Wetenschap - 23 mei 1996

Uitstelgedrag is lastig uit te bannen

1

Uitstelgedrag is lastig uit te bannen

Universitaire vrijheid is soms universitaire vrijblijvendheid

Iedereen heeft er wel een beetje last van, maar voor sommige studenten is het reden met de studie te stoppen. Uitstelgedrag. Studentenpsycholoog Riksen begeleidt studenten die zich er niet toe kunnen zetten aan de slag te gaan. Het is geen luiheid, maar een gedragsprobleem", aldus de psycholoog.


Woensdagmorgen 1 mei. Het derde trimester is pas twee dagen geleden begonnen. De examens in augustus en zelfs de toetsweek begin juli zijn nog ver weg. Derdejaars economie A. Hagendoorn heeft echter haar boeken al gehaald en zelfs al anderhalf hoofdstuk studiestof doorgenomen. Niet dat ze zo'n modelstudent is. Integendeel, vindt ze zelf, maar ze is door ervaring wijs geworden. Als ik nu niet begin, doe ik het niet meer."

Twee jaar geleden vroeg Hagendoorn zich af of ze wel met haar studie moest doorgaan. Nadat ze twee trimesters bijna geen vakken had gehaald, meende ze dat ze misschien de studie niet aankon. Ze zocht hulp bij studentenpsycholoog drs B.O.M Riksen, die haar testte op geschiktheid voor een universitaire studie. De tests maakte ze uitstekend, dus daar lag niet het probleem. Uit een gesprek met Riksen kwam een andere reden naar voren voor haar slechte prestaties: Hagendoorn vindt het moeilijk aan een vak te beginnen. Ze heeft last van uitstelgedrag.

Als ik nu studeer ben ik in de tentamenperiode alles al weer vergeten. Pas wanneer de tijd dringt, kan ik me optimaal concentreren... Riksen kent ze allemaal, de smoezen waarmee studenten de boeken nog even dicht laten. Nog even de kamer opruimen, eindeloos de plantjes water geven.

Bijna iedereen heeft wel een beetje last van uitstelgedrag. Het is heel menselijk gedrag", zegt Riksen. Ik laat ook wel eens iets liggen dat pas over een maand af hoeft te zijn. Maar sommige mensen hebben het van nature net iets te veel."

Dat uitstellen kan heel vervelende gevolgen hebben. Riksen ziet regelmatig studenten die oprecht geinteresseerd zijn in hun studie en er ook de intellectuele capaciteiten voor hebben, maar die toch noodgedwongen uitwijken naar het schoolsere hbo. Riksen: Universitaire vrijheid is voor deze studenten te veel universitaire vrijblijvendheid."

Riksen wil geen uitspraak doen over het aantal studenten dat last heeft van uitstelgedrag. Het noemen van een getal vindt hij ongepast omdat hij maar een kleine, niet representatieve groep van de totale studentenpopulatie ziet - naar schatting zo'n vijf tot tien procent. Na enig aandringen wil hij slechts kwijt dat studenten vaak met dit probleem aankloppen.

Gemakzuchtig

Naar uitstelgedrag is veel onderzoek verricht. Daarbij komen twee hoofdoorzaken naar voren. Sommige onderzoekers menen dat uitstelgedrag wordt veroorzaakt door onderliggende conflicten: de uitsteller heeft bijvoorbeeld last van faalangst, kampt met een gebrek aan zelfvertrouwen of is juist bang te laten zien dat hij erg goed is. Riksen rekent deze groep niet tot de echte uitstellers. Studenten uit deze groep moeten eerst hun persoonlijke problemen zien op te lossen. Al moeten ze wel oppassen dat hun uitstelgedrag geen gewoonte wordt."

Bij de echte uitstellers denkt Riksen aan de tweede verklaring, die ingaat op de persoonlijkheidsstructuur van de student. Studenten die chronisch uitstelgedrag vertonen, zouden slecht scoren op het persoonlijkheidskenmerk zorgvuldigheid. Ze hebben een gebrek aan zelfcontrole, weinig behoefte aan ordening en zijn wellicht wat gemakzuchtig. Het aantal mensen met een dergelijke persoonlijksstructuur is vermoedelijk groot: sommige auteurs schatten het percentage op twintig procent van alle mensen. Riksen sluit niet uit dat dit percentage inderdaad ook geldt voor de LUW-studenten.

Op zich is er niks mis met deze studenten", aldus Riksen. Maar ze hebben een gedragsprobleem, waar ze mee moeten leren omgaan. In hun omgeving roept het gedrag van chronische uitstellers vaak irritatie op. Het is echter geen kwestie van luiheid. Je hoort deze studenten vaak zeggen dat ze wel willen, maar er niet toe komen te studeren. Het is alsof ze zich machteloos voelen tegenover hun eigen gedrag."

