Wetenschap - 16 februari 1997

Speuren in het brein van het dier

Speuren in het brein van het dier

Speuren in het brein van het dier
Sjoerd van de Wouw, Ecologische landbouw
Sjoerd van de Wouw koos voor zijn laatste afstudeervak de cognitieve vermogens van dieren als onderwerp. Vormen die nu wel of niet de scheidslijn tussen mens en dier? Een prent van vrouw, man en hond siert de omslag van zijn verslag. Hond staart naar bal, wat manlief doet opmerken: All he thinks about is that stupid ball. En inderdaad: het ballonnetje boven de kop van de hond is gevuld met formules over omtrek en volume van een bol
Van de Wouw dook drie maanden in de literatuur. Hij beperkte zich tot vier punten: het vermogen tot leren, het bezit van intenties, het maken van abstracties en concepten en het hebben van zelfbewustzijn
Leervermogen bestaan uit het leren leggen van verbanden tussen stimuli of tussen eigen gedrag en de gevolg ervan. Geef wolven een tijdje met lithiumchloride ingespoten schapevlees te eten zodat ze ziek worden, en ze laten ondanks hun instinct het jagen op schapen na. De schapen in het experiment werden zelfs zo dominant dat ze de wolven wegjoegen. Platwormen kunnen leren voor een beloning over een draadje te lopen
Dieren, van hoog tot laag, blijken dus te kunnen leren. Maar hoe zit het met intentie? Het probleem is natuurlijk dat het psychologische begrip intentie slechts indirect via gedragsobservatie te bestuderen valt. De mier die een dode huisgenoot het nest uit sleept lijkt intentioneel bezig, maar gebleken is dat zij louter reageert op het zuur dat een dode mier afscheidt. Besprenkel een levende koningin met dat zuur en zij wordt eveneens uit het nest verwijderd. Aan de andere kant: een chimpansee die normaliter een stuk banaan krijgt als hij het juiste kopje omkeert, zal als hij opeens sla krijgt niet die beloning opeten, maar exploratiegedrag vertonen. Waar is de banaan? Blijkbaar had de aap een verwachting
Eenduidige conclusies zijn dus niet te trekken. Dat geldt ook voor de vraag of dieren een concept hebben. Van chinchilla's en kwartels tot ratten en vlaamse gaaien, dieren kunnen stripfiguren, muzieksoorten, bloemen, de letter A en nog veel meer onderscheiden. Alleen is nooit duidelijk of dit nu op basis van een concept gebeurt of gewoon op grond van interne stimuli. Een uitzondering vormt wellicht het experiment met chimpansees die proporties dienden te bepalen. Zo wist de meest ervaren chimpansee na een tijdje een kwart grapefruit neer te leggen bij een voor een kwart met water gevuld glas, in plaats van bij driekwart grapefruit
Helaas komt Van de Wouw niet meer toe aan zijn vierde onderwerp, het zelfbewustzijn. De tijd voor zijn colloquium is om. De conclusies van zijn afstudeervak zijn enigszins teleurstellend, beaamt hij. Logische eerste vraag van een toehoorder: Blijft het verschil tussen mens en dier dus overeind? Vooralsnog is er te weinig onderzoek gedaan om een definitieve uitspraak te doen. Het gebrek aan harde conclusies wijt Van de Wou aan te weinig kritische onderzoekers en ondeugdelijk opgezette experimenten. Het jonge wetenschapsgebied der cognitieve ethologen heeft nog te weinig buiten de deur gewinkeld waar het verklaringen en theorieen betreft. Het is daarom niet uit te sluiten dat dieren wel degelijk kunnen leren en denken. Alsof die vermogens bij mensen zo gemakkelijk te bewijzen zijn..
Hij is dan ook niet echt teleurgesteld door de resultaten van zijn afstudeervak. Natuurlijk wil ik argumenten vinden om te laten zien dat dieren emoties hebben. Dan is dit het vakgebied waar je dat te weten kan komen. Dat de menselijke houding ten opzichte van dieren zal verschuiven staat voor Van de Wouw vast. Het is misschien een extreem voorbeeld, maar tijdens de discussie over afschaffing van de slavernij in Amerika merkte een senator op dat als negers rechten kregen, later ook vrouwen aan de beurt zouden moeten komen. Nu vragen we ons af hoe ze dat ooit konden denken.

Re:ageer