Wetenschap - 16 februari 1995

Student, Edwin

Student, Edwin

Leuk dat iemand eens vraagt wat ik van zo'n vak orientatie op duurzaamheid vind. Het was een regelrecht weggevertje net als het vak SLUW: Studeren aan de LUW. Want met driehonderd man in de Bongerd en twee surveillanten vraag je om narigheid. Bovendien was van meet af aan duidelijk wat ze verlangden bij het examen. Paar keer hoorcollege, wat gastsprekers met stencils en een dictaat doorlezen. Een kwestie van samenvattingen van colleges en stencils verzamelen.

Dat de Landbouwuniversiteit iets wil met duurzaamheid is me bijgebleven. En duurzaamheid is verder vooral zuinig omspringen met natuurlijke hulpbronnen, al dan niet met technische hulpmiddelen. Lees maar na in het dictaat, zou ik zo zeggen. Tja en wat ik van die definities van duurzaamheid moet vinden, daar kun je je hooguit bij aansluiten, toch?

Ik ben nu in het tweede trimester van mijn propaedeuse Landinrichtingswetenschappen; ik zeg altijd maar L30, dat is korter. Voor deze studie heb ik al in 4-vwo gekozen, ik weet niet meer precies waarom maar meebeslissen over de ruimte trekt me. Ik wil dan ook de planologische kant op, bijvoorbeeld in de beleidsfeer meewerken aan projecten als de extra baan bij Schiphol of de Betuwelijn. Over de Betuwelijn hebben we nog een werkstukje gemaakt en daarvoor hebben we de dikke bundels met inspraakreacties ingezien. Wat al niet aan argumenten verzonnen wordt. Bijvoorbeeld het ijzerslijpsel dat in veevoeder zou komen of iemand die bezwaar maakt tegen alle mogelijke negatieve gevolgen die nog kunnen komen. Maar iedereen moet zijn zegje kunnen doen, ook al zijn veel plannen al ver voor het inspraakmoment definitief. Dat geldt bijvoorbeeld voor Schiphol; alleen al vanwege de financien zal nooit voor het alternatief van de milieugroeperingen gekozen worden.

Naast het studeren speel ik trompet in de Ontzetting. Een orkest wat volgens mij niet alleen voor studenten openstaat. We hebben binnenkort repetitieweekend en vieren op 11 maart ons, naar ik meen, tweede lustrum met een optreden in Junushoff. We zijn inderdaad nog steeds naarstig op zoek naar violisten. En je moet heel wat violisten meenemen voor een goed evenwicht. In het Bloemendaals jeugdorkest konden we met zes trompettisten en nog wat koperwerk makkelijk tegen 300 strijkers op.

Verder werk ik elke zaterdagmiddag in Haarlem in een slagerij, zo'n kleine zaak op de hoek. In vijf uur tijd maak ik zo'n vier machines, een werkbank, de vloer, de wanden en het plafond schoon. Dat is iedere twee dagen nodig; en na twee dagen ruikt het al ontzettend. Gelukkig ben ik bijna constant verkouden.

Re:ageer