Wetenschap - 12 juni 1997

Stichting KCW: van hol ding naar holding

Stichting KCW: van hol ding naar holding

Stichting KCW: van hol ding naar holding
De nieuwe baas van Wageningen, Cees Veerman, is per 1 september voorzitter van drie instanties: de LUW, DLO en de nieuw te vormen stichting KCW. De komende jaren moeten de activiteiten van de universiteit en de landbouwkundige instituten in de stichting worden ondergebracht. De minister houdt toezicht op de inrichting van het lege stichtingshuis
Minister Van Aartsen kondigt de vorming van de stichting KCW (Kenniscentrum Wageningen) aan in de notitie die hij komende week voorlegt aan het kabinet. Indien de ministers akkoord gaan, krijgt de Tweede Kamer een maand de tijd om de notitie te bestuderen. Alleen bij stevige twijfels of vragen komt de notitie, ook wel voorhangbrief geheten, nog aan de orde in een Kamerdebat
De stichting KCW krijgt hetzelfde bestuur als LUW en DLO. Naast Veerman wordt binnenkort waarschijnlijk Cees Karssen herbenoemd als rector. Het derde college-/bestuurslid van KCW is nog onbekend. Het drietal moet in de toekomst de kar trekken in Wageningen. Van Aartsen verwacht, zo blijkt uit het eerste, vertrouwelijke concept van de voorhangbrief uit april, dat het bestuur binnen zes maanden een nadere invulling geeft aan het integratieproces en een eindplaatje opstelt. Na twee jaar wil de minister een convenant sluiten met het KCW-bestuur, waarin de concrete integratie in detail is vastgelegd
In den beginne heeft de stichting KCW geld noch personeel. Hoogstens kan het bestuur personeel uit de instellingen detacheren om de integratie voor te bereiden. Als er activiteiten van LUW en DLO over gaan naar de stichting, wil de minister geld van LUW en DLO overhevelen, zodat de stichting personeel kan overnemen van de afzonderlijke instellingen. Naarmate dit integratieproces vordert, zal mijn aansturing gaandeweg verschuiven van de individuele instellingen richting stichting KCW, aldus de minister
Het bestuur van KCW opereert in een bestuursstructuur die overeenkomt met die van de LUW. Dat betekent bijvoorbeeld dat de raad van toezicht die vanwege de MUB aan de universiteit moet worden ingesteld, tevens toezicht houdt op DLO en KCW. De raad van toezicht benoemt en controleert het bestuur, waardoor de directe bemoeienis van de minister in de toekomstige structuur afneemt
Contractonderzoek
Voorwaarde voor de vorming van KCW is dat DLO, momenteel onderdeel van het ministerie, eerst zelfstandig wordt. Deze verzelfstandiging of ontvlechting van het ministerie betekent dat DLO een zelfstandige begroting krijgt en het personeel niet langer rijksambtenaar is. Bovendien geeft Van Aartsen aan dat hij een zakelijker relatie met DLO wil: hij is niet langer verantwoordelijk voor het contractonderzoek voor derden van DLO. Tot dusverre moet DLO toestemming vragen aan het ministerie als een opdrachtgever een onderzoeksvraag bij DLO neerlegt
Helemaal zelfstandig wordt DLO echter niet na de verzelfstandiging. De minister blijft verantwoordelijk voor het DLO-onderzoek dat wordt uitgevoerd met rijksmiddelen. Bovendien is DLO belast met een aantal wettelijke taken op het gebied van keuring en certificering, plus taken waarmee DLO openbaar gezag uitoefent. Die vallen onder de volledige ministeriele verantwoordelijkheid
De minister blijft dus direct toezichthouder van DLO, die bijvoorbeeld het strategisch plan moet goedkeuren. Die rol wil Van Aartsen vastleggen in de statuten van de stichting KCW. Anderzijds schrijft de MUB voor dat de raad van toezicht de directe toezichthouder is van LUW - en straks KCW. In dat geval keurt dit vijfkoppige gezelschap het strategisch plan goed en niet de minister. Hier zit een duidelijk spanningsveld in de regelgeving, waar de minister zich geen raad mee weet. Hij schuift het vraagstuk door naar de stichting KCW, die de komende jaren een werkbare oplossing moet zoeken
Ook de positie van de universiteit binnen KCW is nog niet helder. De LUW moet haar universitaire status behouden, stelt de minister nadrukkelijk, maar de onderwijswetgeving van Ritzen stelt grenzen aan een volledige integratie van de LUW in KCW. Om dat probleem op te lossen, gaat Van Aartsen de mogelijkheden verkennen om de onderwijswet zo aan te passen dat de universiteit onderdeel mag uitmaken van een grotere organisatie
Overgangsfase
De KCW-notitie van de minister is in mei voorgelegd aan de besturen van LUW en DLO, die commentaar hebben geleverd op de tekst. Ook de ondernemingsraden van DLO en het ministerie hebben op het voorstel gereageerd. Als gevolg is de notitie aangepast, maar het centrale spanningsveld - de minister houdt bij DLO een vinger aan de pols, bij de LUW niet - is niet weggenomen. We zitten in een overgangsfase en daarvoor ligt geen wet klaar, stelt dr Wouter Gerstel, als procescoordinator van LNV betrokken bij het kenniscentrum. Het ministerie geeft geen blauwdruk, maar stelt een procesmatige benadering voor.
Volgens Gerstel gaan de minister en het KCW-bestuur een sturingsarrangement afspreken, waarbij de verantwoordelijkheid van de minister per onderzoekstype wordt vastgelegd. Bij het fundamentele en toegepaste onderzoek gaat KCW zijn eigen gang, maar bij het strategische onderzoek is het ministerie medeverantwoordelijk voor de programmering. LNV treedt dan op als makelaar van de onderzoeksvraag uit de samenleving. Als Wageningen echter zelf met een gefundeerd onderzoeksprogramma komt, gaan wij dat niet overdoen op het ministerie. Daarom moet het KCW-bestuur snel een strategische visie uitwerken.

Re:ageer