Wetenschap - 15 mei 1997

Student van de toekomst wil interactief college

Student van de toekomst wil interactief college

Student van de toekomst wil interactief college
Technologie en Voedsel investeert acht ton in onderwijs
Het onderwijsinstituut Technologie en Voedsel heeft acht ton per jaar beschikbaar voor investering in het onderwijs. Het instituut wil met dat geld nieuwe markten aanboren en het onderwijs aanbieden waar de student van de toekomst om vraagt. Die student krijgt, als het aan voorzitter Hans Tramper ligt, onderwijs in een nieuw onderwijsgebouw
Het klassieke hoorcollege zal in de toekomst voor een groot deel verdwijnen. Onze studenten zullen meer in kleine groepen werken. Het onderwijs zal meer studentgericht zijn; in plaats van passief onderwijs te consumeren zullen onze studenten actief participeren. Volgens voorzitter prof. dr ir Hans Tramper heeft de vraag hoe studenten over vijf of tien jaar studeren centraal gestaan bij het opstellen van het eerste strategische plan van het onderwijsinstituut Technologie en Voeding. Het plan geeft aan hoe het instituut de acht ton wil uitgeven die het jaarlijks beschikbaar heeft voor investeringen
De omvorming van het vwo tot een studiehuis, die volgend jaar moet beginnen, zal volgens Tramper consequenties hebben voor het onderwijs van de universiteit. De vwo'ers zullen veel meer gewend raken aan zelfstandig studeren. De huidige examenpakketten op het vwo worden vervangen door vier studieprofielen. Zowel studenten met het profiel Natuur en techniek als studenten met Natuur en gezondheid kunnen in de toekomst bij de opleidingen van het onderwijsinstituut terecht
Voor de studierichting Bioprocestechnologie is het profiel Natuur en techniek waarschijnlijk een betere voorbereiding dan Natuur en gezondheid. We zullen dat moeten opvangen door vakken aan te passen aan de voorkennis van studenten. Het onderwijsinstituut heeft bijvoorbeeld geld uitgetrokken om het vak Biologie van de cel te moderniseren. Ook gaat het samen met de Open Universiteit en zeven andere universiteiten verschillende modules ontwikkelen waaruit de departementen later het onderwijs kunnen samenstellen. Studenten die Natuur en techniek hebben gehad, zullen andere modules van een vak volgen dan studenten met Natuur en gezondheid als achtergrond. Uiteindelijk moeten ze dan op hetzelfde niveau uitkomen, stelt Tramper
Filmpje
Bij de opzet van de modules wordt veel gebruik gemaakt van nieuwe media. Je kunt een verhaal over celdeling erg inzichtelijk maken door een filmpje op te nemen in de leerstof. Bij een vak dat ik gedeeltelijk verzorg over dierlijke celkweek, is het gemakkelijker uit te leggen hoe een fermentor werkt door eerst een goede video te laten zien dan door met z'n tienen om een echte fermentor te gaan staan, illustreert Tramper
Het onderwijs vraagt volgens Tramper en beleidsmedewerker drs Bert van den Ende in de toekomst om nieuwe faciliteiten. De ruimtelijke voorzieningen van de universiteit zijn een product van het verleden. Het Biotechnion zal binnenkort gerenoveerd worden. We kijken nu samen met de dienst Gebouwen en terreinen op welke manier we het best aan de toekomstige wensen voor onderwijs tegemoet kunnen komen.
In de verre toekomst moeten we misschien denken aan een speciaal gebouw voor onderwijs, een gebouw met ruimtes voor interactief onderwijs. Meer dan een grote collegezaal zul je er niet in vinden, maar wel veel kleine ruimtes. Het gebouw moet zo ingedeeld zijn dat het uitnodigt tot interactie en veel ruimte biedt voor sociale contacten. De aanwezige kennis moet perfect bereikbaar zijn. Binnenkort gaan we voor ideeen kijken bij de nieuwbouw van de beta-faculteiten in Amsterdam. De dienst Gebouwen en terreinen is volgens Tramper zeer geinteresseerd in de plannen
