Wetenschap - 26 juni 1997

Universiteit kan studiestaken niet voorkomen

Universiteit kan studiestaken niet voorkomen

Universiteit kan studiestaken niet voorkomen
Een exacte opleiding was gewoon niet wat ik zocht
Een kwart van de studenten maakt de opleiding niet af. De universiteiten kunnen daar niet veel aan doen, stelt de Nijmeegse onderzoeker dr Jan Prins. Studenten stoppen omdat de opleiding niet aan hun verwachtingen voldoet, stellen ook de Wageningse studiestakers Alban Tromp en Onno Wieringa
De Nijmeegse onderzoeker dr Jan Prins heeft vierhonderd uitvallers bij de Nijmeegse universiteit gevraagd waarom ze zijn gestopt met hun studie voordat ze een diploma hebben gehaald. Uit het onderzoek concludeert hij dat gebrek aan motivatie de belangrijkste reden is voor studenten om te stoppen. Universiteiten kunnen niet veel doen om het aantal studiestakers te beperken, wel hebben ze invloed op de snelheid waarmee ze stoppen. In studierichtingen waar studenten veel contact hebben met elkaar en de docenten, besluiten ze vroeger te stoppen. Het percentage uitvallers is niet lager, maar studenten merken door gesprekken en de sfeer van de opleiding sneller of de opleiding iets voor ze is of niet.
De Wageningse studentendecaan Jan van Bommel, die studiestakers vaak op zijn spreekuur ziet, beaamt het belang van een vroege keuze. We moeten proberen de studenten die een verkeerde keuze hebben gemaakt, zo snel mogelijk te confronteren met hun keuze. Ik ben daarom blij met de nieuwe roostering. Studenten krijgen volgend jaar al na acht weken tentamens. Dan krijgen ze snel een idee van het niveau van de opleiding. Als studenten op tijd beslissen dat ze beter kunnen stoppen, kan ze dat veel geld besparen. Studenten die voor 1 februari afhaken, hoeven namelijk niet aan de temponorm te voldoen. Wij pleiten daarom voor een intensieve studiebegeleiding in het begin van de studie, stelt Van Bommel
Het studentendecanaat is vorig jaar begonnen met een enquete onder Wageningse studiestakers. De resultaten komen volgens Van Bommel in grote lijnen overeen met de bevindingen van Prins. De drie meest genoemde redenen om te stoppen zijn een gebrek aan motivatie, de studie is anders dan verwacht en ik heb de verkeerde studie gekozen. Dat zijn allemaal redenen waar de universiteit weinig aan kan doen. Je kunt proberen de voorlichting te verbeteren, maar dat ligt niet altijd in de macht van de universiteit. De begeleiding in de keuze voor de universiteit ligt voor een groot deel bij de middelbare scholen.
Werving
Toch denkt Van Bommel dat er nog wat te verbeteren is aan de Wageningse studiebegeleiding. Bijna dertig procent van de studenten gaf namelijk aan dat ze te weinig begeleiding hadden gekregen. Ook Prins denkt dat de voorlichting van universiteiten beter kan. Ze doen meer aan werving dan aan voorlichting. Als je weet dat studenten die geen wiskunde in hun pakket hadden, in het nadeel zijn bij een bepaalde opleiding, moet je dat in de voorlichting eerlijk melden.
De examencijfers in het vwo hebben volgens Prins maar een beperkte voorspellende waarde voor de uitval. Een student met een diploma kan volgens hem ongeacht de cijfers elke willekeurige universitaire alfa- of gamma-studie afmaken. Voor technische richtingen is wel een duidelijk verband tussen hoge vwo-cijfers en de kans op het succesvol afronden van de opleiding. Vooral bij technische opleidingen is het verband erg duidelijk. Studenten die geen acht gemiddeld hebben voor de exacte vakken, hebben bij sommige richtingen bijna geen kans om een bul te halen.
Uit gegevens van de LUW blijkt dat studenten met lage cijfers voor de vakken natuur- en scheikunde in zestig procent van de gevallen de eindstreep halen. Van de studenten met gemiddeld een negen voor die vakken haalt tachtig procent de bul
Wageningen heeft het hoogste studierendement van alle universiteiten. Ongeveer driekwart van de studenten haalt na verloop van tijd de bul. Volgens Prins komt dat omdat Wageningse studenten over het algemeen een goed beroepsbeeld hebben voordat ze aan een opleiding beginnen. Bovendien kiezen Wageningers bewust voor hun studie. Veel studenten kiezen Economie of Rechten, omdat ze niet weten wat ze anders moeten doen. Het beroepsbeeld bij die opleidingen is voor beginnende studenten ook niet duidelijk.
Rechtenstudenten raken ook gedemotiveerd als ze een beter beeld krijgen van hun toekomst. Ze weten dat je met kun opleiding rechter kunt worden, maar ze beseffen pas later dat de meeste juristen een baan als juridisch adviseur bij een bedrijf of overheidsinstelling krijgen.
Statistiek
Voor Alban Tromp had het beroepsperspectief niets te maken met zijn besluit om te stoppen met zijn opleiding Biologie. Biologisch onderzoek lijkt me best leuk. Ik koos na het vwo voor biologie uit interesse. Ik had me echter verkeken op het exacte karakter van de studie. Vooral statistiek viel me erg tegen. Dat is in Wageningen volgens mij onnodig moeilijk, bij andere universiteiten is het makkelijker. Toch denkt Tromp niet dat een andere studie-opbouw had kunnen zorgen dat hij zijn studie had afgemaakt. Ik merkte na anderhalf jaar: een exacte opleiding is gewoon niet helemaal wat ik zoek. De studiebegeleiding was prima. Ik heb heel lang met mijn studiecoordinator overlegd over allerlei opties. Ik heb toen besloten om een opleiding Studiotechniek te gaan volgen. Muziek was altijd al een hobby van me, ik vind het erg leuk om voor bandjes opnamen te verzorgen en cd-tjes te maken.
Onno Wieringa stopte na het behalen van zijn propedeusediploma met zijn studie Moleculaire wetenschappen. Ik vond de studie erg zwaar en moest veel energie in mijn studie stoppen om de vakken te halen. Ik kon de motivatie daarvoor op een gegeven moment niet meer opbrengen. Dat had niet alleen te maken met persoonlijke omstandigheden, maar ook met de manier waarop de vakken in Wageningen worden gegeven. Wieringa verwachtte dat de studie meer fundamenteel wetenschappelijk zou zijn. De toepassing staat centraal in de vakken van de LUW, ik hou meer van fundamentele wetenschappen.
Wieringa studeert nu Psychologie. Ik heb voor die studie gekozen omdat uit testjes bij de studentenpsycholoog bleek dat exacte vakken niet mijn sterkste punt waren, maar dat ik wel goed methodisch kan nadenken. Ik ben er vorig jaar een poosje tussenuit geweest en heb nu wel weer zin om te gaan studeren. Ik denk niet dat de LUW er veel aan kon doen dat ik mijn studie niet afmaak. Dit is een erg praktische universiteit en ik hou meer van theorie.

Re:ageer