te komen tot een stelselwijziging omwille van een goedkoper en efficienter hoger onderwijs. Een van de conclusies van de commissie luidt dat kwaliteit van het onderwijs in ieder geval de hoogste prioriteit moet hebben en dat kwaliteit gebaat is bij continuiteit.

De commissie pleit ervoor geen differentiatie in cursusduur aan te brengen en geen tussentijdse uitstroommogelijkheden te creeren. Het huidige stelsel van beroepsonderwijs en universitair onderwijs komt volgens de commissie voldoende tegemoet aan de uiteenlopende belangstelling en motivatie van studenten. Hoewel de selectieve werking van het huidige stelsel verbeterd kan worden, is selectie aan de poort niet wenselijk, vindt de commissie. Wel zijn examenprofielen in het vwo en havo wenselijk en zouden havo-scholieren na een hbo-opleiding niet tot de universiteit toegelaten mogen worden.

Tenslotte beveelt de commissie aan om ten behoeve van onderwijsverbeteringen een meer hierarchische structuur te creeren, die de docenten bindt aan het onderwijsbeleid en studenten verplichtingen oplegt.

Re:ageer