Wetenschap - 11 september 1996

Universiteiten slagen er niet in visies te ontwikkelen

Universiteiten slagen er niet in visies te ontwikkelen

Universiteiten slagen er niet in visies te ontwikkelen
De opening van het academisch jaar ging dit jaar nauwelijks gepaard met schimpscheuten aan het adres van de politiek. Dat was ook niet te verwachten: de universiteiten willen niet langer mopperen, maar de politiek bestoken met nieuwe visies. Maar hun argwaan jegens de op bezuinigingen gespitste politiek speelt hen daarbij parten
Rond deze tijd wordt wellicht bepaald wat de universiteiten de komende jaren boven het hoofd hangt. De politieke partijen schrijven aan hun verkiezingsprogramma's voor 1998. Minister Ritzen legt de laatste hand aan het Hoger Onderwijs en Onderzoek Plan (HOOP), waarin hij het kabinetsbeleid voor de komende twee jaar uiteenzet. En de commissie-Hermans werkt aan een advies over de toekomst van de studiefinanciering, dat dit najaar moet verschijnen
In al deze rapporten en programma's gaat het in ieder geval ook over de vraag wie in de toekomst betaalt voor hoger onderwijs. Hoeveel moeten studenten zelf bijdragen aan hun studiekosten, waar heeft de overheid nog geld voor over en in hoeverre mogen en kunnen de universiteiten de markt op om voor eigen inkomsten te zorgen?
Voor de universiteiten komt het er nu op aan. Een jaar geleden besloten zij dat het hoog tijd was hun houding te veranderen. Tot dan toe deden zij niet meer dan afwachten wat de politiek over hen afriep. Daardoor werden zij voortdurend in de verdediging gedrongen. Hun herhaalde nee tegen de voorstellen had nauwelijks nog zeggingskracht. Dat moest anders. Voortaan zouden zij zelf plannen maken en daarmee de politiek bestoken. Daarom treedt de VSNU uitgerekend deze maanden naar buiten met een reeks rapporten
Hoeveel moeite het de universiteiten kost tot overtuigende plannen te komen, laat zich aflezen uit de interne stukken die een VSNU-werkgroep het afgelopen jaar heeft geproduceerd over de verhouding tussen universiteiten en overheid. De werkgroep moest met een nieuwe visie komen. Aanvankelijk leek dit rapport uit te groeien tot het VSNU-standpunt, maar in december 1996 stonden de universiteitsvoorzitters stevig op de rem. Een deel van hen was huiverig voor nieuwe bevlogenheid, meldt een vertrouwelijk verslag, vanwege het risico dat de overheid dat aangrijpt om te bezuinigen. De werkgroep werd op het hart gedrukt: Oppassen met het woord nieuw. Beter: bijstellen en aanpassen.
Openhartig
Half juli verscheen uiteindelijk het rapport Universiteiten in de samenleving, een pamflet van zeven velletjes. Dat bevatte een beetje peptalk, veel aanpassen en heel weinig nieuw. Eind mei lag er al een versie van zestien pagina's op tafel. Waarom die versie het daglicht niet mocht zien, is niet duidelijk, want ook die bevatte weinig concrete wensen. Maar wat de werkgroep wel klaar had, was een openhartige analyse van de huidige verhouding tussen overheid en universiteit. Te openhartig misschien
Het mei-rapport schetst een overgangssituatie. Vroeger kon de overheid, als eigenaar van de universiteiten, bepalen wat er moest gebeuren. Inmiddels hebben de universiteiten autonomie gekregen en richten ze zich meer op hun afnemers, zoals studenten en de arbeidsmarkt. Geen van beide partijen is echter al gewend aan die nieuwe verhouding. De overheid bemoeit zich nog regelmatig met de gang van zaken aan de universiteiten, die op hun beurt nog lijden aan overheidsverslaving. Maar de trend is duidelijk: de markt krijgt meer en meer invloed. De nieuwe rol van de overheid is die van contractpartner
De verzamelde universiteitsbestuurders schrokken hiervan. Hoezeer de analyse ook deugt, sputterden zij, als we dat zo opschrijven, wekken we de indruk dat we de opmars van de markt toejuichen. En dat wisten zij zo net nog niet. Met dezelfde tegenwerpingen sneuvelde ook de passage over de toekomstige financiering van de universiteiten. Studenten moeten een kostendekkende prijs betalen, zo viel in de mei-versie te lezen. De universiteiten zelf bepalen de hoogte van het collegegeld. De overheid springt bij door een deel van die prijs te betalen, bij wijze van subsidie aan studenten. En als de overheid meer van een universiteit wil, moet zij daar apart een contract over sluiten
Bezuinigen
Ook dit plan was veel te bevlogen voor de universiteitsbestuurders. Een deel wees de voorstellen simpelweg af, een aantal anderen vond het niet verstandig ze nu op papier te zetten
Ook kreeg de werkgroep in juni nog advies van topambtenaar De Wijkerslooth de Weerdesteijn van het ministerie van Onderwijs. Alles wat de VSNU opschrijft, waarschuwde deze, kan in een kabinetsformatie tegen haar gebruikt worden. Hij gaf er een voorbeeld bij: als de VSNU de vrijheid bepleit om hogere collegegelden van studenten te vragen, zal de politiek meteen voorstellen op de universiteiten te bezuinigen. Het scheelde niet veel of de werkgroep had besloten de hele notitie maar te vergeten
Voor de universiteiten is het heel moeilijk om op open wijze te communiceren over de relatie met de overheid, stelt de mei-versie van de VSNU-nota, omdat een sfeer van argwaan is ontstaan. Zolang die niet verdwijnt, hoeven er van de universiteiten geen invloedrijke, bevlogen visies verwacht te worden

Re:ageer