De vrijblijvendheid van een studie in het hoger onderwijs is funest voor uitstellers. Door middel van een trainingen probeert Riksen hen enige studiediscipline bij te brengen. Ook Hagendoorn gebruikte Riksen een tijdje als een stok achter de deur. Samen met twee andere studenten zat ze in een studiebegeleidingsgroepje.

Riksen leert studenten onder meer goed plannen. Plannen heeft als voordeel dat studenten lange-termijndoelen vertalen naar korte-termijndoelen. Daardoor kunnen ze misschien wat makkelijker allerlei verleidingen weerstaan die hen van de studie afhouden", hoopt Riksen.

Het valt de studenten onder Riksens begeleiding moeilijk zich te houden aan een afgesproken planning. Riksen: Dat is ook logisch. Het zou lichtelijk curieus zijn als ze zich hier opeens wel aan afspraken kunnen houden. De kunst is om ervoor uit te komen. Dus niet wegblijven of de zaken fraaier voorspiegelen dan ze zijn." Riksen spreekt met studenten af dat hij niet te lang stilstaat bij een niet uitgevoerde opdracht. Maar als een student zegt dat er iets tussen kwam, corrigeert hij: Je hebt ervoor gekozen om er iets tussen te laten komen."

Bekennen

Voor Hagendoorn heeft het begeleidingsgroepje, waar ze bijna een jaar in heeft gezeten, goed gewerkt. De kracht van zo'n groepje zit volgens haar in het feit dat je het tegenover anderen moet bekennen als je je niet aan je planning hebt gehouden. Natuurlijk herinneren ook huisgenoten haar er wel eens aan dat het tijd is om te studeren. Maar een aansporing van een huisgenoot heeft lang niet zo veel impact. Opmerkingen van huisgenoten zijn net ietsje te vanzelfsprekend", legt ze uit.

Tijdens de bijeenkomsten zijn de verleidingen die Hagendoorn van het studeren afhouden, uitgebreid aan de orde geweest. Ze kan er nu wat makkelijker weerstand aanbieden. Ze blijft niet meer zo snel anderhalf uur in de gezellige keuken hangen als ze tijdens het studeren een kopje koffie wil. Ze kan weigeren als een huisgenoot vraagt of ze meeloopt naar de Albert Heijn. En ze weet dat ze gebruik moet maken van het enthousiasme dat ze aan begin van het trimester heeft voor nieuwe vakken: meteen beginnen dus.

Het vak Inleiding statistiek bewijst dat het een stuk beter gaat met de studie. De eerste keer haalde Hagendoorn daarvoor een dikke onvoldoende. Nadat ze de stof goed had doorgewerkt, scoorde ze een acht. Ik kan het dus wel. Het gaat alleen niet vanzelf. Maar aan die wetenschap heb je heel weinig als je niet werkt." Hagendoorn weet dus dat ze alert moet blijven dat ze niet weer in haar oude gewoonte vervalt.

Studieplek

Uitstellen is taai gedrag", zegt Riksen. Het zal altijd een zwak punt van een uitsteller blijven. Maar als mensen erkennen dat ze er last van hebben, kunnen ze een heel eind komen."

De psycholoog heeft tal van tips voor studenten die neigen tot uitstellen. Zorg voor een studieplek waar je niets anders doet dan studeren. Op die plek staat geen ontbijt, geen koffie, geen computer met verleidelijke spelletjes. En ook dagdromen doe je op een andere stoel. Spreek met andere mensen af dat je samen gaat studeren in de bibliotheek. Of bouw een beloning voor jezelf in. Geef jezelf bijvoorbeeld vijf punten voor een uur studeren. Niet studeren tijdens een gepland uur betekent daarentegen vijf punten aftrek. Na 25 punten trakteer je jezelf op de bioscoop."

Aan eerstejaars zijn zulke adviezen niet besteed, weet Riksen uit ervaring. Studenten moeten eerst hun hoofd stoten. We hebben wel eens een boekje geschreven over studievaardigheid en dat aan het begin van het studiejaar uitgedeeld onder eerstejaars. Het sloeg totaal niet aan. Studenten hebben dan net het vwo gehaald en zitten helemaal niet te wachten op adviezen over hoe ze moeten studeren."

Re:acties 1

  • Fons Claessens

    Hoi meneer Riksen
    Ik ben Fons Claessens en ik heb u in 1978 een aantal keren bezocht. U kijkt een beetje scheel met een oog. Na het eerste jaar ben ik bij u geweest en daarna was ik in het leger. En ik ben eind 1979 opgenomen in de GGZ. Ik heb nu een open autobiografisch manuscript geschreven over mijn leven. Ik kom u hier tegen en denk misschien hebt u er belangstelling voor. Mijn adres is Kleinpolderlaan 174 2911PB Nieuwerkerk a/d IJssel E-Mail a.claessens@casema.nl. Ik heb nu een schizo-affectieve stoornis. Ook wel HSP

    Graag verneem ik wat van u. Groet Fons Claessens

    Reageer

Re:ageer