Wetenschap - 7 december 1995

Studenten halen meer uren dan ze werkelijk studeren

Studenten halen meer uren dan ze werkelijk studeren

Debat over overconsumptie van onderwijs

Economie-studenten doen gemiddeld 5800 uur tijdens hun doctoraal, voedingsstudenten 6400 uur. Alle LUW-studenten haalden de afgelopen tien jaar meer uren dan de benodigde 5100. Een luxe-consumptie die de universiteit zich niet meer kan veroorloven, meent vco-voorzitter prof. dr ir L. Speelman. Een gevolg van te gemakkelijke studierichtingen, denkt hoogleraar Fysiologie van mens en dier, prof. dr D. van der Heide. Het WUB organiseerde een debat en nodigde daarbij ook onderwijskundige drs J.J. Steen, afgestudeerde ir N. de Roos (voeding) en tuinbouwstudent P. van Boekel uit.


Studentensocieteit Ceres heet ons op 22 november van harte welkom in de bibliotheekzaal. We moeten op kousevoeten naar binnen, omdat de vloer pas in de lak is gezet en nog niet helemaal droog is. Bij de start van de discussie deelt het WUB een cijferlijstje uit, waarop per studierichting de overconsumptie van LUW-onderwijs staat aangegeven.

Speelman: Studenten willen hun positie op de arbeidsmarkt verbeteren. Dat is een voor de hand liggende verklaring waarom studenten veel extra vakken volgen. Uit onderzoek van het Loopbaancentrum KLV blijkt echter dat het voor het vinden van een baan niet uitmaakt of studenten kort of lang studeren. Integendeel: kort studeren lijkt zelfs een voordeel. Nu zeggen deze cijfers niet alles. Misschien studeren studenten pas af als ze een baan hebben. Dat neemt niet weg dat ze gemiddeld voor 28 studiepunten extra vakken volgen. De vraag is of dat een probleem is."

Van der Heide: Ik denk dat het punt van een baan zeker speelt. Dat weet ik nog wel uit mijn studietijd in Leiden. Studenten die al tijdens hun studie door het bedrijfsleven werden aangeklampt, maakten als de sodemieter hun studie af. Maar ik denk dat er meer aan de hand is. Als ik hoor dat studenten zoveel extra uren halen, vraag ik me af of sommige studierichtingen niet te makkelijk zijn. Ik denk dat meespeelt dat er veel overlap tussen vakken zit, waardoor een student de eerste veertig uur van een vak al op zak heeft."

Speelman: Een beroemde mythe in dit kader is de citroenzuurcyclus. Het is weleens geturfd en ik geloof dat die cyclus acht keer wordt uitgelegd."

Van Boekel: Bij tuinbouw krijg je de citroenzuurcyclus twee keer in de propaedeuse. Dat valt dus wel mee. Overlap is trouwens niet altijd slecht. Het is goed om kennis af en toe op te frissen. Bovendien krijg je dezelfde stof bij verschillende vakken meestal uit een heel nieuwe invalshoek."

De Roos: Sommige vakken kun je inderdaad met veel minder uren halen, heb ik gemerkt. Als je in een trimester zeshonderd uur haalt, zijn daar ook 120-uursvakken bij waar je maar zestig uur insteekt. Dan kun je er gemakkelijk nog iets bij doen dat je interessant vindt."

Verspilde moeite

Van der Heide: Precies, dat bedoel ik. Herken je waarom je er minder tijd in stak? Kostte het wel zo veel tijd om de stof door te werken?"

De Roos: Sommige vakken kun je halen op de college-aantekeningen."

Van Boekel: De niet-gevolgde colleges trek je sowieso van de benodigde tijd af. Als het dictaat duidelijk is, is het volgen van colleges waar een docent hetzelfde verhaal vertelt, verspilde moeite. Natuurlijk zijn er ook colleges waar uitwerkingen van de stof en praktijkvoorbeelden worden gegeven. Die komen misschien niet terug op het examen, maar naar zo'n college ga je omdat het interessant is."

