Wetenschap - 23 maart 1995

Tropisch Landgebruik gaat terug in de tijd

Tropisch Landgebruik gaat terug in de tijd

De heer Stroosnijder vindt de tropische cultuurtechnicus die assimileert in een dorp uit de tijd (WUB 16 maart 1995). De problemen worden steeds gecompliceerder, volgens Stroosnijder. Hij meent daarom dat dergelijke generalisten vervangen moeten worden door teams van specialisten. Ik laat even in het midden of je de eerstgenoemde werkwijze als generalistisch moet aanduiden. Ik ga liever in op de vraag wie er nu uit de tijd is.

Boekenkasten zijn er volgeschreven met analyses waaruit blijkt dat landbouwontwikkeling niet bijgestuurd kan worden zonder een gedegen sociaal wetenschappelijke studie, zowel van globale (of mondiale) processen als lokale processen. Dat de honger de wereld uit geholpen kan worden door westerse technologie naar elders over te dragen is een plat technologisch denken dat allang is achterhaald. Niemand die zo iets nog met goed fatsoen kan verkondigen, ook Stroosnijder niet. Als kritiek op deze platitude ontstond bij sommigen het idee om ingebed in een lokale probleemsituatie, in een specifiek web van sociale relaties, technologische vernieuwingen tot stand te brengen. Door Stroosnijder worden dergelijke pogingen weggehoond met de mededeling dat zoiets uit de tijd is. Impliciet wordt gesuggereerd dat zijn aanpak daarentegen nieuw en modern is. En hij wil zijn ideeen graag omzetten in een vernieuwde studierichting.

De door Stroosnijder voorgestane studierichting Land Use Planning & Design is de nieuwe jas om de aloude gedachte van de dominantie van het technologisch (westers) kunnen. Zij is gedrapeerd om een duidelijk fysisch-biologisch-ecologisch profiel. Dat is de kern. Volgens Stroosnijder kennen dorpelingen genoeg van hun eigen sociaal-economische omstandigheden, suggererend dat moderne technologieontwikkeling zich daar niet mee bezig hoeft te houden. Cynisch genoeg blijkt de nieuwe jas van Stroosnijder's studierichting de verkeerde naam te dragen. Landgebruik omvat zowel sociale processen als fysische en biologische. Plannen is geheel een sociale praktijk. Aangezien noch de processen van plannen, noch alle facetten van landgebruik worden bestudeerd of onderwezen, lijkt de gekozen naam op de kleren van de keizer. Meer passend zou het zijn zo'n studierichting Biophysical Ecology of iets dergelijks te noemen. Met Land Use Planning & Design als naam ontpopt Stroosnijder zich als e
en oude technoloog in een modern technocratisch jasje. Sleuteloplossingen worden van nieuwe technologieen verwacht, die vervolgens probleemloos in een technocratisch proces kunnen worden gegoten. De ook door Stroosnijder geconstateerde sociale factoren, hij noemt de groeiende belangentegenstellingen tussen verschillende actorgroepen, die aanvankelijk voor hem juist een argument waren om een nieuwe studierichting te ontwikkelen, lijken in het voorgestelde studieprogramma geen serieuze wetenschappelijke aandacht te behoeven.

Dergelijke observaties van sociale problematiek dienen in het moderne denken slechts als motivaties tot ingrijpen, beheersen en het inzetten van wetenschap, ongeacht de inhoud. Ze zijn de legitimatie achter een aanvalsfront van de meest moderne technologieen. De denkwijze van Stroosnijder is dus uit en in tegelijk. De oude afgesleten denkwijze van de universele toepasbaarheid van onze technologie komt tevoorschijn onder de nieuwe glans van mondiaal en comparatief.

Mogelijk zullen we over een paar jaar opnieuw moeten constateren dat de technocratie ernaast zit. Dan zal rurale ontwikkelingsstudies een 5 of 6-jarige studie worden om te kunnen bestuderen wat er zoal mis is gegaan. Maar dat blijft dan weer reflectie achteraf. Zoiets als een pilsje drinken op de Korenmarkt als je net na een dag winkelen de verkeerde goedkope jas hebt gekocht.

Re:ageer