Nieuw is ook dat het onderwijsinstituut de markt op wil met het onderwijs. Het is onzin om bijscholing van afgestudeerden alleen aan de markt over te laten. Wij proberen ons onderwijs voor een geringe extra investering ook toegankelijk te maken voor andere doelgroepen, zoals werkenden, zegt Van den Ende. Het instituut heeft daarom een samenwerkingsverband in gedachten. Samen met de Open Universiteit kijken we hoe we door het combineren van hun aanbod met onze studierichtingen gezamenlijke programma's kunnen opzetten die gemakkelijk toegankelijk zijn voor werkenden. Die kunnen dan een studie Bioprocestechnologie volgen zonder dat ze daar vaak voor naar Wageningen hoeven te komen. Afstudeerprojecten zouden ze bijvoorbeeld op het bedrijf kunnen doen waar ze al werken. Tramper hoopt op termijn zo'n veertig studenten per jaar te trekken met de gezamenlijke programma's
Technologie en Voedsel trekt de komende drie jaar in totaal zo'n zeven ton uit voor vernieuwing van vakken. Door goede kwaliteit te leveren willen we onze concurrentiepositie verbeteren. Het instituut gaat daarom onderzoeken welke andere mogelijkheden het heeft om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. We willen kijken hoe we de waardering voor ons onderwijs kunnen verhogen. We gaan in overleg met de departementen over hun bevorderingsbeleid. Onderwijsprestaties moeten daarin een belangrijker rol spelen. Misschien is het goed als de onderwijsinstituten in de toekomst zelf docenten kunnen aanstellen, stelt Tramper, die echter geen voltijds docenten wil aanstellen. Het is niet genoeg voor een docent om over de rug van iemand anders mee te kijken. Docenten moeten zelf actief betrokken zijn bij het onderzoek om hun onderwijs actueel te kunnen houden
Vooruitgang
Terugkijkend op het eerste jaar van het onderwijsinstituut denken Tramper en Van den Ende dat de nieuwe bestuurlijke structuur een vooruitgang is. Volgens Van den Ende, lange tijd griffier van de universiteitsraad, was het centrale onderwijsbeleid vastgelopen en bieden de onderwijsinstituten nieuwe mogelijkheden. Het onderwijsbeleid was veel te versnipperd. De problemen ontstonden vooral doordat de financiele middelen en het beleid niet in een hand lagen. Heren praten niet over geld, zei een oud-rector vaak. De onderwijsinstituten hebben wel de verantwoordelijkheid voor kwaliteit en financien.
Het probleem was ook de grote afstand tussen het hoofdgebouw en de mensen die het onderwijs moeten verzorgen, vult Tramper aan. Wij weten beter wat er in de collegezaal gebeurt dan de ambtenaren op het hoofdgebouw. De start van het onderwijsinstituut is vrijwel vlekkeloos verlopen. We hebben niet altijd goed gecommuniceerd met de roc's, zegt Van den Ende. Het is ook niet gemakkelijk om alles goed te doen. De roc's zijn de laatste tijd gek geworden van alle wijzigingen. De universiteit heeft onderwijsinstituten ingesteld, heeft een nieuw model voor de verdeling van onderwijsgeld, heeft vakgroepen gefuseerd tot departementen en heeft de roostering omgegooid.
Hans Tramper verwerpt de suggestie dat zijn onderwijsinstituut bevoordeeld is bij de verdeling van geld over de verschillende instituten. Terwijl zijn onderwijsinstituut zo'n acht ton per jaar over heeft als strategische ruimte, heeft collega-instituut Omgevingswetenschappen moeite de touwtjes aan elkaar te knopen. Ik heb eens zitten rekenen. Wij krijgen per student niet meer dan de andere instituten. Wij hebben nu zoveel geld omdat onze roc's erg zuinig zijn geweest met het opnemen van vakken in hun pakketten. Dat schept ruimte om te investeren in noodzakelijke onderwijsvernieuwing.

Re:ageer