Wetenschap - 31 oktober 1996

Student, Susanne

Student, Susanne

Een auto hebben we thuis niet. Dat is al zo sinds ik in de brugklas zat. Mijn vader wilde wat meer aan sport doen. Hij ging hardlopen met mijn broertje, die heel fanatiek is. Maar dat was niet zo goed voor zijn knieen. Toen besloot hij te gaan fietsen naar zijn werk. Van Doorn naar Zeist is het zo'n twintig kilometer. Mijn vader werkt bij het pensioenfonds PGGM; daar hebben ze speciale douches voor mensen die met de fiets komen.

Ik heb de auto alleen in de vakanties gemist. We gingen namelijk altijd met een vouwwagen weg. Nu reizen we per trein of bus en huren een huisje of een tent op de camping. Deze manier van reizen kost zeker meer tijd, maar als je je erop instelt is het oke. Bovendien is het gezelliger want je leert bijvoorbeeld de mensen die naar dezelfde camping gaan alvast kennen in de bus. Mijn vader, die toch meestal reed, kan nu tenminste ook meepraten onderweg.

Op die manier speelde milieu bij ons thuis een rol, maar ik ben geen wereldverbeteraar. De achtergrond van mijn keuze voor Bodem, water en atmosfeer ligt op een ander vlak. Eigenlijk wilde ik iets met aardrijkskunde doen. Maar fysische geografie was te eenzijdig. Daarom zocht ik een combinatie van aardrijkskunde en biologie. Daarvoor ben ik naar een studiebeurs in Den Haag geweest. De eerste regel die ik daar over Wageningen las ging over Bodem, water en atmosfeer: Deze studie combineert aardrijkskunde met biologie. Ik weet dus al anderhalf jaar dat ik deze studie wil doen.

De eerste zes weken had ik nog niet goed door wat ik moest doen. Na de herfsttoets- en richtingsweek zie ik meer verband en heb ik meer ritme opgedaan. De studie is exacter dan ik dacht, maar ik vind het wel heel leuk. We hebben voorlichting gehad over wat ons te wachten staat en het spreekt me aan. Ik kan natuurlijk weinig zeggen over hoe het zal zijn, maar ik vermaak me prima.

We hebben zelfs met een deel van de groep - in totaal zijn er zo'n zestig eerstejaars - in Unitas gegeten. Daarna hebben we een ijsje gegeten en een film gekeken. Van een herhaling is nog niet veel terecht gekomen, maar dat blazen we wel weer nieuwe leven in.

Een aantal eerstejaars ken ik nog van de meeloopdag in april dit jaar. Die was georganiseerd door de studievereniging, geloof ik. Toen zijn we aan het einde van de dag ook wezen eten en vervolgens uitgeweest. We konden overnachten in Wageningen.

Re:ageer