Wetenschap - 18 september 1997

Topsporters in tijdelijke ruste

Topsporters in tijdelijke ruste

Topsporters in tijdelijke ruste
Weyschede en Kuiper
Een zomer vol sportevenementen loopt ten einde - Tour de France, WK Atletiek, EK volleybal, EK zwemmen, WK roeien. De meeste sporters kunnen met de benen omhoog op de bank. Zo ook de Wageningse inbreng: de lichte roeiers Titus Weyschede en Michiel van Eupen en de langeafstandszwemmer Melanie Kuiper. Weyschede en Van Eupen werden in de acht tevoren grootse prestaties toegedicht, maar ze bleven bij de WK roeien steken op een laatste plaats in de voorronde. Kuiper presteerde bij de EK zwemmen goed in Sevilla, maar haalde amper de pers. De riemen en badmuts kunnen voor even in de kast
Kuipers laatste wedstrijd van het seizoen zit er juist twee dagen op: de twee kilometer van Roermond, waar ze als tweede finishte. Dat is geen verrassing voor haar, want de verhoudingen binnen het Nederlandse langeafstandszwemmen voor dames liggen al jaren vast. Met het EK - eens in de twee jaar - net achter de rug is er komend seizoen voor Kuiper nauwelijks een wedstrijd van enige importantie. Want het WK in januari in Perth gaat aan haar voorbij. Daarvoor had ze op het EK als achtste moeten eindigen en dat is niet gebeurd. Ze werd achttiende. Ik had ook niet verwacht dat ik het WK zou halen; gehoopt wel, aldus een opgeruimde Kuiper. Ze zit er niet mee. Ik heb op het EK heel goed gezwommen. Met die tijd was ik twee jaar geleden zevende of achtste geworden.
Kuiper, dit jaar derde op het Nederlands Kampioenschap op de vijf kilometer en zelfs eerste op de 25, had in Sevilla vooral concurrentie uit Spanje en Italie. Het buitenwater was met 28 graden voor haar tamelijk warm; Kuiper won in Nederland in water van 16 graden. Maar meer nog dan warm water is het feit dat de concurrentie betaald baantjes trekt bepalend voor de uitslag. Geen probleem, vindt Kuiper, die al blij is dat de LUW haar trainingskledij betaalt. Ook al zal ze daardoor nimmer de absolute top zal halen. Kuiper houdt het bij maximaal drie, vier uur trainen per dag. Ik was allang blij dat ik het EK gehaald heb, verklaart de vierdejaars Levensmiddelentechnologie
Ik ben topsporter, alleen voel ik me niet zo. Daar moet je toch egoistisch voor zijn. Ik vind het vooral heel leuk. Vooralsnog houdt Kuiper het water even voor gezien. Niet dat ze meteen achter de boeken kruipt. Ze helpt de studievereniging een lustrum organiseren. Volgend jaar wil ze het liefst wedstrijden zwemmen in het buitenland. Een andere uitdaging is het overzwemmen van het Kanaal. Dat moet dan wel binnen twee jaar gebeuren, want langer gaat ze echt niet door. Ook al wordt in 2004 het langeafstandszwemmen een olympische sport
Wat is teleurstelling? Voor het eerst in mijn leven heb ik een seizoen gedraaid zonder blikken. Dat is nieuw voor mij en dat voelt niet zo top. Titus Weyschede, rustige jongen. Net een week terug van een onsuccesvol WK. Een portie geluk heb je nodig, dat is de roeierij. Ook al moet je er nog zoveel voor trainen, het moet in die zes, zeven minuten wel echt gebeuren.
Terwijl WK-roeimaat Van Eupen zijn frustraties wegfietst ergens in Frankrijk zit Weyschede gewoon thuis. Hungry Light staat er op zijn T-shirt, geschonken door het thuisfront. Een toepasselijke tekst want de 1,90 meter lange, 70,5 kilo zware roeier mag weer bunkeren
Weyschede blijkt een realist: We hebben echt slecht gepresteerd. Aan de andere kant hebben we er niet veel voor getraind, dus vind ik het minder frusterend dan het WK vorig jaar. Daar ging het bij de start al mis en werd de ploeg vijfde terwijl zilver of brons mogelijk was. Weyschede: Daar word je jaren later nog gillend van wakker. Om serieus te vervolgen: Ik denk er echt nog wel 's aan. We hebben het toen gewoon verknald. Dit jaar ligt het anders.
Vantevoren had ik gedacht vierde of vijfde te worden. Als het heel erg zou meezitten misschien zelfs een bronzen medaille. Australie was favoriet, Engeland ook. Van Canada en de VS wisten we dat die ook goed uit de bus konden komen, maar achteraf valt het WK me wel tegen.
In deze acht zaten vier tweetjes, die allemaal harder geroeid hadden dan het jaar ervoor. Stop ze bij elkaar en je hebt een snelle acht, dacht ik. Dat is dus niet zo. We werden zelfs laatste, het klikte gewoon niet. Tijdens wedstrijden in Luzern in juli leek er nog geen vuiltje aan de lucht. Zes weken trainden de uiteindelijk geselecteerde roeiers met elkaar. Te weinig, naar bleek. Het verschil in techniek van de roeiers, wat vooral te maken had met de enorme variatie in lengte - 1,70 tot 1,90 meter - maakte het er niet makkelijker op. Ploegen van andere landen lagen bovendien al vanaf januari met elkaar in het water. Dat ligt een beetje aan het Nederlandse roeien, weet Weyschede. Iedereen moet ook nog studeren.
Weyschede lijkt inmiddels alweer over het WK-echec heen, gezien de rustige manier waarop hij praat. Maar of hij volgend jaar weer van de partij is op het hoogste niveau weet de vierdejaars planoloog niet. Daar moet ik nog 's goed over nadenken. Roeien kost veel tijd maar is ook erg leuk. Dat is een beetje mijn probleem, ik ben verslaafd. In de tussentijd heeft Weyschede bij Argo de taak van lustrumcommissievoorzitter op zich genomen. Op roeigebied gaat Weyschede effetjes niks doen, wat zoveel wil zeggen als nog maar vijf maal per week trainen. Ik dacht dat ik vorig jaar al zou stoppen; ik wilde eigenlijk dit jaar helemaal niet naar het WK. Maar de bondscoach vroeg me. De combinatie studie en sport vind ik wel lekker. Ik zit eraan te denken om dit jaar met een oudejaars acht te gaan roeien. En dan is er natuurlijk nog Sydney 2000, toch? Zeg nooit nooit.

Re:ageer