Wetenschap - 27 juni 1996

Terpstra hekelt reserves van wetenschappers jegens bedrijfsleven

Terpstra hekelt reserves van wetenschappers jegens bedrijfsleven

Hoogleraar technologie van het huishouden Terpstra vindt dat wetenschappers vaak ten onrechte afkerig zijn van samenwerking met het bedrijfsleven. Onderzoek voor bedrijven levert niet alleen financieel voordeel op, het geeft ook toegang tot nieuwe kennis. Op publikaties zit het bedrijfsleven echter niet altijd te wachten.


Onderzoek van bedrijven is minder toepassingsgericht dan wetenschappers denken

Dit mag niet op de foto." Prof. drs P.M.J. Terpstra, hoogleraar technologie van het huishouden, merkt het terloops op. In een laboratorium van de vakgroep Huishoudstudies toont hij een wasmachine waar het nodige aan is geknutseld. Zonder in te gaan op de werking van het apparaat - die is geheim - vertelt hij dat het de uiteindelijke bedoeling is een volstrekt nieuwe machine te ontwerpen. Want de essentie van de wasmachine is sinds de uitvinding ervan nooit veranderd en dat prikkelt Terpstra. Kan het met een heel andere aanpak niet veel zuiniger en efficienter?

Het beantwoorden van die vraag is een ideaal klusje voor een net afgestudeerde, vindt Terpstra. Die kijkt nog fris en onbevangen tegen het probleem aan en doet tegelijkertijd de nodige werkervaring op. Zelf is de hoogleraar al te veel behept met het idee hoe een wasmachine in elkaar hoort te zitten.

Ontwerpers in het bedrijfsleven kampen met dezelfde kwaal. Wellicht de reden dat bedrijven graag bereid zijn dit soort projecten te financieren. Met enige trots vertelt Terpstra dat het een afgestudeerde gelukt is een droger te ontwerpen die dertig procent minder energie verbruikt. Een forse sprong vooruit, want huishoudelijke apparaten als drogers zijn al zo zuinig dat het bij een verbetering steeds om slechts enkele procenten besparing gaat.

Naar verwachting neemt het geldschietende bedrijf de vernieuwing over. Terpstra heeft bedongen dat het bedrijf in dat geval een aio financiert voor de vakgroep. Die aio kan zich dan buigen over een onderwerp dat voor de industrie misschien niet direct interessant is, maar dat wel de wetenschappelijke interesse van de vakgroep heeft. Zo'n aio kan dan echt onafhankelijk onderzoek doen", aldus Terpstra.

Sparen

Vlak na zijn aanstelling in 1992 gaf Terpstra gasten liever geen rondleiding door de verouderde laboratoria van de vakgroep. Hij schaamde zich een beetje voor de gebrekkige faciliteiten. Dat is veranderd. Het college van bestuur heeft inmiddels zijn belofte bij Terpstra's benoeming ingelost: de onderzoeksruimte van de vakgroep is vernieuwd en behoort nu tot de modernste laboratoria van Europa. Althans wat betreft de klimaatbeheersing die zorgt voor een stabiele onderzoeksomgeving. Op het gebied van de meetapparatuur heeft Terpstra nog wel wat wensen. Daar moeten we hard voor sparen. Maar het laboratorium zelf is het belangrijkste, dat moet je in een keer goed bouwen."

Voor het verkrijgen van extra middelen werkt Terpstra graag samen met het bedrijfsleven. Mogelijkheden genoeg: De industrie besteedt steeds meer onderzoek uit omdat bedrijven dan flexibeler zijn. Ze hoeven niet meer zelf op alle terreinen experts te hebben." Terpstra vindt het niet zo erg om af en toe voor het bedrijfsleven wat meer doelgericht onderzoek te doen. Het gaat hem om de juiste balans tussen afhankelijk en onafhankelijk onderzoek. Wanneer uit sterk toegepast onderzoek een aio-plaats rolt, is dat voor de universiteit een gunstige combinatie, verduidelijkt de hoogleraar.

Het bedrijfsleven biedt een mogelijkheid voor het verkrijgen van extra capaciteit. Maar dat is niet het enige voordeel van samenwerking, stelt de hoogleraar. Zonder derde-geldstroomopdrachten zit de wetenschap wel erg in een ivoren toren. Elk wetenschapsgebied kun je tot in het oneindige in de breedte en de diepte uitwerken. Je moet dus keuzen maken en dat kun je heel goed doen door een beetje naar de samenleving te kijken."

