Wetenschap - 23 april 1998

Taxi

Taxi

Taxi
Met een noodgang naar het ziekenhuis
Taxi rijden is hartstikke gezellig, joh. Al die vaste klanten. Als ik dan boodschappen aan het doen ben, roepen ze Dag chauffeur! En je leert er ook nog plat Wagenings van proate. Vanachter het stuur van zijn auto tuurt taxichauffeur Thijs Zethoven naar een bejaarde vrouw die langzaam nadert. Moeizaam duwt ze een oude heer in rolstoel richting busstation. Die brengen we altijd naar het ziekenhuis op de berg voor dialyse.
Even later klopt de vrouw druk gebarend op het raam. Na een hartelijke begroeting begint ze een geanimeerde uiteenzetting over haar laatste chauffeur, terwijl de man in zijn rolstoel voor zich uit staart. Die chauffeur van gister was zo'n slome. Hij deed zijn bek nog niet open! En hij trok mijn man zo ruw uit de auto. Ik zei nog: wat hier in de auto zit is een kasplantje. En hij had niemand nie gedag gezegd. Hij zei geen boe of bah. Nou, stuurt 'm maandag niet, want ik sta niet voor m'n eigen in hoor. Doe er maar een die ik ken. Als ik ze ken, krijgen ze een fooitje. Anders hou ik dat fooitje mooi in m'n zak, wah?
Ik heb altijd goed contact met de klanten, vertelt Zethoven. Maar hoe goed ligt natuurlijk aan m'n humeur. Zondagochtend zet ik meestal de radio zachtjes aan en zeg ik niet veel.
Zethoven was al taxichauffeur op zijn achttiende, een jaar of drie geleden, toen hij net was begonnen aan zijn studie Landbouwtechniek. Terwijl voor hem een grote, rode Mercedes-taxi de stoeprand op bonkt: Ik zag van die rode wagens met zo'n groot telefoonnummer op het dak en dacht: he! Toen heb ik gebeld. Ik kon langskomen, heb effe voorgereden en kon 's middags meteen aan de slag. Toen reed er nog wel iemand met me mee natuurlijk. Met zijn studie is hij intussen gestopt. Nu werkt hij ook vaak op de centrale, waar hij regelt wie naar welke klant moet
Deze zaterdagochtend is het rustig, ondanks de verwachte drukte door de Wageningse Kennisdagen. Vier taxi's wachten op een klant. De bestuurders staan rustig met elkaar te praten. Chauffeur Mike Poodt - eveneens landbouwtechneut - vertelt over een rit vanaf het psychiatrisch ziekenhuis in Wolfheze, vanwaar hij een vrouw naar huis moest brengen. Op weg naar haar huis vroeg ze me of we nog even langs de Albert Heijn konden rijden. Ze moest brood en worst halen zei ze. Brood en worst. Komt ze terug met een mega-tas vol drank. En geen worst en geen brood!
Het verhaal prikkelt het geheugen van Zethoven, die zich een rit van het asielzoekerscentrum naar het ziekenhuis herinnert. Ik kwam bij het asielzoekerscentrum aan en dat mens stond op het punt om te bevallen. Ze had een buikomvang van zowat twee meter. En dan kun je kiezen: moet je rustig rijden of juist met een noodgang? Ik dacht: dit is een spoedgeval, dus ik met een noodgang naar dat ziekenhuis. Maar elke keer dat ik remde hoorde ik dat mens hijgen en steunen. Ik dacht: dit kan niet, als ik nog een keer rem breken de vliezen geheid. Ik moet rustiger rijden, anders schuift dat kind zo naar buiten! Nog geen uur later was het kind geboren. Bijna op de achterbank.
Een schrille pieptoon uit de mobilofoon verstoort de verbale troefronde: de centrale meldt werk. Niet veel later is Mike Raanhuis met zijn taxi op weg naar een klant. Hij volgt een journalistieke opleiding in Diemen, maar verdient al vijf jaar bij als taxichauffeur in deze regio; zijn ouders en vriendin wonen hier. Naast Gerard Arninkhof en Regilio Tuur heeft hij ook minder prominente figuren in zijn auto gehad. Ik moest iemand ophalen in Oosterbeek op het station. Het was echt een onguur type: trainingsjasje en op zijn ene wang een bosje mee-eters. Hij stapt in en begon er meteen al over dat ie zichzelf niet vertrouwde en dus maar vooraf betaalde. Toen zei hij: Ik ben net vrij en ik moet naar Elden, geld ophalen bij m'n ex-vrouw. Ik dacht: net vrij, dus die komt van zijn werk. Vertelt ie later dat ie net vrijgelaten is na drie jaar cel vanwege een overval op een postagentschap. We zijn naar zijn ex-vrouw geweest en daarna langs een condoomautomaat. Ik heb hem afgezet in het Spijkerkwartier in Arnhem. Daar zitten de vrouwen van lichte zeden. Hij had drie jaar onthouding gehad.
In Renkum stopt Raanhuis voor het huis van een vaste klant. Een bejaarde vrouw stapt door haar piepkleine tuintje op de auto af en neemt plaats naast de bestuurder. Al twintig jaar rijdt zij eens in de twee weken naar Angelo om haar verstandelijk gehandicapte dochter te bezoeken. Op de snelweg richting Angelo mindert Raanhuis snelheid. Er is een camera hier, je mag maar honderd. Als je hier harder rijdt zal je het niet vergeten. De tot nog toe zwijgzame vrouw reageert ad rem: De student die me jaren terug reed, zal dat ook niet vergeten. Ik zei nog: je mag hier maar honderd. Hij reed honderdveertig; 250 gulden boete. Had hij het hele weekend voor niets gereden. En ik zei nog: je mag hier maar honderd.
Nadat de vrouw bij haar dochter is afgezet rijdt Mike Raanhuis terug naar het busstation. Hoewel hij het leuk vindt om taxichauffeur te zijn, is het niet altijd makkelijk. Laatst zat er een oude man in de auto, heel zielig. Hij kwam terug van zijn demente vrouw, die was opgenomen in de Halderhof in Bennekom. Zelf had hij al een herseninfarct gehad en leed hij aan blaaskanker. Hij vertelde dat hij nu voor zichzelf moest leren koken. Op een gegeven moment werd het hem te veel en zat hij in de wagen te huilen. Toen we bij zijn huis aankwamen heb ik nog een tijd met hem zitten praten.
Dat is wel moeilijk.

Re:ageer