Wetenschap - 9 november 1995

Ton de Vries

Ton de Vries

Informatiserings- en Servicecentrum

Ton de Vries werkt al elf jaar aan de uitgifte-balie van Informatisering en Datacommunicatie. Eerst op het Rekencentrum op de Leeuwenborch, later in het Computechnion op de Dreijen. Hij is van mening dat hij de mooiste baan heeft die er is, want hij werkt dagelijks met jonge mensen, die hij van dienst kan zijn bij de voortgang van hun studie. Maar je moet het spel wel kunnen spelen.


Ik heb nog nooit meegemaakt dat een uitgestoken hand werd geweigerd

Vlak voor het interview met Ton de Vries is Yitzhak Rabin, de premier van Israel, begraven. Vanzelfsprekend komt die gebeurtenis even aan de orde. Als je al die problemen ziet en overdenkt, dan valt het me daardoor op hoe goed het hier eigenlijk gaat", zegt Ton de Vries van Informatisering en Datacommunicatie, IenD.

Natuurlijk kun je sommige zaken niet met elkaar vergelijken, maar de vreedzame manier waarop de jongeren zich hier gedragen, daar kan hij niets dan lof over uitspreken. Maar je moet wel de taal van de jongeren spreken en het spel spelen." Hun spel of het spel van Ton de Vries? Ons spel", benadrukt hij en lacht fijntjes.

Hij kan dat niet zo goed uitleggen of verwoorden, maar het gaat om de manier van met elkaar omgaan. Hoe je elkaar tegemoet treedt. Het heeft te maken met de wijze waarop hij zijn functie van hulp- en dienstverlener binnen zijn afdeling ervaart.

Ik heb nog nooit meegemaakt dat een uitgestoken hand werd geweigerd", zegt hij. Het klinkt een beetje mysterieus, maar het blijkt heel eenvoudig te liggen: zijn hulp wordt graag gegeven en even graag aanvaard. Je werkt met jongeren, wat op zichzelf al inspirerend en leuk is. En dan help je ze ook nog met de voortgang van hun studie. Want vooral de eerstejaars weten zich geen raad met de apparatuur."

Plasticfabriek

Die apparatuur is wel even op een ander plan komen te staan in de tijd dat hij aan de Landbouwuniversiteit werkt, vertelt De Vries. Ik ben elf jaar geleden begonnen aan de uitgifte-balie van de Leeuwenborch, waar het Rekencentrum toen was ondergebracht. Het was voor mij als voormalig chef in een plasticfabriek een hele overgang. Ik kreeg met hele andere mensen te maken. Studenten, wetenschappers en zo. Ik gaf de hele dag materialen uit die je nu nauwelijks nog ziet. Linten, papier. Ja, linten voor de schrijfmachines, maar ook voor de eerste printers. De eerste computers, Rainbows, kwamen rond 1983 binnen. Zo'n ding kostte toen nog ongeveer zestienduizend gulden. Vergeleken met nu konden die Rainbows bijna niks. Met de huidige computers kun je vrijwel alles maken. Mits je de software hebt, natuurlijk."

Ton de Vries heeft zoveel papier verwerkt dat je, als je al die vellen aan elkaar zou leggen, er een paar keer de wereld mee zou kunnen omvatten. Maar door het pc-gebruik en het ad hoc printen is het papiergebruik sterk teruggelopen. Het college besloot op een bepaald moment dat we alleen nog recycled papier aan de LUW mogen gebruiken. Wij waren daar eigenlijk al een jaar lang mee bezig. We testten leveranciers en zochten het beste produkt eruit. Het papier zag toen nog groen, want er was nog geen milieuvriendelijk bleekmiddel gevonden. Tegenwoordig gebruiken we full-recycled papier, waar echt geen boomtakje aan te pas is gekomen, hoor! Op een milieuvriendelijke manier wordt de inkt van het papier gescheiden. Het houdt wel een grauwe gloed, maar het is heel bruikbaar. Dat was een goed besluit van het college. Ja, zet dat maar in het artikel, dat klinkt wel aardig, he?", zegt hij grinnikend. Maar toch merk ik dat de mensen steeds selectiever gebruik gaan maken van de pr
inters", voegt hij eraan toe.

