Wetenschap - 3 december 1998

Studenten en docenten uit de tropenhoek zijn ongerust

Studenten en docenten uit de tropenhoek zijn ongerust

Studenten en docenten uit de tropenhoek zijn ongerust
Universiteiten moeten op kwaliteit selecteren
Een universiteit onwaardig. Drie hoogleraren hebben tijdens een debat over de toekomst van het tropenonderwijs felle kritiek geuit op het ondernemingsplan. Ze pleiten voor een academisch debat
Ze zijn boos en ongerust. De studenten van de tropenrichtingen zijn 30 november massaal naar De Wereld gekomen voor de discussie over de toekomst van het ontwikkelingsonderwijs aan de Landbouwuniversiteit
Aanleiding voor de bijeenkomst is het op 17 november gepresenteerde ondernemingsplan van het college van bestuur. Daarin wordt voorgesteld de tropenstudies Rurale ontwikkelingsstudies en Tropisch landgebruik op te heffen. Het ontwikkelingsonderwijs komt terug als specialisatie bij andere opleidingen. Daartoe zou een centrum voor ontwikkelingsstudies opgericht moeten worden. Voor de tropenopleidingen belangrijke leerstoelgroepen als Vrouwenstudies in de landbouw, Technologie en agrarische ontwikkeling en Agrarisch recht niet-westers worden bovendien geschrapt
Bij prof. dr Rudy Rabbinge en prof. dr Paul Richards, beiden als spreker uitgenodigd, is het plan slecht gevallen. De derde spreker, prof. dr Erik Smaling, ziet wel wat in het voorstel om de tropenopleidingen onderdeel te maken van de reguliere opleidingen. Veel ontwikkelingsonderwijs is niet specifiek westers of niet-westers.
Smaling is ook positief over het voornemen het ontwikkelingsonderwijs te bundelen in een speciaal centrum. Maar hoe kan dat nu als het college zo veel voor het ontwikkelingsonderwijs belangrijke leerstoelen schrapt?, vraagt hoogleraar vrouwenstudies prof. dr Patrica Howard-Borjas. Ook Smaling ziet hier een probleem. Het slagen van dit plan is natuurlijk afhankelijk van de capaciteit die de universiteit in het ontwikkelingsonderwijs wil steken. Daarover moet wat Smaling betreft nog worden gediscussieerd. Na afloop van de bijeenkomst laat hij weten het huidige plan een stap te ver te vinden
Verzwakt
Rabbinge begint zijn betoog met de uitleg dat het nodig is om de universiteit te reorganiseren. Hij noemt onder meer de sterk gedaalde studentenaantallen. Voor het ondernemingsplan heeft hij echter geen goed woord over. In zijn ogen verzwakt het de universiteit. Het sterke punt van het Wageningse onderwijs en onderzoek is het integreren van technische en sociale wetenschappen, betoogt Rabbinge. Maar groepen die daar sterk in zijn, worden juist afgezwakt. Het wordt mij niet duidelijk waarom. Ik mis de argumenten.
Het ontwikkelingsgerichte onderwijs moet ook na de reorganisatie een herkenbare plaats binnen de universiteit houden, vindt Rabbinge. In het huidige plan is dat onvoldoende het geval. Rabbinge vreest dat de ontwikkelingsgerichte opleidingen straks onder de paraplu van de huidige studie Landinrichtingswetenschappen valt. Dat vindt hij niet passend
De Britse antropoloog Richards is door de organisatoren van het debat gevraagd om ook een geluid van buiten de universiteit te laten horen. Dat heeft nu wel een erg letterlijke betekenis gekregen, zegt Richards cynisch. I'm one of the professors who got sacked.
De met ontslag bedreigde hoogleraar - het ondernemingsplan is nog niet goedgekeurd - heeft te horen gekregen dat het verdwijnen van zijn leerstoel niets te maken heeft met de kwaliteit van zijn onderwijs en onderzoek. Het gaat erom dat zijn leerstoel niet tot de core-business van de universiteit hoort. Maar hoe kan dat, vraagt Richards zich af. Universiteiten wereldwijd selecteren juist wel op kwaliteit. Groepen die beroerd onderwijs geven, vliegen er als eerste uit en zo hoort het ook.
Felle kritiek heeft Richards op het voornemen om de Wageningse bijdrage aan de landelijke onderzoekschool voor ontwikkelingsgerichtonderzoek Ceres terug te trekken. Een deel van het in Ceres ondergebrachte onderzoek is in het ondernemingsplan geschrapt. Wat overblijft moet worden ondergebracht in het Mansholtinstituut
Daarmee kiest de Landbouwuniversiteit voor haar eigen marktpositie, ten koste van de kwaliteit, vindt Richards. Ceres is een erkende onderzoeksschool. Het Mansholtinstituut is nog niet meer dan een naamplaatje in De Leeuwenborch. Blijkbaar is dat het nieuwe beleid. Eerst een merknaam verzinnen, en er dan pas inhoud aangeven. Het probleem met Ceres is natuurlijk dat het geen Wageningse onderzoeksschool is. Je kunt er niet die Wageningse W opplakken.
Howard Borjas vindt het onderscheid dat Richards maakt tussen marktgericht en academisch maar flauwekul. De Amerikaanse Cornell University is een prive-universiteit. Toch zijn daar sociologische opleidingen. Het geheim is dat ze fondsen weten aan te trekken. Waarom kan dat in Wageningen niet gebeuren?
Howard Borjas krijgt bijval van Rabbinge. Het kan natuurlijke niet zo zijn dat hoogleraren die een aantrekkelijk programma bieden, weggestuurd worden omdat ze niet tot de core-business behoren.
Debat
Het moet anders, zo is de algemene conclusie van de middag. Er moet een nieuw plan komen. Maar de tijd dringt. Op 15 december al wil de raad van bestuur een besluit nemen. Die datum moet van tafel, vinden de hoogleraren en de studenten in de zaal. Er moet een academisch debat komen
Richards: Het kan toch niet zo zijn, dat zo een klein groepje beslist over zo iets belangrijks. De studenten in de zaal zijn pessimistisch, ze denken dat er acties nodig zijn om de raad van bestuur op andere gedachten te brengen. Rabbinge kan zich echter niet voorstellen dat die extra tijd er niet komt. Dit plan heeft niets te maken met een academisch debat. Het is een universiteit onwaardig. Dertig jaar geleden hebben we gevochten voor democratie. Het kan nu niet zo zijn dat een klein groepje zo'n plan presenteert zonder ons de kans te geven met een alternatief te komen.

Re:ageer