Wetenschap - 25 januari 1996

Universitaire bestuursopzet krijgt vorm in achterkamertje

Universitaire bestuursopzet krijgt vorm in achterkamertje

Een half jaar nadat minister Ritzen voorstelde de radenstructuur aan de universiteiten op te heffen, is het verbluffend stil rond de nieuwe bestuursopzet. Discussie en analyse zijn uit; de vormgeving van de nieuwe inspraak vindt plaats in het informele circuit.


Alles wordt anders na september 1997: geen universiteitsraad meer, weg faculteitsraad, weg vakgroepen. Als het aan onderwijsminister Jo Ritzen ligt, worden de Nederlandse universiteiten slagvaardig. Daartoe moeten ze afrekenen met de loden last van het verleden. De zwaarbevochten democratische bestuursstructuur uit de prille jaren zeventig is, zo betoogt de bewindsman, verworden tot een tijdvretend omslachtig praatcircuit, waarin niemand knopen doorhakt, stuurt of verantwoordelijkheid draagt.

Slechts weinigen nemen de moeite de democratische bestuursstructuur met hand en tand te verdedigen. In feite is het overal verbluffend stil. Studenten die in de jaren zestig de motor van de verandering aanjoegen, beperken zich nu tot wat discussiebijeenkomsten over de inspraak van studenten. Medewerkers buigen zich over hun onderzoek, onderwijs of hun outplacementprocedure, de colleges van bestuur hullen zich in een tactisch stilzwijgen.

Althans naar buiten toe, want de stoelendans rondom de macht is natuurlijk in alle hevigheid begonnen. De vereniging van universiteiten, VSNU, vergadert officieel niet over de universitaire bestuursopzet. Krampachtig onthoudt de VSNU zich van commentaar over een ongekende bestuurlijke herstructurering van het universitaire bestel. Dat wil zeggen: formeel commentaar.

Ingewijden fluisteren dat op de vergaderingen van de collegevoorzitters informeel heel wat wordt afgepraat. Een aantal voorzitters is van mening dat zij als bestuurlijke deskundigen straks de baas dienen te zijn in de hervormde universiteiten. Hetzelfde proces lijkt plaats te vinden binnen het rectoren-overleg van de VSNU. Officieel is het geen item, maar ondertussen kan er geen twijfel over bestaan dat de rector straks de belangrijkste functionaris dient te zijn in het bestuurlijk apparaat. Tenslotte is hij de enige die een beetje begrijpt wat het reilen en zeilen van een universiteit inhoudt 337 vinden de rectoren.

Daadkracht

Ook het Wageningse college heeft weinig zin om specifiek in te gaan op de nieuwe onderwijsopzet van Ritzen. Het is niet erg zinvol om nu gedetailleerd in te gaan op het concept-wetsvoorstel, omdat dit naar verwachting inmiddels gewijzigd is", schrijft het college aan de Wageningse universiteitsraad.

Wel vindt het college in algemene zin dat een modernisering wenselijk is. De universitaire bestuurscultuur is uit de rails gelopen waar het gaat om de potentie om adequaat met veranderingen om te gaan en om keuzes te maken die aanzienlijke negatieve sociale consequenties kunnen hebben. De cultuur is daarnaast teveel gericht op consensus en discussie en mist op de diverse niveaus eenduidige sturing en daadkracht." Je moet deze opmerking in een landelijk perspectief zien, zei collegevoorzitter Vos, die de Wageningse medebestuurders niet teveel tegen de schenen wil trappen, afgelopen week tegen de universiteitsraad.

De Wageningse universiteitsraad had graag met het college van gedachten gewisseld over een voor de Landbouwuniversiteit optimale nieuwe bestuursstructuur; een verplichtende gedachtenwisseling dan. Daarvoor was een werkgroep in het leven geroepen, bestaande uit raadsleden. Die adviseerde afgelopen week dat de universiteitsraad het strategisch plan, de begroting en de bestuursorganisatie moet blijven vaststellen, maar dat het college voortaan de onderwijs- en onderzoeksprogramma's mag vaststellen. De raad zou bovendien nog maar bestaan uit vijftien leden. Een raad van toezicht zou dan niet meer nodig zijn.

Professionals

Antwoord van het college: hier gaan wij niet over; iedereen heeft zijn eigen verantwoordelijkheid. Net als de universiteitsraad wil het college ervoor zorgen dat de professionals in de organisatie, de wetenschappers en docenten, bij de besluitvorming worden betrokken. Dat vindt het college heel belangrijk, maar de raadsleden zullen waarschijnlijk pas horen hoe die inbreng gestalte krijgt als hun medebestuur is opgeheven.

Terwijl de universitaire bestuurders elkaar omzichtig beloeren, slaan de vakbonden hun slag in het informele overleg met minister Ritzen. De minister liet in zijn wetsontwerp in het midden of er een medezeggenschapsraad of ondernemingsraad moest komen. Daar zou de universiteitsraad over mogen adviseren. Tijdens overleg tussen Ritzen en de onderwijsbonden is besloten dat niet de universiteitsraad straks adviseert over de wijze van inspraak, maar de onderwijsbonden. Ook zou de nieuwe faculteitsraad de bevoegdheden van een ondernemingsraad krijgen.

Dat zou betekenen dat het, kort door de bocht samengevat, in de nieuwe structuur wel goed komt met de arbeidsvoorwaarden van het personeel. Maar van enige inhoudelijke bemoeienis met onderwijs en onderzoek is straks geen sprake meer. Dan mag dus, in de Wageningse situatie, het zittend bestuurstrio de inhoudelijke richting van onderwijs en onderzoek uitzetten, al dan niet geadviseerd door de nieuwe instituutsdirecteuren.

Re:ageer