Wetenschap - 23 oktober 1997

Twee-ouderschap bij ringmussen

Twee-ouderschap bij ringmussen

Twee-ouderschap bij ringmussen
Claudia Sieler, Terrestrische oecologie en natuurbeheer
Het ringmussenjong dat het hardste bedelt en het dichtste bij een oudervogel zit die zojuist met voer het nest is binnengekomen, heeft de meeste kans zijn snavel volgestopt te krijgen. Het maakt daarbij niet uit of het de vadervogel of de moedervogel is die eten in de aanbieding heeft. Claudia Sieler had het leuker gevonden als ze een verschil had gevonden in de wijze waarop oudervogels hun kroost voeren, maar dat zat er niet in. In haar afstudeerverslag over twee-ouderzorg en verschillen in voergedrag bij ringmussen concludeert Claudia Sieler dat de beide seksen van de Passer montanus dezelfde verdeelmethode hanteren
In de literatuur zijn bij andere vogelsoorten wel verschillen in voergedrag beschreven, vertelt Sieler. Vrouwtjes voeren dan bijvoorbeeld vaker de hongerigste dieren, gemeten door een jong een tijdje buiten het nest te laten hongeren, of het kleinste jong. Mannetjes voeren het jong dat het dichtste bij hun snavel zit
Sieler voerde haar afstudeervak uit bij het Nederlands Instituut voor Oecologisch Onderzoek (NIOO) in Heteren. Ze volgde tien broedsels van zeven ouderparen. De vogels broedden in nestkastjes aan de muur van het instituut. Zodra het nest uitkwam werd het verplaatst naar een nestkastje aan een nabij gelegen raam. De jongen, gemiddeld vijf per nest, kregen met watervaste vilstift een kleurtje. Door middel van DNA-onderzoek werd ook het geslacht van de jongen bepaald. Via de open achterkant van het kastje kon Sieler de gebeurtenissen in het nest volgen. Daarvoor had ze met bamboe en zwart plastic een observatiehutje gebouwd achter de ruit, want licht in het nest zou te verstorend werken
Zodra vleugelgefladder de komst van een van de ouders aankondigde, noteerde Sieler de positie van de jongen in het nest. Ze legde eveneens vast welke ouder binnenkwam, waar de vogel ging zitten, de grootte van het voedsel, welk jong iets kreeg en of de vogel bij het vertrek een poepje opruimde. Het voeren werd ook vastgelegd op video. Hiermee kon Sieler de tijd meten die de ouders nodig hebben om hun keuze te maken en bepalen welke jongen zich bij het bedelen het verst uitrekken
Zowel als pa als ma ringmus voeren razendsnel. Gemiddeld kost het een vogel twintig seconden om het nest binnen te komen, een keuze te maken, voedsel in een of twee opengesperde bekjes te stoppen en te vertrekken, al dan niet met medeneming van wat uitwerpselen. De vogels kunnen het ook in tien tellen, vertelt Sieler. Voor ze met het echte onderzoek begon heeft Sieler dan ook geoefend bij een nest met drie jongen om het waarnemen in de vingers te krijgen
Het mannetje en het vrouwtje hebben evenveel tijd nodig om een keuze te maken uit de jongen. Zowel het mannetje als het vrouwtje voeren meestal het jong dat zich het dichstbij zit. Af en toe voeren ze een jong dat zich verder weg bevindt. De jongen bepalen eigenlijk zelf wie er wordt gevoerd, want het jong dat het hongerigste is, doet waarschijnlijk de meeste moeite om vooraan te zitten. Zo krijg je een roulerend systeem. Het werkt goed want de jongen worden ongeveer even vaak gevoerd en krijgen stukken van gelijke grootte, vertelt Sieler
Sieler voelde zich al snel behoorlijk betrokken bij het wel en wee van de vogels die ze volgde. Schuldgevoelens waren er toen de eerste broedsels mislukten doordat de jonge vogels, vermoedelijk door de kou, na een dag al doodgingen. Ik heb toen het ene lijkje na het andere ingevroren. Dat was niet zo leuk. Toen heb ik me wel afgevraagd of dat kwam doordat we de jongen hadden verplaatst. Maar de ouders waren gewoon teruggekomen. Dus dat was niet logisch.
Een ringmus heeft het leven te danken aan Sieler. Het jong was door zijn ouders in de steek gelaten, nadat zijn nestgenoten waren overleden. Sieler kon het - tegen de adviezen van de NIOO-collega's in - niet over haar hart verkrijgen het jong te laten doodgaan. Na goede zorg van Sieler is het jong in een koolmezennest op de Veluwe geplaatst
Via haar collega's bleef Sieler op de hoogte van de lotgevallen van het mezenpleegkind. Het moet een leuk gezicht geweest zijn, dat grote mussenjong tussen de mezen. Wij waren nog bang dat het jong voortijdig zou uitvliegen, want ringmussen vliegen eerder uit dan mezen. Gaat een jong het nest uit, dan volgt de rest ook, of ze er nu klaar voor zijn of niet. Het jong is echter keurig blijven zitten. Denkt deze ringmus voor de rest van zijn leven dat hij een koolmees is? Sieler lacht. Dat zou best kunnen, het is een interessante vraag. Maar op basis van een mussenjong kun je moeilijk conclusies trekken.

Re:ageer