Wetenschap - 30 maart 1995

Universiteiten Derde Wereld gaan onderling samenwerken

Universiteiten Derde Wereld gaan onderling samenwerken

De fax en Internet vormen ons grootste houvast

Overal in de wereld staat de universiteiten onder financiele druk, zo ook in de ontwikkelingslanden waar het goedkopere basisonderwijs voorrang krijgt. Hulp van rijke Noordelijke collega's blijft daardoor onontbeerlijk en bevestigt tegelijkertijd een ongewilde en dure afhankelijkheid. Daarom komt nu ook onderlinge samenwerking in de Derde Wereld van de grond.


Universitaire samenwerking heeft altijd bestaan. De problemen ontstonden pas toen er een derde partij in het spel opdook: de donor. Deze had een eigen agenda en hierdoor kreeg de academicus ineens een andere rol: hij moest een pot met geld beheren en daarmee waren de problemen geboren." In simpele bewoordingen typeert een Engelsman de crux van de samenwerking tussen goede en minder bedeelde universiteiten. De Brit was deelnemer aan de conferentie Linkages revisited op 16 en 17 maart in het Institute of Social Studies in Den Haag. Daar kwamen op uitnodiging van Nuffic, de Nederlandse organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs, zo'n tweehonderd binnen- en buitenlandse deskundigen tezamen.

Zij bogen zich over het wel en wee van de Noord-Zuid samenwerking binnen het universitaire wereldje. Een bonte schakering van projecten op vakgroeps- of universiteitsniveau, van geringe en grote omvang, gericht op het opleiden van docenten of op de bouw van laboratoria, passeerde de revue. Ze hadden alle een ding gemeen: een ontvanger die afhankelijk is van een schenkende Noordelijke instelling. Een machtsverschil dat, zo bleek vooral uit de Zuidelijke bijdragen, soms leidt tot ongewenste sturing van onderzoek en inrichting van curricula en een overmatige inzet van dure Westerse experts.

Om deze asymmetrie te verkleinen, stelde Minister Pronk van Ontwikkelingssamenwerking in zijn afsluitende rede, zal hij onder andere de samenwerking tussen Zuidelijke hoger onderwijsinstellingen bevorderen. Dat is geen loze belofte, weet Pronks medewerker D. Wentink, coordinator van het DSO-programma. Dit programma is expliciet op Zuid-Zuid samenwerking gericht en groeit volgend jaar van 18,5 naar 20 miljoen gulden. We hebben nu nog een onderbesteding, maar het gaat al beter. We ondersteunen vooral de opleiding van staf in bijna tachtig projecten in Azie, Latijns-Amerika en Afrika. De bedoeling is dat universiteiten niet automatisch teruggrijpen op meer prestigieuze en dure contacten in Europa of Noord-Amerika, maar gebruik maken van expertise uit naburige instellingen."

Replica

DGIS ondersteunt ondermeer de Association of African Universities (AAU), waarvan secretaris-generaal prof D. Ekong aanwezig is op de conferentie. Ekong vertelt hoe de AAU op haar beurt 119 aangesloten universiteiten ondersteunt: via jaarlijkse seminars, ontmoetingen tussen rectoren met thema's als administratie en management en concrete case-studies, de uitgave van een nieuwsbrief, een handboek met curricula van alle aangesloten instellingen en pedagogische bijscholing van leraren. Ook beoordeelt AAU onderzoeksprojecten, verstrekt studiebeurzen aan studenten en betaalt reis- en verblijfskosten van docenten, die hun expertise bij andere universiteiten inzetten.

Daarnaast, vertelt Ekong, is de AAU betrokken bij de regionale samenwerking tussen Dar es Salaam (Tanzania), Kampala (Oeganda) en Nairobi (Kenia). Ooit waren deze universiteiten, zoals zoveel andere, opgericht tijdens het koloniale bewind als overzeese replica van het home land. Na de onafhankelijkheid gingen ze snel hun eigen weg, maar nu kruipen ze weer tegen elkaar aan om te profiteren van de wederzijdse specialisaties.

Dit initiatief zal bij de Wereldbank zeker tot goedkeurend gemompel leiden. De Bank lichtte vorig jaar het Afrikaanse onderwijs door en signaleerde een diepe universitaire crisis: steeds meer abiturienten gaan studeren, terwijl de overheidsuitgaven nagenoeg gelijk blijven. Hierdoor daalde de bijdrage per student sinds 1970 van 3300 dollar tot 1900 dollar in 1990. Andere bronnen reppen zelfs over een viervoudige verlaging en melden dat het aantal bibliotheekboeken per student daalde van 49 naar 7. Ook leiden de universiteiten in toenemende mate op tot werkeloosheid door een minimale aansluiting op de arbeidsmarkt. Gelet op de exorbitant hoge kosten van het hoger onderwijs in vergelijking met het basis- en beroepsonderwijs acht de Wereldbank het beter deze laatste takken te ondersteunen.

