Wetenschap - 12 oktober 1995

Student, Frans

Student, Frans

Eerst telde ik biggen, nu tel ik guldens, vertelde een grote Nederlandse varkensfokker mij ooit. Dat zie je ook in de Verenigde Staten steeds meer. Grote bedrijven van zo'n tweehonderd- tot tweehonderdvijftigduizend zeugen en vleesvarkens. In Nederland heeft een levensvatbaar bedrijf tenminste tweehonderdvijftig zeugen of tweeduizend vleesvarkens. Het verschil zit 'm in de bedrijfsvoering.

In de VS gaat het om eigenaren die varkens inclusief voer onderbrengen bij boeren. Die boeren zijn eigenaar van de stallen en leveren arbeid. Aan het eind van het jaar wordt de boer beloond op basis van zijn prestaties. Die boeren zijn aan regels van de eigenaar van de varkens gebonden en alleen een optimale opbrengst telt. Het ondernemerschap en het naar eigen inzicht runnen van het bedrijf telt in Nederland nog veel meer.

Nu loop ik opnieuw stage. Ik ben bij de vereniging van Mengvoerfabrikanten in Twello terechtgekomen via een oproep van stichting Carforum. De stichting die voor studenten en pas afgestudeerde ingenieurs in stages bemiddelt. Na de sollicitatieprocedure die volgde ben ik nu pas twee weken hier aan de slag.

Een tweede stage leek me handig, omdat je er altijd van leert. Bovendien ben je dan buiten Wageningen aan de slag. Verder heb ik altijd de praktijk heel belangrijk gevonden. Zo'n vijf jaar geleden ben ik als eerstejaars geinterviewd door het WUB. Toen heb ik al gezegd dat ik twijfelde tussen een praktische hogere agrarische opleiding en het theoretische Wageningen.

Het is wat je er zelf van maakt. Dus om kennis van het praktische op te doen heb ik de afgelopen jaren gewerkt als bedrijfshulp in de melkvee- of een varkenshouderij.

Verder heb ik de vakliteratuur goed bijgehouden. Dat is sowieso onder de veetelers een goede gewoonte. Je kunt dan de theorie toetsen aan de praktijk. Voor mijn afstudeervak bij de vakgroep Veefokkerij over rotatiekruisingen heb ik dan ook niet alleen berekend hoeveel die fokkerij-methode aan genetische vooruitgang kan opleveren, maar ook via enquetes gepeild hoe boeren erover denken. Vooral vanwege de uitgebreide administratie was het maar de vraag of het resultaat opweegt tegen de inspanningen van de boer.

Verder ben ik vaak op excursie gegaan: voor zo'n vijftig gulden per persoon met een stuk of vijftien studenten in drie auto's op pad. Van vrijdagochtend tot zondagavond langs een boer, een stallenbouwer, een mengvoerfabrikant; kortom de hele produktiekolom af. Slapen konden we altijd wel bij familie of kennissen.

Re:ageer