Wetenschap - 16 november 1995

Stankhinder in Gelderland

Stankhinder in Gelderland

Natasja van de Lagemaat, vakgroep Luchtkwaliteit

Van haar verslag zijn inmiddels honderdvijftig exemplaren verstuurd. Milieuhygienestudent Natasja van de Lagemaat zegt gewend te zijn aan de belangstelling voor het onderwerp van haar stage bij de provincie Gelderland, de stankhinderproblematiek. Ze vertelde haar verhaal al drie keer eerder: aan de werkgroep die haar van adviezen voorzag, aan medewerkers van de provincie en aan de inspectie Milieuhygiene van het ministerie van VROM. Voor een colloquium draait ze haar hand niet meer om.

Naast Van de Lagemaat houden nog drie andere studenten van de vakgroep Luchtkwaliteit op 13 november een korte presentatie over hun stage. De bijeenkomst is een verplicht nummer. Studenten en begeleiders stellen na afloop van een verhaal slechts een enkele vraag. Om kwart voor vijf, na vier presentaties, slaat de verveling merkbaar toe. De tien aanwezige studenten willen naar huis. De laatste student in de rij, die na zijn stageverslag ook zijn nieuwe onderzoeksonderwerp presenteert, besluit wijselijk zijn verhaal kort te houden.

Van de Lagemaat boft. Ze is als tweede aan de beurt. Ze toont haar publiek een kaartje van de Gelderse vallei en legt de hoofdlijnen van het ammoniakreductieplan uit. Op het kaartje is onderscheid gemaakt tussen blauwe gebieden waar de natuur voorrang krijgt en de veehouderij moet inkrimpen en gele gebieden waar veebedrijven volgens het ammoniakreductieplan nog mogen uitbreiden. Het is de bedoeling dat veebedrijven uit de blauwe gebieden verhuizen naar de gele gebieden, om zo de natuurgebieden te ontlasten. Dit beleid dreigt echter te mislukken omdat bedrijven in de gele gebieden nauwelijks nog mogen uitbreiden, door strenge toepassing van de stankrichtlijnen uit de in 1976 opgestelde brochure Veehouderij en hinderwet.

Van de Lagemaat ontwikkelde samen met een provinciemedewerker een model dat per bedrijf voorspelt of er volgens de stankrichtlijnen nog ruimte is voor uitbreiding. Dat hangt onder meer af van de afstand van het bedrijf tot woonhuizen en de aanwezigheid van andere bedrijven. Maar bijvoorbeeld ook van de vraag of er ziekenhuizen of recreatieparken in de buurt zijn.

Voor twee deelgebieden met in totaal ruim zeshonderd bedrijven stopte Van de Lagemaat de gegevens in het model. De uitslag bevestigt dat het ammoniakreductieplan en de stankrichtlijnen elkaar tegenwerken. In de gele gebieden kan nog slechts 42 procent van de bedrijven uitbreiden, tegenover 67 procent in de blauwe gebieden, waar de ammoniakemissie juist moet worden teruggedrongen. Van de Lagemaat wijst nog even op de zwakke plek van haar model. Het geeft niet aan hoeveel ruimte bedrijven nog hebben, de toegestane uitbreiding kan beperkt zijn tot slechts drie varkens.

In haar verslag geeft Van de Lagemaat twee suggesties om de stankrichtlijnen te versoepelen. Zo kan buiten de bebouwde kom de afstand tussen een bedrijf en een woning, nu honderd meter, volgens haar best wat groter. Wie in een agrarisch buitengebied woont, moet daarvan de lusten en de lasten dragen", suggereert ze. Daarnaast vindt ze dat norm voor accumulatie, de overlast die alle bedrijven rond een woonhuis of ander object samen veroorzaken, wel wat omhoog kan. Versoepeling acht ze verantwoord. Uit onderzoek blijkt dat het uitrijden van mest de oorzaak is van negentig procent van de stankoverlast. En die overlast is door het emissiearm uitrijden sterk verminderd."

Docent dr ir H. Harssema vraagt zich af of de problematiek typisch is voor de Gelderse Vallei, die gekenmerkt wordt door veel kleine bedrijven. Van de Lagemaat meent van niet. Uit haar onderzoek blijkt dat juist de kleine bedrijven, die niet veel kunnen investeren, mogen groeien. Dat heeft te maken met het feit dat grotere bedrijven een ruimere afstand dienen te bewaren tot de overige bebouwing.

Van de Lagemaat stuitte op haar stage-onderwerp tijdens een afstudeervak over ammoniakreductieplannen. Ze komt zelf niet van een agrarisch bedrijf, maar haar ouders wonen wel in een buitengebied van de Gelderse Vallei. Naast haar persoonlijke betrokkenheid sprak ook het feit dat het onderwerp nieuw is haar aan. Dat maakt het spannend. Er is bijvoorbeeld nog geen literatuur over."

Re:ageer