Wetenschap - 15 mei 1997

Trage Van Aartsen brengt LUW-bestuur in problemen

Trage Van Aartsen brengt LUW-bestuur in problemen

Trage Van Aartsen brengt LUW-bestuur in problemen
Nog geen benoeming voor college en raad van toezicht
Iedereen heeft hem inmiddels een brief gestuurd dat ie moet opschieten, maar minister Van Aartsen heeft nog steeds geen nieuwe bestuursvoorzitter en raad van toezicht in Wageningen benoemd. Bovendien weten de huidige bestuurders niet of ze er in september nog zitten. Heeft de minister het te druk om de regie over het kenniscentrum Wageningen te voeren of zet hij de benoeming met opzet onder tijdsdruk?
Hij heeft wel pech, vindt zijn omgeving: de BSE-gevallen, de varkenspestepidemie die zijn ministerie maar niet onder de duim kan krijgen. Verder heeft Jozias van Aartsen dit half jaar vele Europese verplichtingen nu Nederland tijdelijk EU-voorzitter is. Maar hij moet nu echt eens wat mensen benoemen in Wageningen, want de totstandkoming van het kenniscentrum loopt ernstige vertraging op. En wat belangrijker is, de wil en bestuurskracht om te reorganiseren neemt danig af
Van Aartsen moet zo snel mogelijk zes mensen benoemen in het kenniscentrum: een nieuwe bestuursvoorzitter voor LUW en DLO en vijf personen voor de raad van toezicht van beide instellingen. De benoeming van de voorzitter is in het slop geraakt, nadat LUW en DLO in december vorig jaar bezwaren uitten tegen de kandidaat van de minister, secretaris-generaal Tjibbe Joustra van LNV. De gevoelens in Wageningen waren dat er weer eens een in ongenade gevallen hoge ambtenaar van LNV in de landbouwstad zou worden gedropt
Door de reserves, geuit door een vertrouwenscommissie van de universiteitsraad en de ondernemingsraad van DLO, trok Joustra zich terug als kandidaat en ontstonden er spanningen tussen Wageningen en de top van het ministerie. Van Aartsen besloot daarop een headhuntersbureau in de arm te nemen om een geschikte kandidaat te zoeken. Naar verluidt zou dit bureau in april met een kandidaat op de proppen zijn gekomen, maar de minister had deze begin mei nog niet voorgesteld aan LUW en DLO
Dat laatste valt althans op te maken uit een bezorgde brief van raadsvoorzitter Raymond Florax aan de minister, waarin hij aandringt op voortvarendheid. Florax, voorzitter van de vertrouwenscommissie die al een jaar geleden is ingesteld, wijst voorts op de noodzaak om voor half mei een raad van toezicht voor de LUW te benoemen. De universiteit heeft een strak tijdsschema gekozen om in september de nieuwe medezeggenschapsstructuur onder de MUB te kunnen invoeren. Het college van bestuur opteert voor een ondernemingsraad plus studentenraad, maar als deze in september in werking moeten treden, dient de raad van toezicht voor de zomervakantie te adviseren over het collegevoorstel. Zonder raad van toezicht wordt de invoering van de MUB uitgesteld tot januari 1998 en blijft de universiteitsraad tot die tijd als stand-in zitten
Met wie de raad in die periode vergadert, is ook onduidelijk. Na het vertrek van voorzitter Theo Vos in januari en het vertrek van vice-voorzitter Henk van den Hoofdakker in september blijft rector Kees Karssen als enige collegelid over. Maar Karssen weet formeel nog niet of Van Aartsen de voorgestelde verlenging van zijn ambtsperiode in september goedkeurt. Zoals de zaken er nu voorstaan, is er vanaf september geen college van bestuur meer. Waarnemers melden echter dat de minister zeker van plan is om Karssen te herbenoemen. Dat de rector nog niet is benoemd, zou louter worden veroorzaakt door de ambtelijke procedure
Papegaaien-circuit
Bij DLO is de bestuurlijke onduidelijkheid al even groot. De huidige directieleden, Dick van Zaane en Kees van Ast, weten nog niet of zij deel uitmaken van het nieuwe bestuur van het kenniscentrum. Mogelijk blijft een van hen over, mogelijk ook moeten beiden het veld ruimen. Vooralsnog lijkt de minister namelijk uit te gaan van een driekoppig gezamenlijk bestuur voor LUW en DLO, maar onlangs dook ook de variant van een vijfkoppig bestuur voor het kenniscentrum weer op. Kortom: onduidelijkheid troef