Afslanken

Universiteiten, zo luidt het advies, moeten privatiseren en meer inkomsten halen uit contractonderzoek en inschrijfgelden. Ook is de overstelpende hoeveelheid faculteiten per instelling een luxe die men zich, volgens de Bank, niet langer kan veroorloven. Kortom, afslanken. De Oostafrikaanse samenwerking lijkt een interessant initiatief, maar Ekong waarschuwt voor overspannen verwachtingen. Efficienter onderwijs is weliswaar vereist, maar, benadrukt hij, geen enkele universiteit stoot zomaar faculteiten af; dat ligt politiek zeer gevoelig. De hulp van Noordelijke donoren blijft dan ook onontbeerlijk voor onderzoek, gebouwen, tijdschriften, etcetera. Die behoeften kan AAU nooit vervullen, weet de secretaris-generaal, want het lidmaatschapsgeld van drieduizend dollar per instelling volstaat slechts voor de financiering van een kantoortje met een staf van vijf personen.

Zuid-Zuid samenwerking is derhalve geen panacee voor ongewenste afhankelijkheden. Nog steeds is AAU aangewezen op donoren als de Rockefeller Foundation, Unesco en DGIS voor de financiering van haar activiteiten.

Tja, weet ook Wentink, ze moeten hun handje blijven ophouden. Daarom is hijzelf voorstander van het doorsluizen van DGIS-middelen naar organisaties als Unesco. Deze VN-organisatie heeft een speciaal programma, Unitwin, dat Zuidelijke netwerken moet bevorderen. Maar hij erkent dat zo'n VN-vluchtroute tevens de inschakeling van een log bureaucratisch lichaam betekent, hetgeen een snelle afhandeling niet bepaald bevordert.

Internet

Hulp uit het Noorden blijft noodzakelijk, maar wij gebruiken het geld veel efficienter; we zijn veel goedkoper", zegt Kai-Ming Cheng van de onderwijsfaculteit van de universiteit van Hong Kong. De goedlachse Aziaat, naar eigen zeggen woonachtig op het snijvlak van Noord en Zuid, werkt aan een wereldwijde samenwerking van zes universitaire netwerken uit Afrika, Latijns-Amerika en Azie.

Aanvankelijk, vertelt hij, was de kennis van beschikbare wetenschappelijke informatie vooral in Noordelijke handen. Maar een handig gebruik van computers doorbreekt, volgens Cheng, deze Noordelijke hegemonie. Zo hebben de Latijnsamerikaanse universiteiten een uitgebreid digitaal netwerk opgebouwd, dat de onderlinge communicatie aanzienlijk verbetert. Inmiddels worden twee Afrikanen tegen lage kosten getraind, opdat ze daarna in eigen regio kunnen meehelpen aan de opbouw van een vergelijkbaar systeem.

Naast wetenschappelijke informatie wisselen de zes netwerken volgens Cheng informatie uit over gemeenschappelijke problemen als: hoe vergroot je de toegang van meisjes tot het onderwijs en hoe ga je om met donoren? De fax en Internet vormen ons grootste houvast. Onze zes vertegenwoordigers hebben pas een gezamenlijke conferentie gehad: vijf dagen in Hong Kong, totale kosten vijftienduizend dollar. Dat is toch niet duur?"

Meer Zuid-Zuid samenwerking wordt toegelicht door rector Rose Marie Ruiz Bravo van de Universidad National (UNA) van Costa Rica. Door jarenlange hulp van buiten, bijvoorbeeld vanuit de VS en de Katholieke universiteit Tilburg, is het niveau van UNA danig opgekrikt. Daardoor fungeert de universiteit nu als een centre of intelligence en verzorgt ze post-academische opleidingen in bijvoorbeeld economie en bijenteelt. De helft van de deelnemers is afkomstig uit omringende landen, vertelt Ruiz. Die hoeven dus niet langer naar de VS of Europa en krijgen bovendien les in hun eigen taal.

De UNA kon zich deze rol aanmeten doordat ze zich in relatieve rust ontwikkelde. Nu ook in de buurlanden de gewelddadige politieke conflicten tot het verleden behoren, kunnen de universiteiten weer bijdragen aan zaken als woningbouw, gezondheid en scholing, meent de rector. Mede hierom werd in 1992 een netwerk opgezet met negen Midden- en vier Noordamerikaanse universiteiten. Hierbinnen wisselen rectoren en studentenbonden informatie uit over mensenrechten, milieuverontreiniging, plattelandsontwikkeling en universitaire hervormingen.

Maar de universiteiten kunnen zo'n krachttoer onmogelijk op eigen kracht volbrengen, vertelt zij. Hulp uit het Noorden blijft geboden. Vervolgens excuseert ze zich. Zojuist ontving ze bericht dat een potentiele donor haar wil spreken. Met een vette knipoog en knippende vingers stort ze zich wederom in het wandelgangengedruis.

Re:ageer