Van der Heide: Als je studenten er expliciet naar vraagt, blijkt dat ze niet zoveel studeren als ze denken. Neem een vak als Fysiologie van mens en dier, een propaedeusevak van 120 uur. Bij de Muggen-enquete geven studenten steevast aan dat ze er veel meer tijd aan kwijt zijn. Toen wij ze vroegen de gebruikte uren eens precies bij te houden, bleef een groot percentage echter royaal onder de 120 uur, de studenten Huishoudwetenschappen uitgezonderd. De piek zat tussen de 80 en 90 uur. Toch is het slagingspercentage maar 50 a 55 procent."

Speelman: Toch gek, die tegenstelling. Hoewel: niet zo lang geleden kwam op een avond voor propaedeusedocenten ter sprake dat een gemiddelde student driekwart studeert van wat wij hem toedichten. Dus misschien niet zo vreemd dat studenten driekwart van het aantal uren aankruisen."

Steen: Een student studeert jaarlijks netto zo'n 1300 uur. Dat is puur studeren en colleges bijwonen. De rest van de 1680 uur is tarra: koffie drinken, naar de wc gaan, reizen."

Speelman: Ik geloof niet in het bestaan van gemaksstudies. Overconsumptie komt omdat studenten nog geld over hebben, gemotiveerd zijn en geen baan als beter alternatief hebben. Daarnaast moedigen docenten onderwijsconsumptie uit strategische overwegingen aan. Ze zijn bang capaciteit te verliezen als er minder studenten komen. Want waarom is het zo beroerd afgelopen met agrarische geschiedenis? Het onderzoek is uitstekend, maar ze geven te weinig onderwijs."

Stilzwijgend pact

Steen: Ik denk dat er sprake is van een stilzwijgend pact tussen docenten en studenten. Docenten stimuleren het volgen van extra vakken, omdat ze er onderwijsvergoeding voor krijgen; studenten willen extra uren op hun bul."

De Roos: Die stimulering van docenten heb ik nooit gemerkt."

Steen: Nou, als studenten bij mij een afstudeervak willen doen: graag."

Speelman: Wat ook meespeelt is dat we studenten niet de dupe wilden laten worden van de vierjarige opleidingen, die we veel te kort vonden. Maar inmiddels zijn de vierjarige studies maatschappelijk geaccepteerd. Nu een aantal opleidingen bovendien vijf jaar is geworden, is het goed dat de financiering van de instelling synchroon gaat lopen met de verblijfsduur van de student. Vroeger was overconsumptie geen probleem. Je voelde als vakgroep wel wat extra werkdruk, maar dat werd achteraf verrekend. Maar op het onderwijs is flink gekort. Voor een practicum dat in het verleden nog 340 uur opleverde, krijgt de vakgroep nu nog maar 200 uur. Er is geen tijd meer om de stof te vernieuwen. Dat gaat kraken. Daarom is twee jaar geleden gezegd dat we eens moeten kijken naar die extra vakken. Luxe-consumptie moeten we afschaffen."

Steen: Wat ik merk tijdens contacten met docenten is dat de rek er echt uit is. Het kan zo niet meer, dus moeten we onderwijstaken wegstrepen."

Van der Heide: Ik geloof niet dat overconsumptie zoveel kost. Het probleem zit in het verdeelmodel. Dat is in Wageningen veel te fijnmazig. Voor de belasting van een docent maakt het bijvoorbeeld niet uit of er 200 of 150 studenten in de zaal zitten. Maar het scheelt wel in de beloning. Het is niet realistisch om bij de beloning rekening te houden met het aantal studenten."

Knipkaart

Speelman: Er komt een nieuw verdeelmodel dat waarschijnlijk minder rekening houdt met studentenaantallen. Maar dan is er nog het probleem van extra afstudeervakken. Die zijn echt duur. Voor de begeleiding van een afstudeervak krijgt een vakgroep tachtig uur, zo'n achtduizend gulden. Daarvoor zou je studenten een knipkaart moeten geven."

