Wetenschap - 14 maart 1996

Student Microbiologie zal nooit meer alleen zijn

Student Microbiologie zal nooit meer alleen zijn

Leermeesterprijs voor theater-docent Van Egeraat

Een student weet na het practicum Microbiologie dat hij nooit meer alleen zal zijn; microben zijn overal. Microbioloog Van Egeraat wil dat zijn studenten bacterien even interessant vinden als hij zelf en probeert daarom een band met zijn studenten te creeren. De docent kreeg op 8 maart de Leermeesterprijs van de LUW.


Een goede timing is voor een cabaretier van essentieel belang. Toon Hermans is de meester van de stilte. Een stilte op het juiste moment - en dan gaat het om fracties van seconden - kan een verhaal, een liedje of een sketch tot een juweeltje maken. Docent microbiologie dr ir A.W.S.M. van Egeraat verstaat die kunst een beetje. Ook hij weet als een theaterman zijn publiek te bespelen. In zijn vijf minuten durend dankwoordje na de uitreiking van de Leermeesterprijs 1996, op 8 maart in de Aula, wist hij het publiek nog een tussentijds applaus te ontlokken.

Het college Microbiologie is een ouderwets hoorcollege voor zalen met driehonderd studenten. Hier kun je een echte leermeester zijn. Juist op dit soort massale hoorcolleges is al een aantal jaren veel kritiek. Het zou een achterhaalde manier van kennisoverdracht zijn en zou beter kunnen verdwijnen. Ik ben er echter van overtuigd dat dit een grote verarming van ons onderwijs zou betekenen. Naar mijn mening is geen enkel medium in staat om de student zo te interesseren, te verwonderen en te enthousiasmeren als een goed docent tijdens zijn college." Stilte, applaus.

Drie dagen later vertelt de gelauwerde Van Egeraat dat de korte stilte in zijn praatje de mensen net even aan het denken zette over zijn stelling van de hoorcolleges. Ik heb het idee dat heel wat mensen het met me eens zijn. Computers in het onderwijs, ik vind het allemaal prima, maar voor een inleidend vak voor nieuwe studenten heb je een enthousiaste docent nodig, die overbrengt hoe leuk het vak is. Een docent die laat zien dat hij van zijn vak houdt."

De Stichting Wagenings Universiteitsfonds vindt dat Van Egeraat zo'n docent is en reikte hem daarom voor de eerste keer de Leermeesterprijs uit. Deze prijs is de opvolger van de Onderwijsprijs, met dat verschil dat de onderwijsprijs ook aan iemand uitgereikt kon worden die boeiend over onderwijs kon praten of schrijven. De Leermeesterprijs is uitsluitend bedoeld voor docenten die uitmunten in het geven van onderwijs.

Motiverend

In het juryrapport uiteraard niets dan lof over de microbiologie-docent: hij verzorgt op inspirerende wijze zijn colleges, studenten waarderen zijn onderwijs en de docent weet door zijn onderwijs invulling te geven aan een van de meest betekenisvolle elementen van het propaedeuse-onderwijs, namelijk het motiverend karakter ervan. Het proces van kennisoverdracht, zo vervolgt het judicium, wordt niet zelden ondersteund door humor.

Aan Van Egeraat de simpele maar niettemin belangrijke vraag voor het LUW-docentenkorps: hoe word je een goede docent? Ik denk niet dat je dat helemaal kan leren. Het belangrijkste lijkt mij dat je jezelf moet blijven tijdens een college. Ik behandel die gasten alsof het mijn eigen kinderen zijn. Als ze iets fout doen, dan geef ik ze op hun lazer en ik zal ze altijd prijzen als ze iets goed doen. En je moet het leuk vinden om te doen. Ik vind het dus geweldig. Hoe meer mensen er in de zaal zitten, hoe liever. Volle zalen trekken. Blijkbaar lukt mij dat, want bij het eerste college zitten er evenveel studenten als bij het twaalfde."

Waarom blijven de studenten niet weg? Je moet studenten erbij betrekken, beweeglijk zijn en niet statisch achter een katheder staan. Ik loop tijdens een college de hele zaal door, van voren naar achteren, of ga even tussen de studenten zitten. Ze echt betrekken bij wat je wilt vertellen, een band scheppen. Ze moeten merken dat jij het onderwijs leuk vindt om te doen."

Uitweidingen

Van Egeraat is de afgelopen jaren bekend geworden door zijn uitweidingen tijdens het college. Dit jaar vertelde ik bijvoorbeeld over Anthonie van Leeuwenhoek. Wist je dat hij een tijdgenoot van Vermeer was? Het waren zelfs vriendjes. Dat is toch leuk om te vertellen en om te weten. Volgend jaar ga ik dat natuurlijk niet meer vertellen, want dan is het niet actueel meer. Ik vertelde laatst ook hoe ik met mijn auto van het talud af ben gereden en hoe de kraanwagen hem er weer op kreeg. Dat vinden ze leuk om te horen. En als ik chagrijnig ben of koppijn heb, vertel ik dat ook. Dat schept een goede sfeer, zo leren de studenten je een beetje kennen."

Ook de practica zijn volgens Van Egeraat altijd weer heel zwaar maar ook gezellig. Er wordt veel geleerd, veel verwonderd en ontzettend veel gelachen. Het is een heel intensief practicum van twee weken, maar ze vinden het prachtig." Die gezelligheid is mede te danken aan een vijf jaar oud idee om de oude practicumtafels weg te gooien en de timmerplaats iets nieuws te laten maken. Ik was uitgekeken op die lange banken. We werken in groepjes van drie en dan zie je elkaar niet als je in een rij zit. Dus bedacht ik deze ronde tafels waar twee groepjes van drie aan kunnen werken."

Trots laat hij wat voorpagina's zien van practicumverslagen. De ene (zwart vlak met onderschrift: bacterie in de nacht) is nog meliger dan de ander (wit vlak met onderschrift: bacterie op ware grootte). En die dankwoordjes zijn ook allemaal leuk, die bewaar ik ook. Je ziet gewoon dat ze er plezier in hebben gehad."

Vakliteratuur

De laatste jaren probeert de LUW goede docenten dezelfde erkenning te geven als de goede onderzoekers, die hun publikaties en congressen hebben. Van Egeraat deed onderzoek en promoveerde, maar verlegde zijn werk steeds meer naar het onderwijs. Een goede docent moet onderzoekservaring hebben, vindt hij, maar hoeft niet langer onderzoek te doen. Als hij de vakliteratuur bijhoudt, is de docent heel wel in staat om een goed vak te verzorgen. Mijn hoogleraren hadden gelukkig in de gaten dat ik docent wilde zijn. Ze gaven mij deze vrijheid. Ik denk dat die universitaire cultuur, waarin vooral het onderzoek telt, langzaam aan het verdwijnen is."

Over twee jaar houdt de leermeester het voor gezien aan de LUW en gaat hij met vervroegd pensioen. Dat betekent nog drie keer de collegereeks verzorgen. Gaat hij daarna de Junushoff in met een one-man-show? Nee, dan ga ik echt andere dingen doen. Het is zwaar om je telkens weer op te laden voor het college, een spanning opbouwen. Als je als docent denkt: ik doe dit nu al een paar jaar, ik weet het wel, dan ben je verkeerd bezig. Het moet elke keer anders zijn, vernieuwend, aangepast aan dat moment, de actualiteit. Misschien zou het wel wat zijn om nog een afscheidscollege te geven in de Junushoff. Daar moet ik maar eens over denken. Dan kan ik natuurlijk mooi al die voorkanten van de verslagen laten zien."

Re:ageer