Wetenschap - 7 september 1995

Student is beter af met een huisarts in Wageningen

Student is beter af met een huisarts in Wageningen

Bij keelontsteking helpt een arts op afstand niet

Onder de jongerejaars heerst nogal eens de misvatting dat ze in geval van ziekte bij de studentenarts terecht kunnen. Fout. De studentenarts is het aanspreekpunt voor veel medische zaken in verband met de studie, maar hij is geen huisarts. Uit een snelle peiling bij tien studentenhuizen komt naar voren dat ouderejaars de nieuwelingen adviseren zich in ieder geval wel bij een Wageningse huisarts in te schrijven. Nog beter is het ook een tandarts te kiezen, in geval van noodvullingen.


Het overgrote deel van de nieuwe LUW-studenten geeft de voorkeur aan weekeindjes thuis, zeker het eerste jaar en soms ook langer. De afstand tot het ouderlijk huis speelt geen rol. Mocht er iets aan de gezondheid schorten, dan doet de student in het weekeinde een beroep op de huis- of tandarts thuis. Maar bij keelontsteking of koorts heb je niets aan een huisarts op afstand. Studenten denken wel eens dat ze dan een beroep kunnen doen op de studentenarts. Die is er echter voor heel andere zaken.

Ik ben een soort bedrijfsarts", aldus studentenarts A. Godkewitsch. Wanneer studenten ziek zijn, al is het maar een paar dagen, dan moeten ze dat even melden bij mij in De Wereld. Zeker bij ziektes met een langere duur, zoals de ziekte van Pfeiffer. Ziekte kan studievertraging veroorzaken; de student kan een practicum mislopen. Bij studievertraging door chronische ziekte of een handicap treden allerlei regelingen in werking, zoals de auditorenregeling."

Studenten kunnen ook bij mij terecht voor voorbereidingen van tropenstages, zoals inentingen, preventieve geneesmiddelen, informatie en ook de nazorg bij terugkeer. Ik behandel klachten die voortkomen uit de studie, zoals allergieen voor chemische of andere stoffen, hoofdpijn en slaapproblemen. Ook regel ik urgentieverklaringen voor huisvesting van studenten met een chronische ziekte of handicap. Maar let wel: de huisarts behandelt de ziekte en ik kijk naar de invloed van de ziekte op het studieverloop. Ik ben dus geen huisarts. Al jarenlang raad ik de studenten aan zich hier bij een huisarts in te schrijven. Als Wageningen een aantal jaren je woonplaats wordt, hoort inschrijving bij een huis- en tandarts erbij."

Weekendkaart

Bij een peiling in tien studentenhuizen geven tien willekeurige studenten antwoord op de vraag of zij en hun gang een vaste huis- en tandarts hebben. De tien vertegenwoordigen ruim zestig huisgenoten, van wie ze in de meeste gevallen weten of ze in Wageningen staan ingeschreven bij een huis- en tandarts. Van de tien zijn er zeven voor een huisarts in Wageningen.

De zeven studenten met voorkeur voor een Wageningse huisarts zijn allen ouderejaars. Zeven van de tien ondervraagden zijn particulier verzekerd; de ouders betalen de gezondheidszorg.

Het overgrote deel gaat nog steeds thuis naar de tandarts. Dat hoeft maar twee keer per jaar en is gemakkelijk met een bezoek aan de ouders te combineren.

Derdejaars A. Mulder: De eerste stap zetten is wel moeilijk. Je bent gewend aan je eigen dokter en tandarts. Maar omdat ik een weekendkaart heb en in Assen woon, is het te duur om midden in de week naar huis te gaan als ik ziek ben. Het is ook lastig. Dus heb ik hier een huisarts en een tandarts. Mijn ouders betalen het, particulier. Van mijn gang, acht studenten, gaat iedereen behalve ik naar huis voor de tandarts. Drie hebben hier een huisarts. Ik vind dat veel beter; als je ziek bent is het heel vervelend om een naar vreemde arts te gaan, die je gegevens niet heeft en niets van je weet."