Waarom de benoemingen zo lang op zich laten wachten, weet niemand anders dan de minister zelf. Het college van bestuur heeft bij herhaling aangedrongen op voortvarendheid en klaarheid, maar heeft geen idee waar de minister mee bezig is. De Directie Wetenschapsbeleid en Kennisoverdracht (DWK) van het ministerie stuurt regelmatig memo's van dezelfde strekking naar de minister, maar die legt hij naast zich neer. En ook enkele werkgevers in de landbouw hebben de minister een brief gestuurd waarin ze aandringen op de benoemingen, meldt Cebeco-voorzitter Herman de Boon, maar ook hij komt niet verder dan enkele namen uit het papegaaien-circuit. De informatie over de benoemingen en de vertraging daarvan zit in het hoofd van Van Aartsen, meldt een regelmatig bezoeker van de ambtelijke top, die ook van niets weet
Vorig jaar adviseerde Bram Peper de minister zelf de regie van het kenniscentrum op zich te nemen. Van Aartsen voert dat advies met vasthoudendheid uit. Door de beslommeringen met de varkenspest, waarover hij ook de regie voert, raakt zijn agenda echter overvol. Toch dringt onderhand de vraag zich op: gaat het om tijd of om prioriteit? De Tweede Kamer heeft de minister begin deze maand gevraagd op zeer korte termijn met een voortgangsnotitie over het kenniscentrum Wageningen te komen. We dwingen hem zo om dit onderwerp hoger op de politieke agenda te zetten, verklaart PvdAer Eisso Woltjer
De tijdnood van Van Aartsen heeft volgens het Kamerlid alles te maken met de persoonlijkheidsstructuur van de minister: hij is als voormalig secretaris-generaal gewend om zich persoonlijk in de dossiers te verdiepen en het werk van zijn ambtenaren te controleren. Anderen menen echter dat de minister zijn ambtenaren niet geheel vertrouwt en zich daarom veel dossiers toe-eigent. Binnen de top van het ministerie zou het niet boteren, met als gevolg dat de minister moeilijk kan delegeren. Bovendien voert de minister graag contra-expertises uit met behulp van deskundigen buiten het ministerie
Rekken
Dat de minister beducht moet zijn voor zijn eigen ambtenaren, wordt overigens door dezelfde bronnen beaamd. De weerstand tegen een fusie van LUW en DLO zou vooral binnen het ministerie, waar DLO ook nog toe behoort, aanwezig zijn. Een ongeduldige voorstander van het kenniscentrum licht toe: Je weet hoe dat gaat: onder het mom van zorgvuldige procedures proberen mensen tijd te rekken en het tempo uit de veranderingen te halen.
Misschien bevat de laatste opmerking de sleutel voor het vraagstuk waarom niemand de nieuwe voorzitter nog kent en waarom de minister geen haast maakt met de benoeming. Van Aartsen heeft zich met de voordracht van Joustra een keer gestoten aan de steen der Wageningse raadgevers en dat zal hem geen tweede keer overkomen. Een bekende bestuurlijke truc is dan: neem de tijd, zodat iedereen in tijdnood komt. Bij de volgende voordracht is het dan slikken of stikken. LUW en DLO moeten de nieuwe kandidaat wel omarmen, omdat zij anders grote bestuurlijke problemen krijgen. De adviesronde wordt uitermate kort, alternatieven zijn in korte tijd niet meer aan te dragen. Deze variant sluit aan bij een opmerking in de top van het ministerie: de minister wil in een keer alles benoemen en hanteert als deadline half juni
De andere mogelijkheid is dat het college van bestuur en de vertrouwenscommissie op de hoogte zijn van de nieuwe kandidaat-voorzitter die is aangedragen door het headhuntersbureau. Publiekelijk melden college en raad dat er weinig schot zit in de benoemingen. Als raadsvoorzitter Florax wordt geconfronteerd met het vermoeden dat het headhuntersbureau inmiddels een kandidaat heeft aangedragen, herhaalt hij glimlachend de erecode bij benoemingen: Daar kan ik geen mededelingen over doen
Ondertussen ergert menigeen binnen de universiteit zich eraan dat het bestuur niet publiekelijk met de vuist op tafel slaat om de minister tot meer spoed te manen. Want de inhoudelijke ontwikkeling van het kenniscentrum ligt momenteel goeddeels stil, in afwachting van de voorzitter en de raad van toezicht, na de vakantie

Re:ageer