Wetenschap - 2 november 1995

Student, Cybelle

Student, Cybelle

In mei vorig jaar speelde ik mee in het toneelstuk Goed. Dat is in opdracht van de gemeente door de Wageningse toneelgroep Toteel gemaakt vanwege het vijftigste bevrijdingsjaar. Het ging over een arts die langzamerhand corrumpeert en uiteindelijk SS'er wordt. Tegelijk komt zijn vriendschap met zijn beste, Joodse vriend onder druk te staan. Ik speelde de naieve studente Anna die uiteindelijk zijn tweede vrouw wordt.

Ik had me bij Toteel pas vrij laat aangemeld, in september. Zonder een echte auditie kon ik meedoen. Het was een zware opgave want ik had nagenoeg geen spelervaring. Daarbij komt dat ik als tegenspeler ondermeer Henk van Ruitenbeek had. Die heeft een enorme ervaring. Net als de moeder van de regisseuse, Marjolein van de Peppel. Toch kreeg ik achteraf weinig kritiek. Hooguit dat ik slecht te verstaan was. Maar dat lag aan onze kleine oefenzaal in de Wilde Wereld. In een kleine zaal hoef je niet zo hard te spreken en dan is de Junushoff ineens veel te groot als je zonder microfoons speelt.

Net als vorig jaar speel ik nu in studententoneelgezelschap Meander en dat is veel meer op mijn niveau. We doen dit jaar Het huis van Bernalda Alba. Een stuk dat al vaak is uitgevoerd; alle regisseurs kennen het. Er spelen alleen vrouwen in.

De regisseuse is Petra Wilmer. Zij heeft ook een stuk van de toneelvereniging Lens medegeproduceerd. Eigenlijk had ik wel bij Lens willen spelen. Maar omdat ik na Goed tentamens had gedaan en op vakantie was geweest, was ik te laat. Toen ik terugkwam in september was er al een lange wachtlijst voor Lens, een enorm goeie toneelvereniging.

Toneelspelen vind ik heel leuk en het is een welkome aanvulling op het analytische van de wetenschap. Toneel is ook analyseren, maar dan emotioneler of zelfs esthetischer. Al met al kostte het me vorig jaar zoveel tijd dat ik studievertraging opliep. Dat hoop ik dit jaar te beperken.

Ik doe de orientatie recreatie en toerisme, waarbij ik me wil concentreren op toerisme en duurzame landbouw. Toerisme geldt als de kip met de gouden eieren, als het gaat om de toekomst van het platteland. Hier, maar ook in de Derde Wereld. Ik zie het toerisme liever een bron van neveninkomsten worden voor de duurzame landbouw, zoals in Oost-Europa, Portugal en nu ook in Nederland. In Oost-Europa en Portugal is de landbouw vaak nog traditioneel. Daar werken bedrijven nog met gesloten kringlopen. Het is een concept dat bij de landinrichters op de Hucht positief ontvangen is. Ik wil dat onderwerp ook graag in bijvoorbeeld een afstudeervak vertalen.

Re:ageer