Van der Heide: Ik wil weleens gedefinieerd zien wat extra vakken zijn. Volgens mij kun je die niet aanwijzen."

Speelman: Dat is een royal mix."

Van der Heide: Precies, dus weten vakgroepen niet wat de extra vakken zijn. Voor het grote deel zijn het reguliere vakken die worden gevolgd door extra studenten. Studenten volgen die vakken om eens te shoppen."

Van Boekel: In het begin van je doctoraal volg je wat extra vakken om eens te kijken. Zo heb ik bijvoorbeeld Inleiding bedrijfskunde gevolgd en Inleiding Proceskunde. Bedrijfskunde vond ik zo mooi, daar ben ik mee verder gegaan. Proceskunde vond ik niks. De vrije-keuzeruimte is daarvoor niet genoeg, want als je eenmaal hebt geroken aan een vakgebied en het bevalt je, wil je daarmee verder."

Speelman: Maar studenten hebben bijna driekwart jaar vrije keuze. En de keuze van het tweede afstudeervak is daarbij nog niet inbegrepen; die is ook vrij. Dus de opleidingen zijn al hartstikke flexibel. Waarvoor zijn dan nog extra vakken nodig?"

De Roos: Kosten afstudeervakken wel zo veel? Studenten verzetten juist veel werk voor een vakgroep en helpen zo het onderzoek vooruit."

Speelman: Dat hangt ervan af. Als er sprake is van proeven, moet daar een assistent bij zijn. Er zijn voortgangsgesprekken nodig. Dan kom je echt wel aan tachtig uur begeleiding."

Van der Heide: Ja, we steken er zeker tachtig uur begeleiding in. Maar dat is niet zo erg, want studenten dragen zo bij aan het vakgroepsonderzoek. Ik ga nu een gewaagd voorstel doen: moet je het begeleiden van afstudeervakken wel honoreren? We doen het immers graag. Verder kunnen we bezuinigen door de overlap tussen vakken weg te halen en door basisvakken niet voor iedere richting apart te geven."

Waardevol

Speelman: Het aantal vakken waaruit studenten kunnen kiezen moet ook omlaag. In het nieuwe verdeelmodel zijn straks ongeveer duizend vakken beschermd doordat ze zijn opgenomen in een studieprogramma. Zo'n twee- tot driehonderd vakken horen nergens bij. Die zullen als eerste verdwijnen."

Van der Heide: Daarmee los je de overconsumptie niet op. Studenten kiezen dan gewoon uit het reguliere aanbod."

Van Boekel: Juist die kleine vakjes zijn vaak specialistisch en daarom waardevol. Ik ben het eens met Van der Heide. Door verplichte vakken te bundelen en voor meerdere richtingen tegelijk te geven, kun je meer bezuinigen dan door kleine vakjes te schrappen."

De Roos: Ik vind het een moeilijk probleem omdat er zoveel verschillende belangen meespelen. Ik denk dat studenten bewust kiezen. Ze doen extra vakken om hun positie op de arbeidsmarkt te versterken. Ik zou het zonde vinden als dat niet meer zou kunnen. De studiefinanciering is nog maar vier of vijf jaar, maar ik vraag me af of dat leidt tot minder uren. Studenten zullen proberen harder te werken. Nu laat je misschien nog eens twee of drie maanden tussen twee afstudeervakken vallen, want je hebt toch zes jaar. Straks doe je dat niet meer. Studenten worden ook kritischer. Vakken met veel overlap zullen ze niet meer doen."

Van der Heide: Ik zie overconsumptie niet als een probleem. Ik zal iedere student stimuleren zoveel mogelijk onderwijs te volgen. En dat is echt niet ingegeven uit het oogpunt van honorering van vakken. Als een student een studie van vijf jaar heeft, mag ie er voor zes jaar aan mogelijkheden instoppen."

Re:ageer