Wetenschap - 18 mei 1995

Toename (N2O)-emissie door vleesconsumptie

Toename (N2O)-emissie door vleesconsumptie

Minder vlees eten helpt het broeikaseffect tegen te gaan. Dat valt af te leiden uit het proefschrift van ir A.F. Bouwman, die op 19 mei promoveert bij prof. dr ir N. van Breemen van de vakgroep Bodemkunde en plantevoeding. Bouwman concludeert dat de toenemende produktie van voedsel verantwoordelijk is voor tweederde van de emissietoename aan N2O, ofwel lachgas, het derde belangrijke broeikasgas. Vooral de vleesconsumptie levert een aanzienlijk aandeel. Veertig procent van de huidige mondiale graanproduktie en 25 procent van de wortel- en knolgewassen dienen als veevoer.

Uit de studie van Bouwman blijkt dat de belangrijkste lachgasbronnen van natuurlijke oorsprong zijn: de bodems in de tropen en de oceanen. Menselijke activiteiten zijn echter de belangrijkste bron van de toename. Bij het verbranden van fossiele en bio-brandstoffen en bij landbouwkundige activiteiten komen aanzienlijke hoeveelheden lachgas vrij. De landbouw neemt met 66 procent het voornaamste deel voor zijn rekening. Enerzijds via het gebruik van kunstmest, waarbij de stikstof in de bodem wordt omgezet in N2O. En anderzijds via dierlijke mest: een groot deel van de stikstof uit voer wordt weer uitgescheiden, waarbij lachgas ontstaat.

Bouwman verwacht dat de emissie in de komende tien jaar zal verdubbelen door de groei van de wereldbevolking en daarmee de voedselproduktie. Beperking van de vleesconsumptie lijkt me daarom de juiste oplossing." Volgens de promovendus is reductie van de emissie ook te bereiken door efficienter gebruik van stikstof in de landbouw en door aanpassing van bemestingstechnieken.

Re:ageer