Goedgemutst

De periode op de Leeuwenborch, alweer een jaar of acht geleden, ligt hem nog na aan het hart. Daar blijf ik altijd een speciaal gevoel voor houden. De mensen van IenD zaten met zijn allen op een etage, dus we hadden veel meer contact met elkaar. We ontmoetten elkaar in de kantine. Hier op het Computechnion zitten we door het hele gebouw verspreid. De Leeuwenborch had dat gezellige, dat knusse. En de groep was ook nog niet zo groot. Hier is het veel professioneler opgezet. Wij, van het Informatiserings- en Servicecentrum, zitten allemaal op de begane grond. We zijn maar een onderafdeling van het grote IenD."

Hier hebben we een aparte hoek voor printen en scannen. Daar help ik de jongelui met het bedienen van de apparatuur. Ik heb de fijnste baan die je kunt bedenken, want ze komen altijd met dingen die klaar zijn en uitgeprint kunnen worden. Ze zijn goedgemutst en opgelucht, zo van: Ha, dat is af! Ik zie ze natuurlijk ook wel eens met waterige oogjes, bijvoorbeeld als ze tegen een deadline aanzitten en de hele nacht hebben doorgewerkt. Voor de lay-out van artikelen hebben we twee aparte ruimtes, anders kost het teveel tijd en moeten de anderen te lang wachten bij de printers. Soms zie ik wel eens iets dat niet zo goed is gedaan, vooral bij nieuwelingen. Dan zeg ik zachtjes: Kijk, als je het nou zo en zo doet, staat het netter. En dat wordt wel gewaardeerd. Want in de loop der jaren heb ik zoveel jongelui aan me voorbij zien trekken, dat ik rustig kan stellen dat ik wel wat mensenkennis heb opgedaan."

Achterstand

Om half negen 's ochtends gooit hij de balie open. Dan drink ik even vlug een kopje koffie met de collega's; vraag even hoe het met ze gaat en zo. Want ik onderhoud wel graag de contacten, dat vind ik belangrijk. En 's morgens is het meestal nog rustig. Of de studenten liggen nog in bed, yf ze zitten op college. Later op de dag wordt het drukker, zo'n veertig mensen per dag moeten we minstens verwerken. Behalve in de tentamentijd. Dan is het rustig. Moeten ze nog hun achterstand van maanden inhalen!"

Ton de Vries houdt zich voorts bezig met het kopieren van software, het uitreiken van softwarepakketten en de administratie van hetgeen is uitgegeven. Alleen op vertoon van studentenpas of personeelsregistratienummer mag software worden verstrekt.

Studenten", zegt hij, zijn zelden lastig. Ze zijn ook veel aardiger dan vroeger. Toen voelden ze zich de notabelen van de LUW. Ze zijn nu opener en eenvoudiger, zeker niet hooghartig", aldus De Vries. Want aan hooghartig heeft hij een broertje dood. Respect, dat is waar het om gaat in de samenleving. En ze zijn puur eerlijk. Alles wat ze vinden bij de pc's en de printers brengen ze terug naar de balie. Printkaartjes, geld. Ik heb een onbegrensd vertrouwen in ze. Laatst kwam een meisje een muntstuk van vijf gulden brengen. Ik hing een papier op met de mededeling dat er vijf gulden was gevonden. Het papier hangt er nog! Niemand is het komen opeisen. Daar kan ik van genieten. Voor mij maken die mensen het waar."

Afstand

Ton de Vries is al twaalf jaar scheidsrechter, van het amateur-jeugdvoetbal, afdeling Arnhem. Ik vind het heerlijk om met jeugd om te gaan. Rode of gele kaarten geef ik maar incidenteel. We hadden het over hoe je elkaar tegemoet moet treden. Nooit hautain. Je moet de mensen in hun waarde laten en dat gaat voor mij ook op in het voetbal. Ik spreek die jongens van veertien of vijftien jaar altijd aan met u." Hij lacht even. Ja, dat lijkt gek. Maar het respect dat je elkaar toont, dat behoort tot mijn spel. Aan de ene kant trekt ik ze naar me toe, door betrokkenheid en interesse te tonen; aan de andere kant houd ik afstand door ze serieus te nemen via mijn formele gedrag. Het werkt heel goed. En voor mij hoeven ze geen prijzen te winnen. Het gaat om de voldoening die mensen krijgen uit wat ze doen. Dat geldt ook voor je werk."

Hij fluit wekelijks. Maar als iemand zegt dat hij een wedstrijd heeft gefloten, is ie verkeerd bezig. Je moet een wedstrijd niet fluiten, je moet hem leiden", stelt hij filosofisch.

Re:ageer