Wetenschap - 29 mei 1997

Studenten tellen varkens in Brabant

Studenten tellen varkens in Brabant

Studenten tellen varkens in Brabant
Kletsen met het meisje van de weegbrug
Jeffrey Kuijpers is een van de vele Wageningers die sinds enkele weken regelmatig afreizen naar Brabant om daar assistentie te verlenen bij de varkenspest. Deze week nog was Kuijpers tussen twaalf uur 's nachts en half zeven de volgende avond in de weer in het gebied rond Venhorst. De baan: het transport van vleesvarkens en biggen van de boer naar de slachterij begeleiden. De vierdejaars Agrarische economie is vandaag echter weer thuis
Voor de gelegenheid heeft hij een passende stropdas omgedaan met een motief van veelkleurige varkens. Van mijn vriendin gekregen, lacht hij. Omdat ze vond dat ik de laatste tijd nergens anders meer over praat dan over varkens. Want behalve zijn nachtelijke bijbaantje is Kuijpers bezig met een afstudeervak dat de (varkens)termijnmarkt als onderwerp heeft
Dankzij de varkenspest moeten veel bedrijven (preventief) geruimd worden. De RVV - de Rijksdienst voor de Verspreiding van Virusssen - bedient zich thans van Wageningse studenten, die transporten begeleiden, varkens tellen en toezien op de naleving van de hygienevoorschriften. Coordinator ter plaatse is afgestudeerd veeteler Geert Harm Boerhave. Hij is tevreden over de gang van zaken. Het is allemaal erg snel opgezet. Ik ben net elf dagen bezig.
Begin mei dansten de studenten volgens hem nog wel 's wat te veel naar het pijpen van de chauffeurs, maar dat is nu over. Een voorlichtingsavond op 22 mei, met 150 studenten zeer druk bezocht, in een zaaltje in het Biotechnion zal daar aan hebben bijgedragen. Na een uitleg over de pest en de ontvangst van instructies zijn veel Wageningers in Brabant aan het bijverdienen geslagen. Het werk betaalt goed: 27,50 gulden per uur, plus een reiskostenvergoeding en een lunchpakketje. De plaatselijke bakker doet vast goede zaken, lacht Kuijpers. Overigens kun je het broodje ham beter opeten voor je naar de slachterij gaat.
De RVV heeft gekozen voor LUW-studenten omdat zij binding hebben met de landbouw en beschikken over een grote mate van verantwoordelijkheidsgevoel. Zes avonden per week zijn dertig studenten nodig. De eerste maal vertrok Kuijpers met slaapzak om twee uur 's nachts vanaf Hoevestein. Pas na drie uur kon hij aan de slag; gelukkig stonden er toen nog door het leger opgezette tenten met stretchers, zodat hij a 27,50 per uur wat kon slapen. De tweede keer ging hij met eigen auto. Toen moest hij er om vijf uur in de ochtend zijn. Omdat ook toen niet direct een transport voorradig was, besloot hij in de auto te tukken. Uiteindelijk werd Kuijpers die ochtend slapende rijk, want pas tegen elven wakker
Inmiddels heeft hij zo'n tien ritten achter de rug naar oorden als De Mortel, De Rips, Veghel en Volkel. De logistiek is intussen enorm verbeterd
Kuijpers schetst zijn baan: Je rijdt naar boer Jansen, die door de chauffeur per mobile is gebeld dat ie eraan komt. Aangekomen trek je overall en laarzen aan en ontsmet je de boel met natronloog. Een keer moest ik zelf de bak bijvullen, heb ik mijn hand nog lelijk verbrand. Vervolgens gaan chauffeur en begeleider het erf op. Als er bijvoorbeeld 150 varkens of biggen weg moeten, dan tel ik tot 150 en kijk ondertussen of ze het een beetje netjes doen. Het inladen gebeurt onder luid gepiep van de varkens. Ik sta er zelf maar een beetje bij te kijken, want ik mag niks doen.
De varkens zien er meestal wel goed uit, vindt hij. Al verschilt dat van boer tot boer. Soms zijn ze een beetje kreupel en heel soms hebben ze vergroeiingen of zweren.
Vervolgens wordt de wagen ontsmet, worden in het woonhuis de papieren in orde gemaakt en gaat het richting slachthuis. De boeren zijn over het algemeen wel blij als ze de varkens kwijt kunnen, weet Kuijpers. De stallen zijn te vol en ze krijgen een goede prijs. Wel vinden ze dat wij belachelijk veel verdienen.
De gespreksstof in de cabine betreft doorgaans voetbal en vrouwen. Kuijpers: In ieder geval niet afstudeervakken of stages. De chauffeurs rijden soms al dertig jaar varkens. Ze praten plat Brabants, moeilijk te verstaan voor iemand uit Noord-Holland. Gelukkig kom ik zelf uit Nijmegen. Ze zijn redelijk enthousiast over ons. Voordat ze ons inhuurden, werkten er uitzendkrachten. Die zaten een beetje te zuipen en te blowen. Kuijpers kan goed met hen overweg: Ik lul wel lekker mee, je moet niet meteen gaan zeiken dat ze hun witte kapje niet ophebben of zo. Het zijn echte mannen die met een hand een shaggie rollen, ondertussen met een kaart in de andere hand sturen en nog tijd hebben om te praten ook.
Eenmaal aangekomen bij de slachterij wordt de wagen gewogen en de vracht uitgeladen. Dan ga je zitten wachten. Anderhalf uur is normaal, met excessen tot drieenhalf. Ik klets wat met het meisje van de weegbrug. Dat doen de slachters ook, terwijl het bloed uit hun kleren druppelt. Veel meer kan in Son ook niet, want de wachtruimte bevat slechts vier stoelen, een asbak en een spel kaarten. Iedere nacht hebben de studenten een tot vijf ritten. Wachten is leuk in het begin, maar het wordt al snel saai. In Venhorst zijn meestal meer Wageningers, zodat zelfs een beetje gevoetbald kan worden. Meestal blijft het echter bij roken, koffie drinken, praten over 't werk of Argo en bellen met de 06-telefoon.

Re:ageer