Wetenschap - 19 januari 1995

Studiecoordinatoren verdeeld over bindend studieadvies

Studiecoordinatoren verdeeld over bindend studieadvies

De meningen over de eventuele invoering van een bindend studieadvies in de propaedeuse lopen sterk uiteen, zo blijkt uit een peiling onder zes studiecoordinatoren. Een deel van de coordinatoren ziet een bindend advies niet zitten.


Hoofd studentenzaken drs J.G. Bosman verklaarde vorige week voorstander te zijn van invoering van een bindend studieadvies. Propaedeusestudiecoordinator C.M.V. Haenen wil nog niet ingaan op zijn uitspraak, ik heb daar natuurlijk wel een persoonlijke mening over, maar geeft aan dat het onderwerp binnenkort wel ter sprake komt in de propaedeusecommissie studiebegeleiding.

Onderwijsinstellingen mogen volgens de wet slecht presterende eerstejaars dwingen met de opleiding te stoppen. Zo'n bindend advies moet zijn gebaseerd op behaalde resultaten. Een beoordeling op basis van algemene geschiktheid is niet toegestaan.

Een algemene richtlijn over het aantal punten dat studenten moeten halen is er niet. Een opleiding mag zelf bepalen hoe streng ze is. Wel moeten studenten in de gevarenzone tijdig worden gewaarschuwd. Wanneer een student van mening is dat de onderwijsinstelling onzorgvuldig heeft gehandeld, kan hij of zij in beroep gaan bij de examencommissie.

Enkele hogescholen hebben het bindend advies inmiddels ingevoerd, maar op de universiteiten was het onderwerp tot nu toe onbespreekbaar. Een deel van de studiecoordinatoren op de LU is van mening dat dit zo dient te blijven.

Zo'n advies is alleen zinvol als je propaedeuse hebt die maatgevend is voor de rest van de studie," reageert ir G. Parlevliet van landinrichtingswetenschappen. Op de LU is dat veelal niet het geval. We zitten nog steeds met de restanten van de getrapte propaedeuse, veelal een compromis tussen uiteenlopende richtingen."

Ir H.C.P. de Vries van Landbouwtechniek wil in ieder geval als studiecoordinator niets te maken hebben met een bindend advies. Een studiecoordinator heeft een vertrouwenspositie en dat moet zo blijven, vindt hij. Ook zijn collega ir A. Keetman van Agrosysteemkunde twijfelt. Nu al merkt hij dat studenten door de tempobeurs eerder de zenuwen hebben voor struikelvakken. Zal zo'n maatregel de druk niet nog verder opvoeren?

Dr ir W.M.A.M. van Dongen van Moleculaire wetenschappen heeft geen bezwaren. Studenten die na drie jaar nog niet de helft van de DA binnen hebben, dat wordt soms te laat opgemerkt. Voor een nieuwe opleiding is dat dan te laat. Het zou goed zijn als eerder werd ingegrepen." Ook ir G. Blom van Milieuhygiene denkt dat een bindend advies voor slecht presterende eerstejaars redelijk is.

Y.H. Blauw van Voeding van de mens vreest dat laatbloeiers ten onrechte een negatief advies zullen krijgen. Achteraf is makkelijk te zeggen wat de hopeloze gevallen zijn. Maar dat is dus achteraf. Ik zie soms mensen die een moeilijke start hebben en later in de studie toch helemaal tot hun recht komen."

Re:ageer