Daar raakt Terpstra een gevoelig onderwerp. Zijn opvattingen zijn zeker voor fundamentele wetenschappers gelijk aan vloeken in de kerk. Onlangs nog waarschuwde prof. dr C. Veeger bij zijn afscheid als hoogleraar biochemie voor de verloedering van de universiteit. Terpstra luisterde met plezier naar de gepeperde uitspraken in de afscheidsrede van Veeger; om diens verbastering van een uitspraak van Maarten Luther, Zodra dit geld in het laatje klinkt, de vakgroep in de diepte zinkt, heeft hij enorm gelachen. Maar hij deelt de visie van Veeger niet. Door samen te werken met bedrijven krijg je informatie waar je anders niet bij kunt." Zo leverde een onderzoek naar spaardouches informatie over consumentengedrag op die de vakgroep ook in ander onderzoek van pas komt.

Publiceren

Terpstra heeft soms het gevoel dat de universiteit over het hoofd ziet hoeveel goed wetenschappelijk onderzoek het bedrijfsleven verricht. Het onderzoek van bedrijven is lang niet altijd zo toepassingsgericht als wetenschappers denken. Daar moet de universiteit beter gebruik van maken, want alleen kom je niet zo hard vooruit. Samenwerken met het bedrijfsleven betekent niet dat je niet wetenschappelijk bezig bent. Het gaat er uiteindelijk om dat je wordt gedreven door nieuwsgierigheid."

Toch kleven aan samenwerking met het bedrijfsleven ook nadelen. Publiceren is vaak een lastig punt, weet Terpstra uit ervaring. De Landbouwuniversiteit legt in contracten vast dat wetenschappers uiterlijk een half jaar na afloop van hun onderzoek mogen publiceren. Dat is voor bedrijven soms wat snel; die willen meer tijd om een technologische voorsprong te nemen op de concurrent. Terpstra heeft begrip voor dat standpunt en de termijn van een half jaar is voor hem dan ook geen strak gegeven. Daar kunnen altijd wel wat afspraken omheen worden gemaakt." De hoogleraar beklemtoont echter dat uiteindelijk altijd gepubliceerd kan worden.

Afvalwater

Terpstra bestempelt zichzelf binnen de vakgroep Huishoudstudies als de reinigingsspecialist. Hij waarschuwt daarom dat zijn verhaal misschien een wat gekleurd beeld geeft van het onderzoek dat de sectie Technologie binnen de vakgroep verricht. De vakgroep houdt zich niet alleen bezig met huishoudelijke apparaten. Hij noemt als voorbeeld een onderzoek naar de doelmatigheid van gemeenschappelijk wonen en een project over de mogelijkheden van decentrale zuivering van huishoudelijk afvalwater, dat hij heeft opgezet met milieutechnoloog Lettinga.

Toch spelen wasmachines ook in het milieuonderzoek dat de vakgroep financiert uit de eerste geldstroom een rol. Met enthousiasme vertelt Terpstra over het onderzoek Invloed van verandering van produktdoelmatigheid op het gebruikspatroon van de consument, waar de vakgroep vier jaar lang een aio en 0,15 mensjaar in steekt. Aan het wasproces is de laatste jaren het nodige veranderd om het milieu te sparen. De fosfaten zijn uit het waspoeder gehaald, de waterdosering is flink verlaagd en de temperatuur wordt lager ingesteld. Tot nu toe wordt aangenomen dat deze maatregelen een gunstige invloed hebben op het milieu. De redenatie is eenvoudig: verlaag de temperatuur en we winnen energie. Maar dan knabbel je aan de doelmatigheid; de vraag is of dat zo eenvoudig kan. Misschien gaan consumenten meer wassen of wordt textiel eerder weggegooid. Door nu die effecten te bekijken, proberen we te komen tot een vanuit milieuoogpunt optimale instelling van de wasmachine."

Naast het bedrijfsleven werkt Terpstra samen met onder meer TNO, de RUG en de UU, maar ook met de universiteit van Hohenheim, Bonn en Munchen. Samenwerking met buitenlandse instellingen is volgens Terpstra onvermijdelijk. We zijn wel gedwongen over de grens te kijken, want in Nederland zijn we de enigen die de technologische aspecten van het huishouden bestuderen."

Op het eerste gezicht ligt het weinig voor de hand dat dit onderzoek in Nederland juist aan de Landbouwuniversiteit plaatsvindt, maar Terpstra meent dat zijn onderzoek in Wageningen zeker bestaansrecht heeft: Het is gericht op mensen in de huishoudelijke omgeving. Voor de landbouw is het huishouden het einde van de keten. Huishoudens spelen bovendien een belangrijke rol bij de aantasting van het milieu. Komen afvalstoffen niet direct door huishoudelijke consumptie in het milieu terecht, dan toch wel door produktie die uiteindelijk voor huishoudens is bedoeld."

Re:ageer