Wetenschap - 27 februari 1997

Survival-wedstrijd in de Ardennen

Survival-wedstrijd in de Ardennen

Survival-wedstrijd in de Ardennen
Bij vijf graden Celsius tot je middel in het water
Dit weekend zal in de Ardennen het Nationaal Studenten Survival plaatsvinden. Twee teams uit Wageningen verschijnen aan de start. De ene ploeg bestaat uit louter Argoroeiers, allen stoere mannen van boven de 1.90 meter en tachtig kilo. Grote gangmaker van het kwartet is veeteeltstudent Joost Geuijen uit het Achterhoekse Beltrum. Hij is een ware sportfanaat: toerroeier, Tartletos-lid en bovenal survivalrunner. In die laatste hoedanigheid behoort hij tot de top-zestig van het topsurvivalcircuit (TSC) in Nederland
Sinds Geuijen op 19-jarige leeftijd bij de Avro een aflevering zag van Survival of the fittest, is hij verkocht aan de vrij jonge sport. Hij toont foto's, tijdschriften, spenenzalf en wedstrijdkleding, onderwijl reppend over lopen in de Nieuw-Zeelandse wildernis, bungeejumpen en TSC-helden. Zoals de kerel die voor hem eindigde in een wedstrijd, terwijl die de dag tevoren de Elfstedentocht had uitgereden. Geuijen weet waar hij mee bezig is: Een normaal mens denkt er niet over om bij vijf graden Celsius tot het middel in het water te gaan. Maar ja, alleen hardlopen vindt hij maar saai
Een doorsnee week van Geuijen: twee keer trainen bij Tartletos, een middagje roeien en in het weekend thuis werken met eventueel met een duurloop, maar altijd met een bezoekje aan de hooizolder. Daar hangt een touw. Ben ik klaar met melken, dan pak ik een keer het touwtje heen en terug. Desalniettemin vindt hij zichzelf geen duursporter of veeltrainer in vergelijking met de top. Survivalrunnen is dan ook een zware sport vol catcrawls, swingovers en apenhangen. De af te leggen trajecten zijn meestal minstens twintig kilometer lang, bestrooid met zestig hindernissen zoals door water waden, boomstammen hakken, over, onder en langs netten en touwen kruipen en - bij voorkeur zo tegen het einde van de race - boogschieten. In Gendringen moesten we zes keer de Oude IJssel in, geen zon, en veel wind. Ja, dan raken er wel mensen onderkoeld.
Het kan Geuijen niet zwaar genoeg zijn. Ik ben overal voor te porren. Het parcours van aankomend weekend kent hij niet. Maar waarschijnlijk moeten we van A naar B lopen met eventueel een handicap. Een eitje; zonder kajakken, klauteren of abseilen. Geuijen klinkt teleurgesteld: Ken je die brug bij Houffalize op de weg van Luik naar Luxemburg? Zestig meter hoog! Daar gingen ze vorig jaar tijdens een wedstrijd vanaf, geweldig man.
Ploegmaat Wopke Botjes blijft zeer rustig onder Geuijens enthousiasme. In sportief opzicht is hij toch ook geen kleine jongen: voormalig raceroeier en Mont Blanc-bedwinger, en van plan in september de marathon van Berlijn te lopen. Ik ben geen survivalspecialist, al vind ik afzien wel een uitdaging. Botjes houdt meer van trekken onder primitieve omstandigheden. Het komend weekend is voor hem dan ook niet meer dan even optrekken met een vriendenclub. Voor de mentaliteit is topsport heel positief, je krijgt meer discipline. Maar het moet niet de hele studietijd in beslag nemen, want op het sociale vlak blijft dan veel liggen.
Over naar het tweede team, dat is geformeerd uit individuele aanmelders. Hier is derdejaars Bosbouw Jelmer Dam de meest ervaren man. Zoals zijn coupe en kledij al doen vermoeden, is hij ex-commando. Hij haalde zijn baret niet, want ik was het niet eens met de brainwashing. Zijn staat van dienst: ex-raceroeier, vijfde op een NSK-survival voor koppels en in Engeland coast to coast lopen. Ik hou van lopen met rugzak in de natuur. Dat is meteen ook het verschil tussen mijn visie op survival en die van Joost.
Toekomstig ploeggenoot Sandra van der Kroon heeft geen survivalervaring. Maar ik fiets en zwem veel en hou van paardrijden. Ik dacht dat de teams zouden zijn onderverdeeld in mannen en vrouwen. Nu blijkt dat ik als enig meisje mee ga uit Wageningen. Ik ga mee vanuit mijn sportieve instelling. Zo leer je weer 's andere mensen kennen en het is een leuke omgeving.
Verwacht wordt dat in de Ardennen vooral het orientatievermogen zal worden getest; met kaart en kompas van A naar B, eventueel met een boomstronk of een jerrycan water als handicap. Volgens Dam heet het dan ten onrechte survival: Dat is zoals in dienst op maandag losgelaten worden en zien zonder eten vrijdag op de juiste plek aan te komen. Een dag survival in de Ardennen is op zich al een contradictie. Desalniettemin zal zijn commando-ervaring van pas komen, want hij weet dat natte sokken meteen verwisseld moeten worden en in de broekzak dienen te worden gestopt, en dat je voor het slapen gaan een rondje moet rennen, opdat je warm de zak ingaat
Het derde teamlid, Jeroen Sleijffers, voert het gesprek naar Bart Vos, noordpoolexpedities, de K2 en solozeilen. Sleijffers blijkt een echte filosoof: Het heeft allemaal te maken met de essentie van het leven. In het dagelijks leven maken mensen zich druk om onbelangrijk dingen als: ik wil geen perzikthee. Op een berg ben je blij met uberhaupt thee. Dan gaat het om overleven. Mensen realiseren zich niet dat ze maar een leven hebben. Sleijffers bestempelt grensverleggende ervaringen als een soort persoonlijk cv. Je wordt er sterker van. Als je voor iets moeilijks staat, kun je zeggen: ik heb potverdomme dat en dat gedaan en dat ging ook goed. Ik zou wel willen fietsen naar het zuidpuntje van India. In vrijheid leven. Ik ben niet zo grensverleggend; een marathon doet me niks.

Re:ageer