Derdejaars Martijn, die zijn achternaam niet kwijt wil, is thuis meeverzekerd in het ziekenfonds. Hij is in vijf jaar tijd een keer in Wageningen bij de dokter geweest. Toen was mijn moeder hier; die heeft de dienstdoende arts gebeld. De rekening werd naar de verzekering thuis in Den Helder gestuurd. Ik vind het niet nodig om hier ingeschreven te staan. Als ik ziek ben, bel ik wel een dokter. Geen probleem."

Spoedgeval

Marco, ook derdejaars: Ik woon in Friesland, waar mijn ouders een boerenbedrijf hebben. Ik ga elk weekeinde naar huis om te helpen, dus voor mij gaat het niet op. Maar van de zeventien huisgenoten weet ik dat er zes hier naar de dokter en de tandarts gaan. Er zijn nu vijf of zes eerstejaars bijgekomen. Wat die van plan zijn weet ik niet. Maar de meeste eerstejaars gaan thuis naar de dokter."

Wageningen telt negen tandartspraktijken. Tandarts P.W. Gudde schat het studentenaantal op vijftien procent van de praktijk. Ik heb geen gesloten praktijk, dus ieder kan zich nog aanmelden. Ik heb allemaal ouderejaars; eerste- en tweedejaars gaan naar huis. Het verloop is enorm. Soms zie je ze maar een jaar, dan breken ze de studie af of stromen door."

Collega H.W. Eggels: Ik heb ongeveer vijftig ouderejaars per jaar. Studenten in het ziekenfonds moeten eerst met een schriftelijke toestemming van het ziekenfonds langskomen. Dan maak je meteen kennis met ze, dus het voorkomt dat je onbekenden in je praktijk krijgt." Hij stelt prijs op een band met zijn patienten. Ze sturen nog altijd kaarten uit de tropen."

Eggels vervolgt: Als iemand mij belt voor een spoedgeval en zegt dat 'ie de hele week al zo'n kiespijn heeft en dat zijn tandarts in Eindhoven woont, dan zeg ik nee. Want dan had hij daar inmiddels ook heen kunnen gaan. Het is heel vervelend om de problemen van een collega te moeten oplossen."

De oudste van het tandartsenkorps in Wageningen is H.W. Snelle. Zelf krijg ik tussen de tien en vijftien studenten op mijn spreekuur. Van een paar collegae weet ik dat zij ook verhoudingsgewijs weinig studenten krijgen. Die gaan voor het merendeel naar de tandarts thuis. Sommige collegae in Wageningen nemen alleen nog particuliere patienten aan. Ik kijk daar niet naar; dat is niet meer nodig in deze tijd." Hoewel ik heb gemerkt dat de drempel nogal hoog is, raad ik de studenten aan zich hier van tandartshulp te verzekeren. Ze verblijven gemiddeld vier of vijf jaar in Wageningen, dat is een hele tijd. Het komt regelmatig voor dat ze acuut hulp nodig hebben: een vullinkje breekt af of ze kunnen wegens een tentamen niet naar huis. Soms komen ze twee dagen voor vertrek naar hun Afrikaanse stageplaats en dan wordt het een gebedel om een behandeling op zo'n korte termijn. Dan hangt het van de goedwillendheid van de tandarts af. Sommige collegae zeggen: Je hoeft niet b
ij mij aan te bellen. Persoonlijk heb ik een andere aanpak. Ik ben ook student geweest en dan ben je wat slordig in die dingen. Ik help ze, maar zeg wel dat ze hun zaakjes beter moeten regelen."

Rompslomp

In principe kan elke student in geval van nood bij elke dienstdoende arts aankloppen, maar daar zijn die artsen niet blij mee. In elk geval moeten studenten die niet particulier verzekerd zijn hun ziekenfondspapieren tonen bij het bezoek aan een arts.

Van de twaalf huisartsen die Wageningen telt, zijn vier praktijken gesloten: ze nemen geen nieuwe patienten meer aan. De andere praktijken ondervinden nogal wat rompslomp door losse vogels, studenten die van de ene naar de andere arts fladderen. Driemaal hier, tweemaal daar, dan weer thuis.

Een kleine groep studenten schrijft zich netjes in en vormt geen probleem. Hun gegevens staan op de kaart en hoeven niet steeds opnieuw te worden verwerkt, zoals bij degenen die komen wanneer het hen uitkomt. Sinds vorig jaar neigen meer jongerejaars naar het kiezen van een arts in Wageningen.

Re:ageer