Wetenschap - 11 april 1996

Twijfel over lager gebruik van bestrijdingsmiddelen

Twijfel over lager gebruik van bestrijdingsmiddelen

De uitstoot van bestrijdingsmiddelen naar het oppervlaktewater is sinds 1986 met 72 procent afgenomen, in het bodem- en grondwater met 68 procent en in de lucht met 43 procent. Dit staat in het onderzoek Emissie-evaluatie 1995 van het meerjarenplan gewasbescherming, uitgevoerd door de Planteziektenkundige dienst.


De PD komt tot deze positieve inschatting op basis van modelberekingen. Bij de studie ging hij ondermeer uit van verkoopgegevens van bestrijdingsmiddelen en van modelstudies naar emissies via verwaaiing of uitspoeling, uitgaande van de gewoontes bij het spuiten. Daarbij namen de onderzoekers illegaal gebruik niet mee, gingen ze uit van goed landbouwkundig gebruik, zoals spuitvrije zones, en het niet dumpen van spoelwater en lege verpakkingen. De belangrijkste oorzaak voor de afname acht het rapport het verbod op grondbestrijdingsmiddelen en enkele uitspoelingsgevoelige stoffen.

Maar volgens Natuur en milieu en de Unie van waterschappen is de berekening van weinig waarde, omdat de cijfers niet stroken met directe metingen aan het milieu. Metingen in het oppervlaktewater door de waterschappen en de provincies leren dat de concentratie insekticiden, fungiciden en herbiciden sinds 1986 niet significant is verminderd.

De waterschappen meten regelmatig op vijfhonderd plaatsen in Nederland, aldus woordvoerder Sonja van Galen. In 1992 bleek dat bij 72 procent van de meetpunten de door het ministerie van VROM vastgestelde normen worden overschreden, soms met een factor duizend. In 1993 was dit nog steeds het geval bij 66 procent van de meetpunten.

Natuur en milieu kan zich voorstellen dat de uitstoot naar grondwater en lucht minder is geworden vanwege de afname van de vluchtige grondontsmettingsmiddelen. Maar in bijvoorbeeld het Westland zitten nog steeds vervelende insekticiden in de lucht. De evaluatie-commissie heeft directe metingen aan water of lucht niet willen meenemen, aldus het rapport, omdat ze vaak plaatselijk zijn, incidenteel van aard zijn en geen beeld geven over het aantal kilo's gebruikte bestrijdingsmiddelen.

Re:ageer