Wetenschap - 25 april 1996

Uitgestorven planten

Uitgestorven planten

Hervestiging van ter plaatse uitgestorven planten is slechts gedeeltelijk mogelijk en gaat bovendien uiterst langzaam. Dit concludeert promovendus ir D. van Dorp, die op 24 april promoveerde bij prof. dr F. Berendse van de LUW en prof. dr J.M. van Groenendaal van de Katholieke Universiteit Nijmegen.

Door verdroging, verzuring, vermesting en versnippering zijn uit heel wat graslanden allerlei planten verdwenen. Beheerders proberen de ecosystemen weer te herstellen, maar dat is minder makkelijk dan gehoopt.

Op een perceel in het Wageningse Binnenveld onderzocht Van Dorp het herstelproces van natte schraallanden. Daar zijn nog 85 soorten aanwezig van de 145 van voor 1950. Voor zestig soorten is het dus moeilijk terug te keren, hoewel een groot deel nog in de omgeving aanwezig is.

Het probleem is dat weinig zaden op eigen kracht kunnen terugkomen. Volgens het simulatiemodel van Van Dorp verplaatsen planten zich hoogstens vijf meter per jaar. De aanwezigheid van brede verbindingszones is erg belangrijk, maar daar ontbreekt het aan in landbouwgebieden. Van Dorp concludeert dat slootkanten geen rol van betekenis spelen bij hervestiging in natuurontwikkelingsgebieden van uitgestorven planten met een gering verspreidingsvermogen. De migratiesnelheid is te gering, de afstand tussen oude en nieuwe vestigingsplekken te groot en de kwaliteit van lijnvormige elementen als slootkanten is onvoldoende. Een ecologische infrastructuur voor deze soorten noemt Van Dorp dan ook een illusie.

Re:ageer