Wetenschap - 12 juni 1997

Twee op een plek doen meer dan een

Twee op een plek doen meer dan een

Twee op een plek doen meer dan een
Maasland (l) en Antonysen, duobaners bij Huishoudstudies
Ze delen samen een baan bij Huishoudstudies; Simon Maasland 's morgens als technicus; Frits Antonysen 's middags als elektrotechnicus. De een gaat 's middags naar Bodemkunde en plantenvoeding, de ander 's ochtends naar Meteorologie - voor beiden hun oude stek, waar zij door de bezuinigingsoperaties voor vijftig procent overtollig werden
We hebben elkaar leren kennen op Meteo, waar ik na de bezuinigingsronde bij Bodemkunde eerst was ondergebracht, vertelt Simon Maasland. Toen ik twee jaar geleden voor deze duobaan werd gevraagd en er iemand werd gezocht voor de andere helft, stelde ik meteen Frits voor. Dat lukte. We kunnen het goed vinden samen.
Frits Antonysen knikt instemmend: Professor Terpstra van Huishoudstudies was er aanvankelijk op tegen. Hij had geen goeie ervaring met duobanen. Als hij 's morgens iets vroeg, wist degene van 's middags daar niets van. Maar nu is hij er blij mee; Simon en ik vullen elkaar goed aan. We geven elkaar alles door. Ik zeg altijd: twee op een plek doen meer dan een!
Nu hebben we twee leuke banen, zegt Maasland. Want dit is leuk werk, hoor! Vooral met al die aardige jonge meisjes om ons heen! Ze grinniken als kwajongens
Maasland: Wij beheren samen het lab en de klimaatkamer, de ruimtes beneden. Ook het microbiologisch lab. Daar kijken ze bijvoorbeeld wat er op de vaatdoekjes zit. Hele vieze dingen, hoor!
Antonysen: We kijken onder meer naar temperatuurverloop. Ze steken een thermo-koppel in... zeg maar... Een karbonaad. Of een bal gehakt..., valt Maasland lachend in. Of andijvie, noem maar op!, vult Antonysen aan. Dat doen de studenten, hoor. Wij zorgen voor de opstelling.
Maasland: Een thermo-koppel bestaat simpel gezegd uit twee draadjes van verschillende spanningswaarde, met behulp waarvan je de temperatuur kunt berekenen. Ook in een wasmachine, een vaatwasser, een wasdroger, of een fornuis. Om te zien of de temperatuur van bijvoorbeeld tachtig graden die de fabrikant op zijn apparaat aangeeft, ook echt tachtig graden is.
Antonysen: Er wordt ook gekeken welk effect het herhaald wassen op het wasgoed heeft. Voor gekleurd wasgoed gebruiken we de chroma-meter. Een klein apparaat waarmee je de kleur in het wasgoed kunt meten.
Maasland: Daarvoor hebben we speciaal bij de Gerofabriek honderd platte zilveren lepeltjes laten maken. Die gaan in de wasmachine. Daarna kun je met de chroma-meter op de lepels de kleur meten. Dat gaat via een tellertje. Er is kans dat het de Europese methode wordt. Want we zijn het modernste lab van Europa!
Ze geven hoog op van het grote nieuwe lab dat de vakgroep twee jaar geleden rijk werd. Het is mooier dan het lab van de AEG-fabriek in Duitsland. Kunnen we dat zeggen? Maasland kijkt zijn collega vragend aan. Die lacht: Waarom niet? We kwamen daar toch eigenlijk even spieken? De Japanse methode?
Nou ja, ze hadden daar bij AEG een Miele-wasmachine staan, dus die grappen kennen ze daar ook. Maar we moesten wel tekenen. Dat we niets zouden vertellen over wat we gezien hadden.
Nee, daar loop je niet even zomaar naar binnen zoals hier bij Huishoudkunde! Er stond daar een vent met een geweer!, spot Antonysen
De tafels in het laboratorium zijn bezaaid met aangekoekte borden en pannen. Het ruikt er naar eten. Het lijkt wel alsof het kantinepersoneel er de totale vaat van de lunch heeft gedumpt. Nee, de studenten hebben al die etensresten er zelf opgesmeerd. Aardappelpuree, spinazie enzovoorts. Alles wordt nauwkeurig gewogen; op elk bord en in elke pan komt evenveel vuil. De boel gaat in de droger en daarna in de vaatwassers. Dan bekijken ze het effect van diverse afwasmiddelen, het functioneren van de vaatwasmachines en het stroom- en waterverbruik.
Alle gegevens zijn via de computers af te lezen; de computers doet Antonysen. Met een paar toetsaanslagen rollen prachtige gekleurde schema's over het scherm; ze kijken er verlekkerd naar
Maasland zorgt voor het water. De Duitse hardheid is de norm waarmee wordt gewerkt. Wageningen heeft bijzonder zacht water. Duitse hardheid 5. In Limburg is het 25. Voor de proeven wordt gewerkt met de verschillende hardheid van het water. Daar voegen we dus calcium aan toe. Maasland toont een ruimte met twee grote tanks. Hier doen we het met de hand. Hij pakt een emmer calciumkorrels en een schepje. Hiernaast is een volautomatisch tank. Maar bij deze twee kan ik het water naar behoefte meer of minder hard maken. Om een liter water een graad in hardheid te laten toenemen, is 0,0257 gram calcium nodig.
Van de totale waterinstallatie hier heeft een aantal mensen slapeloze nachten gehad. Maasland kijkt liefdevol naar de twee tanks. Maar nu is het goed. Antonysen vult aan: Ja, zo ongeveer. Het gaat over zoveel schijven... Maasland: TNO moet nog komen controleren.
In de klimaatkamer meet Maasland waterdruk, temperatuur en hardheid. Die kan ik precies instellen. Ook de luchtvochtigheid in de labruimte wordt gemeten. Daarbij kan ik de kennis toepassen die ik op Meteo heb opgedaan, merkt Antonysen tevreden op. Ooit was dit laboratorium het Textiellab. De trekmachine getuigt er nog van. Daaraan wordt nog steeds de sterkte van lakens gemeten. Ze kijken er wat meewarig naar. Nee, dan het huidige lab!

Re:ageer