Wetenschap - 5 januari 1995

TBR geeist tegen verdachte in moordzaak Henk Oosterwoud

TBR geeist tegen verdachte in moordzaak Henk Oosterwoud

Op 3 januari is in het Paleis van Justitie te Arnhem de zaak-Oosterwoud behandeld. De Wageninger J.v.L. wordt verdacht van de moord c.q. doodslag met voorbedachte rade op ex-wethouder Henk Oosterwoud in de nacht van 8 op 9 augustus van het vorig jaar. Rechter mr M. Huygens las de tenlastelegging voor, officier van Justitie J. Monsma hield het requisitoir.


Daar de verdachte niet op de rechtszitting wilde verschijnen en diens advocaat geen gelegenheid had gekregen zich met zijn client te onderhouden en zich derhalve had teruggetrokken, werd de zaak bij verstek behandeld.

Volgens de officier mr Monsma heeft J.v.L. de ex-wethouder met een klauwhamer gedood: Op bestiale, gruwelijke en weerzinwekkende wijze". Oosterwoud heeft, naar het onderzoek heeft uitgewezen, nog getracht kruipend de slagen te ontwijken, maar het grote aantal slagen op hoofd en lichaam dat J.v.L. hem heeft toegebracht, bleek fataal.

In de vroege ochtend, enkele uren na de moord, meldde de 33-jarige Wageninger zich op het politiebureau met de mededeling, dat hij een lijk wist te liggen en genoeg had van de rotzooi". Op de vraag of hij de dader was, antwoordde hij, dat hij de daad in opdracht van koningin Beatrix had uitgevoerd. Hij zei, een chip in het oor te hebben, waardoor hem opdrachten werd gegeven. In de kamer van Oosterwoud werd een klauwhamer aangetroffen, waarvan de kop met een doek was bedekt.

J.v.L. praatte zich vast door over de hamer te beginnen, terwijl deze nog niet was gevonden; alleen de dader kon hiervan weet hebben. Bloedonderzoek wees uit, dat bebloede kledingstukken van J.v.L. bloed van het slachtoffer bevatte. J.v.L. werd onmiddellijk in verzekerde bewaring gesteld. De officier prees de nauwgezetheid en de zorgvuldigheid waarmee de politie het onderzoek heeft verricht.

De verdachte onderging uitgebreid psychiatrisch onderzoek. De conclusie luidt: chronische paranoide schizofrenie. De rechter verklaarde dan ook, dat J.v.L. geestelijk zwaar gestoord is bevonden en dat het hem tenlastegelegde hem niet kan worden aangerekend. Een jaar psychiatrisch ziekenhuis en daarna TBR, verpleging onder verantwoordelijkheid van de overheid dus, is de eis. Hierin kon ieder zich schikken. De zaak komt 17 januari aanstaande voor.

Het navrante in deze zaak is dat in januari 1994 al TBR was geeist voor J.v.L., die toen tot zes maanden gevangenisstraf werd veroordeeld wegens diefstal en het mishandelen van een politieman. Mr Monsma verklaart niet te kunnen achterhalen waarom de eis tot TBR in 1994 is komen te vervallen. Ook in het archief van de afdeling Strafzaken bleek bij navraag geen enkele vermelding van de destijds opgelegde TBR terug te vinden, zodat dit raadsel nog onopgelost is. J.v.L. is al vele malen in aanraking gekomen met justitie en werd zonder resultaat in verschillende psychiatrische inrichtingen en afkickcentra behandeld. De officier eiste deze keer wel TBR. De beveiliging van de maatschappij moet voorop staan", was zijn commentaar.

Re:ageer