Wetenschap - 15 februari 1996

Student, Colette

Student, Colette

Ik heb tot twee jaar geleden op kernploegniveau geschaatst. Als je echt aan topsport wil doen, dan is het wel vol te houden. Je bent van oktober tot maart weg en maar zo'n drie dagen per maand thuis. Het laatste jaar in de kernploeg heb ik een opleiding bij Schoevers gedaan, om wat om handen te hebben en niet dom te worden. Je merkt echt dat je dingen vergeet en dat concentreren moeilijker gaat.

Als je bereid bent veel voor het schaatsen te laten staan, krijg je er een leuk leven voor terug. Twee keer per dag trainen; je bent altijd in de zon bezig, altijd in het buitenland. Ik zou het altijd liever doen dan een suf kantoorbaantje van negen tot vijf.

Maar het kan ineens zomaar over zijn. Met Falko Zandstra was dat het geval. Die schaatste van jongs af aan makkelijk en werd heel jong Europees en Wereldkampioen. Ik heb zelf als jong kind meteen hard geschaatst. Toen ging het me nog heel makkelijk af. Zo'n Rintje Ritsma heeft minder talent en heeft er altijd harder voor moeten vechten. Dan wordt je mentaal sterker.

Ik studeer nu twee jaar aan Diedenoort. Het eerste jaar had ik een speciaal contactpersoon binnen school; hij regelde dat ik onderwijselementen later kon inhalen als ik moest trainen. Ik dacht het dit jaar zelf te kunnen regelen, maar nu moet ik steeds uitleggen wat ik doe. Dat begint me zwaar tegen te staan, want veel docenten hebben daar geen benul van.

Ik ben nu 21 jaar, een leeftijd waarop ik zeker nog op hoog niveau kan presteren. Maar het komt er niet van. Dit jaar schaatste ik beduidend minder dan vorig jaar, toen ik nog op kernploegniveau meedraaide. Zowel de tijd als de motivatie ontbreekt me.

Verder spelen er zoveel dingetjes mee in je prestaties. Eten dat een keer verkeerd valt, een avond voor een wedstrijd studeren of te veel wandelen drukken je prestaties direct. Studeren vind ik toch heel belangrijk. Volgend jaar loop ik stage, dan is het helemaal onmogelijk om topsport te bedrijven.

Ik hoop dat de ijsbaan in Wageningen er komt. Die vierhonderd meter baan kan een goed alternatief zijn voor het schaatsen in Utrecht of Deventer. Want zeg nou zelf, je gaat eerder om de hoek tennissen dan met de trein naar de ijsbaan. Ik denk dat er ook wel wedstrijden verreden zullen worden als de Wageningse baan er komt. Het is per slot van rekening een wedstrijdbaan. Maar dat zullen onderlinge wedstrijden zijn van de ijsclubs uit de omgeving, bijvoorbeeld op zaterdagochtend om zeven uur; de dooie momenten. Grote wedstrijden komen niet naar Wageningen. Die worden uitsluitend verreden op overdekte banen. Dan hebben wind en wisselende ijskwaliteit geen invloed op de prestaties.

Re:ageer