Wetenschap - 16 maart 1995

Tropisch landgebruik gaat mondiaal

Tropisch landgebruik gaat mondiaal

Vernieuwingen grotendeels gesmoord in verlenging studieduur

Belangenconflicten over landgebruik nemen gestaag toe bij een alsmaar uitdijende wereldbevolking en afnemend vruchtbaar areaal. Aangezien dit allerminst een pure tropische aangelegenheid is, moet de studierichting Tropische Landgebruik dringend haar blikveld verruimen. Maar toen voor deze comparatieve ommezwaai eindelijk voldoende draagvlak was gevonden, gooide een overhaastte invoering van het vijfjarige studieprogramma roet in het eten.


Een tropisch cultuurtechnicus die overal iets vanaf weet, in z'n eentje in een dorp zit en daar assimileert, is niet meer van deze tijd. Dorpelingen kennen hun eigen sociaal-economische omstandigheden immers veel beter en ontwikkelingslanden leveren zelf meer hoger opgeleiden. De problemen worden bovendien steeds gecompliceerder dus is er meer behoefte aan teams met specialisten." Prof. dr ir L. Stroosnijder van de vakgroep Tropische cultuurtechniek dringt aan op forse veranderingen binnen O10, Tropisch landgebruik. Wat de voorzitter van de richtingsonderwijs-commissie betreft zijn generalisten niet langer gewenst en moet O10 zich een duidelijk fysisch-biologisch-ecologisch profiel aanmeten. Niet alleen om de afgestudeerden beter voor te bereiden op de arbeidsmarkt, maar ook gezien het steeds ingewikkelder mondiale landgebruik.

Groeiende belangentegenstellingen - nomaden versus akkerbouwers, boeren contra natuurbeschermers, uitbreidende gemeenten tegenover boeren - maken volgens Stroosnijder dat de drie dragende vakgroepen Natuurbeheer, Agronomie en Tropische cultuurtechniek het werkterrein onvolledig dekken. Bovendien ontwikkelden andere vakgroepen belangrijke planningsinstrumenten, als GIS-technieken en simulatiemodellen. Daarom werden sinds 1993 aanpalende vakgroepen als tropische veehouderij, ruimtelijke planvorming, ecologische landbouw en bosbouw gevraagd voor deelname in een nieuwe studierichting Land use planning & design.

We konden daarbij inhaken op de aanvankelijke plannen van het college van bestuur om de richtingen te fuseren", vertelt de roc-voorzitter. We zaten al met elf hoogleraren om de tafel. De rector reageerde positief en beloofde een soort onafhankelijke informateur te benoemen. Maar dat is plotseling allemaal in de ijskast gezet."

Quick and dirty

De terugslag vloeit voort uit het Tweede Kamerbesluit om elf van de negentien Wageningse studierichtingen te benoemen tot vijfjarige opleiding. Maar, meent Stroosnijder, de LU had niet zo schijterig moeten zijn en net als de Technische Universiteiten vorig jaar al moeten anticiperen op deze beslissing. Door het gedraal moeten roc's nu ineens voor september 1995 quick and dirty een nieuw programma in elkaar draaien. En dat is niet echt leuk als je er niet in gelooft." De eventuele uitbouw naar andere vakgroepen zit er voorlopig niet in, want de huidige studierichtingen zijn wettelijk vastgelegd. Een inhoudelijke discussie met lange aanloop wordt ineens afgekapt. Het gehele gewenningsproces tussen hoogleraren was voor niks", vertelt Stroosnijder verbitterd.

Ondanks deze tegenslag wordt toch geprobeerd de inhoud van de studie beter aan te laten sluiten op de veranderende werkterreinen. Termen die hierbij voortdurend opduiken zijn mondialisering en comparatief. Stroosnijder: De bodemprocessen in de Sahel spelen ook in Oost-Afrika en honderd jaar terug al in Drenthe. Als afgestudeerde moet je dit in het veld kunnen meedelen, want dat weet men niet. Ook moet je kunnen vertellen wat er elders en vroeger voor oplossingen zijn bedacht. Met deze comparatieve academische kennis profileer je je ten opzichte van het HBO." Binnen zijn eigen vakgebied, regenafhankelijke landbouw, wil hij daarom meer ingaan op algemene fysische processen en minder op specifieke case-studies. Die zullen vooral een plaats krijgen binnen het probleemgerichte onderwijs.

De mondiale ombouw kreeg extra schwung met de stormachtige ontwikkelingen in Oost-Europa. Deze landen liggen ineens binnen het potentiele werkterrein van de Wageningse ingenieur en ook hier kampt men, net als in de tropen, met forse problemen op het platteland.

Dat onderstreept, volgens roc-secretaris ir W.B. Hoogmoed, de noodzaak tot aanscherping van het vergelijkend vermogen van studenten. Maar benadrukt hij, dat betekent niet dat daarmee de aandacht voor de tropen verdwijnt. Bovendien kunnen studenten via keuze- en afstudeervakken hun tropische specialisatie versterken. Op de vraag hoe het nieuwe vijfjarige comparatieve studieprogramma er dan uit zal zien, blijft de medewerker van de vakgroep Grondbewerking het antwoord echter schuldig.

Vooralsnog grossiert de nota Onderwijs 2000 van de vaste commissie van onderwijs in vaagheden, waardoor het volgens Hoogmoed ontbreekt aan een duidelijk kader voor precieze invulling. De grootste mist hangt rond de invoering van blokken, een soort clusters van losse vakken. Deze zouden aanvankelijk 10 tot 12 studiepunten beslaan, maar inmiddels 6 a 8. Vraag is of studenten die halverwege een blok ophouden, de reeds verdiende punten mogen meenemen. Zo niet dan kunnen ze vertraging oplopen.

