Wetenschap - 19 november 1998

Sportnacht

Sportnacht

Sportnacht
Schatzoeken en reanimeren
Een geblinddoekte jongen schuifelt in het donker door een labyrint van waarschuwingslinten met de opdruk Gas-gas-gas-gas. Plots klinkt er luid gesis, waarop een witte rookwolk hem omhult. Vanaf de rand van het labyrint roept een vrouw hem toe: Naar voren, naar voren. Hij loopt door, maar wijkt een beetje naar links, waardoor hij hard tegen een ijzeren paal botst. Geschrokken deinst hij terug. De vrouw maant hem om te bukken zodat hij de zilverklompjes bij zijn voeten kan oprapen
Dan springt het licht in de zilvermijn aan. Het blijkt een zaaltje in het universitair sportcentrum, verduisterd en voorzien van blacklight en rookmachine ter gelegenheid van de sportnacht. Dit jaar doen er maar liefst 24 teams van zes tot acht studenten aan mee. Een studente met fel oranje hesje en een bouwvakkershelm op roept alle studenten bij elkaar. Ze telt de zilverklompjes van aluminiumfolie en roept het groepje met de meeste klompjes tot winnaar uit
In de sportzaal spelen teams volleybal op z'n Wagenings: met een stuk landbouwplastic over het net. De partijen zien elkaar niet. Na de opslag reageren de tegenspelers meestal te laat op de bal, waardoor beide teams aan de lopende band scoren. Rockmuziek en wat knipperende spots - nauwelijks te zien door het felle tl-licht - luisteren het spel op. Langs de rand van het veld maakt iemand achteloos een salto
Aan de andere kant van de zaal spelen teams trefbal rond twee dikke matten die de spelers overeind houden. Een team heeft verloren als zijn mat valt. Trefbal met een mat is altijd leuk, meldt een omstander. Dan krijg je van die lagere-schoolherinneringen.
Op de vloer van de hal speelt Erin Bakker met haar groepje een gezelschapsspel, tussen de waarschuwingslinten die ook hier voor gas waarschuwen. We hebben pauze en nu spelen we Ik weet het beter. Je weet wel, dat tv-spel van de EO. Medespeler Gie Liem reageert: Wie verliest mag vooraan staan bij trefbal.
Liem is van plan om de hele nacht te blijven, hoewel hij om acht uur 's ochtends weer verder moet met zijn afstudeervak. We gaan vragenlijsten brengen naar een lagere school in Bennekom. Zijn onderzoekspartner Monica Mars legt uit: We onderzoeken of snoepgedrag van kinderen hun smaak beinvloedt. Op een school in Bennekom hebben we smaakproeven met kinderen van vier tot vijf jaar gedaan. Ze moesten limonade van verschillende zoetheid op volgorde zetten en kijken welke zoetheid ze het lekkerst vonden. Er zijn wel twintig pakken suiker doorheen gegaan. Niet veel later kruipt het groepje tussen de linten vandaan om te gaan squashen
Om klokslag twaalf uur verzamelt een grote groep sporters zich buiten bij de sintelbaan voor een estafetteloop. Twee diep in hun jas gedoken studenten, met muts op en bergschoenen aan, bekijken de verhitte renners die voorbij komen. Ze lijken te genieten van de koude nacht. Ik sport veel, vertelt David Strik. Hardlopen, fietsen en zo'n zeven keer per jaar klimmen in de Ardennen.
Hij en zijn vriend Otto de Keizer blijken lid van de studentenklimvereniging Ibex. De Keizer: In Nederland trainen vind ik saai. Ik houd van klimmen in de Alpen. Deze vakantie hebben we de Piez Bernina beklommen. Een mooie vierduizend meter. Strik reageert met glinsterende ogen. We begonnen om drie uur 's nachts vanaf drieduizend meter. Daar hadden we ons tentje op een gletsjer staan. We hebben zeventien uur achter elkaar gelopen, sommige stukken gezekerd, maar sommige makkelijke stukken niet gezekerd. Het is moeilijk om dan ook geconcentreerd te blijven. Dat moet wel, want je loopt wel langs enorme afgronden.
EHBO'er Martijn Maas leunt nonchalant tegen een hek aan de rand van de sintelbaan. De geuniformeerde student Bodem, water en atmosfeer grijpt in bij ongelukken. Er is tot nu toe niet veel gebeurd. Een paar schaafwondjes. Bij de Veluweloop had ik laatst nog wel iemand die over een wildrooster was gestruikeld. Een snee van een centimeter of acht, maar over het algemeen gebeurt er met sporten weinig. Wat sneetjes, en knakkende enkeltjes natuurlijk.
Maas verbaast zich erover dat er nauwelijks studenten bij de Wageningse EHBO-vereniging zitten. Onze club bestaat uit 25 man, maar er zit maar een Diedo bij en een student - dat ben ik. Ongelooflijk eigenlijk. Maar ja, het is dan ook vrijwilligerswerk en het enige wat je krijgt is een hoop lol en af en toe een bosje bloemen.
Hij leunt nog wat verder achterover en kijkt een tikje verveeld om zich heen. Het is bij mij altijd hetzelfde. Er gebeurt bij mij nooit wat. Als een collega met mij loopt is het altijd saai, maar een vriend van mij heeft altijd wat. Als je effe niet oplet is ie weer aan het reanimeren. Hij pauzeert even en zijn ogen lichten op. Een paar collega's zaten eens vast met hun ambulancebusje. Die lui gingen duwen en een van hen kreeg prompt een hartinfarct. Het is gelukkig weer goed gekomen. Die man is nu colonne-commandant, dat is de leider van het zootje.
Peter Hobbelen klokt de tijden van de lopers. Met een stopwatch in zijn hand staat hij bij de finish. Ik ben coordinator op- en afbraak. Dat is een verantwoordelijke functie. Een stressfunctie. Om half elf moest ik een minuut wat doen, om twaalf uur weer een paar minuutjes en nu doe ik eigenlijk ook niets. Ik klok wel, maar, wijst Hobbelen, dat doet hij daar ook en ik geef niks aan hem door. Maar we moesten met z'n tweeen klokken, dat stond in het schema.
Een paar dampende lopers geven elkaar in plaats van een stokje een brandende zaklantaarn door. Hij volgt ze met zijn ogen en zegt: Het is toch wel bijzonder. Twaalf uur 's nachts, midden in de winter en bijna nul graden. Dan valt hij even stil. In de verte dansen de lichtjes in de heldere nacht

Re:ageer