Wetenschap - 1 juni 1995

Technologen domineren duurzaamheidsdebat

Technologen domineren duurzaamheidsdebat

De invulling van duurzaamheid als technische uitdaging, waarbij een met nieuwe technieken sterk opgevoerde en tegelijkertijd milieuvriendelijke produktie de oplossing biedt, lijkt in het duurzaamheidsdebat de agenda te bepalen. Dit stelde wetenschapsonderzoeker dr J. Swart van de Rijksuniversiteit Groningen, tijdens het colloquium Biotechnologie en duurzaamheid 19 mei op de vakgroep Toegepaste filosofie.

Behalve deze eerste positie zijn er nog drie andere posities, analyseerde Swart. Overeenkomstig de tweede positie zien mensen duurzaamheid niet als een technisch, maar als een sociaal-economisch probleem. Zij zien de oplossing in een andere organisatie en beloningsstructuur van de produktie. Daarnaast is er de ecologische positie die samen met de boeren de landbouwtechnieken aan de natuur wil aanpassen. En tenslotte is er de positie van waaruit men onduurzame produktie verklaart uit een verkeerde houding van mensen; men vindt bijvoorbeeld biotechnologie te reductionistisch.

Streven naar consensus is volgens de Groningse onderzoeker weinig zinvol omdat posities elkaar kunnen uitsluiten. Beter verdedigbaar acht hij het naast elkaar laten bestaan van verschillende landbouwmodellen.

Opponent ir E. Teune legde liever de nadruk op overeenkomsten in het duurzaamheidsdebat omdat dat aantoont waar bondgenoten zitten. Een al bereikte overeenkomst is volgens haar de erkenning dat de voedselproduktie milieuvriendelijker moet. De door Swart gemaakte onderscheidingen, aldus de Wageningse filosoof, verhullen bovendien de invloed van de dimensies op elkaar. De ecologische landbouw bijvoorbeeld, is ook een technische uitdaging. En zo impliceert het kiezen voor een bepaalde biotechnologie, tegelijkertijd een bepaalde organisatie van de voedselketen.

Re:ageer