Wetenschap - 19 januari 1995

Tromm

Tromm

Het Europees parlement maakt de afgelopen week ruzie met de Europese commissie over de samenstelling van de ploeg. Ze hebben elkaar tot diep in de nacht beziggehouden. Heeft zoiets enige impact of houden ze vooral zichzelf bezig?

Het is voor het eerst, sinds het verdrag van Maastricht, dat het parlement mag instemmen met de commissie die wordt benoemd door de lidstaten. Het parlement kan echter niet individuele commissarissen naar huis sturen, dus als ze het niet eens worden moet de hele commissie weg en wat er dan gebeurt weet geen mens. Het zou leiden tot complete verwarring, maar de lidstaten kunnen dan altijd nog zeggen: waar bemoei je je mee.

Het punt is dat individuele commissarissen geen eigen verantwoordelijkheid kunnen nemen. De bevoegdheden worden niet gedelegeerd, maar gemandateerd. Dat wil zeggen: de commissie blijft collectief verantwoordelijk. Soms wordt gezegd: ga je gang maar, maar op elk moment kan de commissie iemand terugfluiten. En dat gebeurt dan ook vaak.

Kijk, er had nooit een zelfstandig parlement mogen ontstaan. In 1958 was het Europees parlement niet veel meer dan de stem van de publieke opinie. Dat was nuttig. Maar voor de huidige situatie is geen constitutionele grondslag; het parlement heeft geen te controleren kabinet tegenover zich. Het kan een commissaris niet naar huis sturen en geen invloed uitoefenen op de Raad, want daar zitten de leden, ministers van lidstaten, nu eenmaal. De maximale bevoegdheid is instemmingsrecht: men kan op sommige terreinen een voorstel afwijzen, maar niet amenderen.

Eigenlijk moeten de nationale parlementen de bewindslieden controleren en discussieren over de standpunten. Dat wordt echter, ten onrechte, afgeschoven naar het Europees parlement. Alleen Denemarken heeft een speciale EG-commissie. Die minister moet dus steeds terug naar Kopenhagen, als tijdens een vergadering iets gebeurt. Dat is wel lastig.

Overigens heeft het parlement in het meest recente conflict ook boter op haar hoofd. De meeste leden beschikken over niet meer dan tien procent van de kennis die nodig is om goed te functioneren en dan verwijten ze nieuwe, niet ingewerkte, commissarissen uit nieuwe lidstaten dat ze geen dossierkennis hebben. Dat is kinderachtig en een beetje flauw.

Overigens denk ik dat partijen in de lidstaten het parlement serieuzer gaan nemen; in het verleden werden door de politieke partijen mensen afgevaardigd die ze niet in het nationale parlement wilden. Tegenwoordig zie je toch iets meer dat goed ingevoerde bestuurders naar voren geschoven worden."

Re:ageer