Wetenschap - 9 mei 1996

Tilapia bedreigt inheemse vissoorten Sri Lanka niet

Tilapia bedreigt inheemse vissoorten Sri Lanka niet

De tilapia die begin jaren vijftig in de binnenlandse meren van Sri Lanka is geintroduceerd, heeft de inheemse vissoorten niet verdrongen, maar een nieuwe plaats in de voedselketen gevonden. Dit concludeert dr ir G.J. Piet, die op 3 mei promoveerde bij prof. dr B. Huisman van de vakgroep Visteelt en visserij.

In het Afrikaanse Victoriameer is introductie van een uitheemse vissoort, de nijlbaars, een mislukking geworden. Deze roofvis heeft het aantal inheemse soorten vissen flink teruggedrongen. Sindsdien zijn visserijbiologen zeer terughoudend met het introduceren van uitheemse vissoorten, maar in Sri Lanka had de uitheemse vis minder nadelige gevolgen voor het bestaande ecosysteem, zo concludeert Piet.

Sri Lanka heeft geen natuurlijke meren, maar wel meer dan twaalfduizend door de mens aangelegde reservoirs. De visproduktie bleef aanvankelijk ver achter bij de verwachting, maar dat veranderde toen rond 1952 de Afrikaanse tilapia's O. mossambicus en O. niloticus werden geintroduceerd. Sindsdien is het aandeel van de binnenvissers in de totale visserij gestegen van bijna nul tot ongeveer twintig procent. Hun vangst bestaat grotendeels uit tilapia. Een mogelijke verklaring is dat de inheemse riviervissen onvoldoende waren aangepast aan de omstandigheden in de kunstmatige reservoirs.

Piet keek of de geintroduceerde vissen de inheemse vissoorten beconcurreren. Dit bleek niet het geval. De inheemse karperachtige A. melettinus, de meest waarschijnlijke concurrent, eet voornamelijk fijn detritus (dood organisch materiaal) en phytoplankton, terwijl de tilapia het grovere detritus van de bodem graast. A. melettinus kan zelfs profijt hebben van de tilapia omdat deze het grovere detritus omzet in fijn materiaal.

Re:ageer