Wetenschap - 21 november 1996

Student, Jeroen

Student, Jeroen

Mijn vriendin woont in Burkina Faso. Daar heb ik haar tijdens mijn stage leren kennen. Ik wil daar nu ook gaan werken en heb een project gevonden dat mij graag wil hebben. Maar de organisatie heeft geen geld. Een week geleden heb ik contact gelegd met een organisatie die mijn baan kan financieren. Ik moet dus nu beide partijen aan elkaar zien te knopen. Dat valt niet mee, want ik moet alles per post doen. Het faxnummer in Burkina Faso staat doorgeschakeld naar een gewone telefoon. Per expresse post verzenden heeft ook geen zin want in Burkina kennen ze dat niet. En per koerier is peperduur.

Mijn projectvoorstel draait om agroforestry. Het aanplanten van hout en het efficienter gebruiken van brandhout, bijvoorbeeld in de bekende oventjes. Dat moet ik in opdracht van een non-gouvernementele organisatie gaan bevorderen. Verder moet ik twee andere projecten evalueren. Dat wil de potentiele financier, een provinciaal comite. Je moet daarbij bedenken dat een provincie in Burkina Faso ongeveer de helft tot tweederde van de oppervlakte van Nederland beslaat.

De kosten die ik nu maak voor het opzetten van dit project krijg ik, voor zover ik weet, niet vergoed door de sociale dienst. Maar ik heb er ook niet naar gevraagd. Soms doe ik wel eens wat, bijvoorbeeld faxen, op de vakgroep. Nog makkelijker en goedkoper zou zijn om per e-mail te corresponderen, via studenten die ergens op de universiteit een account hebben.

Een student hier op onze afdeling op Hoevestein krijgt binnenkort een account op haar kamer. Die aansluiting is geen project dat door de hele afdeling betaald wordt maar we steunen het uiteraard van harte! Zij is sowieso al veel met computers bezig en heeft de geschikte apparatuur met interne modem en zo. Anderen hebben ook wel pc's maar dat zijn afdankertjes van pa en ma.

Naast het rondkrijgen van het project ben ik twee halve dagen per week adviseur van de plantenteeltgroep van Agromisa. Adviezen schrijven naar aanleiding van vragen die van boeren uit ontwikkelingslanden komen. Het is leuk werk en ik houd contact met het vakgebied.

Verder ben ik twee dagdelen per week actief als vrijwilliger op asielzoekerscentrum De Leemkuil. Ik kwam met deze activiteit in aanraking toen ik, na mijn afstuderen in juni, na paar dagen al genoeg had van het niets doen. Woensdagmiddag hebben we een programma voor kinderen van vijf tot negen jaar. Donderdagavond voor kinderen van negen tot veertien jaar. Meestal bestaat dat uit knutselen of sport en spel. We zijn met drie tot vier vrijwilligers; dat is het minimum, anders gaat de lol er vanaf.

Re:ageer