Profielen

Ook ir T. Guiking van de vakgroep Agronomie vreest hiervoor. De agronoom is, net als Hoogmoed, studiecoordinator. Nu al, vertelt hij, loopt vijftig procent van de O10-studenten vertraging op tijdens de proppen; vrijwel iedereen heeft drie tot twaalf maanden uitstel. En als de inhoud van het studieprogramma met een jaar wordt verlengd, voorspelt Guiking, komt een grotere groep studenten in problemen. Helemaal als onder de comparatieve noemer westerse en tropische vakken worden samengevoegd.

Geschuif met vakken kan roosterproblemen geven, weet Guiking, dat komt de studeerbaarheid niet ten goede. Mede daarom, meent hij, is een goede studievoorlichting en -begeleiding belangrijk. Daarbij maakt hijzelf dankbaar gebruik van het examenregistratiesysteem. Op zijn monitor laat hij zien hoe hij in een oogopslag de vorderingen van alle O10-studenten kan volgen. Hierdoor, vertelt hij, kan hij ze bijvoorbeeld tijdig attenderen dat ze de aan slag moeten met de stagevoorbereidingen - soms pluk ik ze gewoon van de straat - enkele maanden wachten is immers niks bijzonders.

Daarnaast zijn studieprofielen opgesteld, die vorig jaar voor het eerst werden uitgereikt aan propadeuse studenten. Hierdoor, hoopt Guiking, denken ze eerder gerichter na over wat ze willen en plannen ze de doctoraal beter.

Het gele profielenboekje kon echter niet verhinderen dat op 1 februari tijdens een Brede tropen richtingsvergadering forse kritiek loskwam van de verzamelde O10 studenten op de verstrekte informatie. De profielen waren summier en gaven onvoldoende aan voor welke beroepen ze opleidden. Bovendien, oordeelden de critici, konden studiecoordinatoren nauwelijks aangeven wat er verder binnen de LUW te halen valt. Pittige kritiek die een sub-commissie van de roc nu mag uitwerken.

Tijdens dezelfde vergadering klaagden veel studenten over het hoge sociologische gehalte van de studie. Liever zagen zij zich opgeleid tot degelijke technici. Een opmerkelijke gegeven, want in het verleden pleitten vooral studenten voor meer sociaal-economische vakken. Voor een goed functioneren in de tropen werd een scherper inzicht in de maatschappelijke consequenties van beoogde technische ingrepen noodzakelijk geacht.

Folders

Hierom werden in 1993 de eerste comparatieve plannen van Stroosnijder, Fresco (Agronomie) en Prins (Natuurbeheer) kritisch bejegend door de studenten. Gevreesd werd dat binnen een mondiale studie de aandacht voor relaties tussen onderontwikkeling en technische interventies zou verdwijnen. En terwijl de steun binnen het docentenkorps voor deze nieuwe opzet geleidelijk toenam, uitten de studenten hun bezwaren met kracht binnen de roc. Dit orgaan telt evenveel studenten als stafleden en aangezien bij O10 de onderzoekers nogal eens in de tropen verblijven, tellen studentenstemmen stevig door. Daarom verliep de besluitvorming rond de nieuwe studieopzet aanvankelijk moeilijk. Tegelijkertijd fluctueren de stellingnames nogal. Stroosnijder: Enige jaren geleden mochten de profielen van de studenten worden afgeschaft en nu vragen ze erom en stellen ze ineens hoge eisen."

Sinds 1993 wisselde de studenten vertegenwoordiging, volgens de roc-voorzitter, drie keer van samenstelling en dit gebrek aan continuiteit vergroot de slagvaardigheid bepaald niet. Ik blijf het vreemd vinden dat de roc een paritaire verdeling heeft. Je moet de klant, de student, serieus nemen. Maar moet dat ook automatisch betekenen dat ze mee mogen besturen? Unilever heeft toch ook geen huisvrouwen in haar bestuur?"

Hij is niet verbaasd dat studenten intussen meer opteren voor een technische studie, hetgeen goed spoort met zijn eigen ideeen.

Roc-studentlid Joris Tielens heeft niettemin bedenkingen over de comparatieve koerswijziging. Er staan enorme veranderingen op stapel, maar niemand weet precies waar het over gaat. Er wordt veel gebakken lucht verkocht. Ik vind dat je het dan beter bij het oude kunt laten en zorgen dat daarvan de kwaliteit verbetert."

Dat het oude zo slecht niet is, bewijzen volgens hem de jongste vooraanmeldingen. O10 trekt steeds meer studenten en dat pleit voor handhaving van de bestaande tropische studie.

Tja, reageert Stroosnijder, misschien verkiezen ze wel de vijfjarige studieduur boven de vier jaar van Rurale ontwikkelingsstudies en kiezen ze niet zozeer voor het specifieke tropische karakter. En zelfs als de naam Tropisch landgebruik verdwijnt, vertelt Stroosnijder, willen we de herkenbaarheid blijven garanderen. Een aantal tropische hoogleraren wil namelijk een speciale voorlichtingsfolder maken, die potentiele studenten leert hoe je binnen verschillende studierichtingen op een tropencarriere kunt voorbereiden. Een naamsverandering is echter voorlopig niet aan de orde. Die is met de verlenging van de studieduur wettelijk vastgelegd.

Re:ageer