Wetenschap - 30 januari 1997

Soms zegt Speelman wij en weten de anderen niet wie hij bedoelt

Soms zegt Speelman wij en weten de anderen niet wie hij bedoelt

Soms zegt Speelman wij en weten de anderen niet wie hij bedoelt
De vele onderwijsfuncties van onderkoning Speelman
Prof. dr ir Bert Speelman overlegt regelmatig met zichzelf, omdat hij voorzitter is van meerdere clubs die samen het onderwijsbeleid van de LUW vormgeven. Nu het onderwijsinstituut Omgevingswetenschappen met een financieel tekort kampt, komt Speelman misschien zichzelf tegen als voorzitter van de vaste commissie onderwijs en als onderwijsbestuurder namens de rector. Tijd om de petten van de onderkoning van het onderwijs eens op een rijtje te zetten
Het is eenzaam aan de top. Je moet blij zijn dat een kei in het onderwijs deze taken wil combineren, stelt drs E.R. van den Ende. Hij doelt op hoogleraar B. Speelman van de vakgroep Agrotechniek en -fysica die verschillende functies vervult in het onderwijsbeleid aan de LUW. Volgens de secretaris van het onderwijsinstituut Technologie en Voedsel heeft Speelman geen pettenprobleem. Ik ben heel erg voor een combinatie van functies. Soms moet je dan je eigen brief beantwoorden; dat moet kunnen. Het is mij ook overkomen dat ik als secretaris van de ene club ruzie had met de secretaris van de andere club. Na drie boze brieven heb ik toen vrede met mezelf gesloten.
Speelman is de constante factor in het universitaire onderwijsbeleid. Hij was voorzitter van de werkgroep Onderwijs 2000, die het langetermijnbeleid voor het onderwijs uitwerkte. Hij is tot september 1997 voorzitter van de vaste commissie onderwijs, die het college van bestuur adviseert over het onderwijs. Ook is hij voorzitter van het onderwijsinstituut Omgevingswetenschappen, dat het onderwijsbeleid uitvoert voor de landinrichtings- en milieurichtingen. En verder is hij plaatsvervangend rector en lid van het cvb-o, dat het onderwijsbeleid van het college van bestuur formuleert
Hij is zijn eigen adviseur, stelt vco-secretaris dr ir J.A. den Dulk. Het is niet altijd duidelijk welke pet hij op heeft als hij wij zegt. Ook beleidsmedewerker E.G.F.C. van der Linden van het onderwijsinstituut Omgevingswetenschappen merkt op: Soms zegt hij wij en weten de andere leden van het instituut niet wie hij bedoelt. Maar dat is geen probleem, want iedereen staat het dan vrij daarnaar te vragen. Bij de eerste vergadering van het onderwijsinstituut is afgesproken dat Speelman niet meevergadert als het voor hem niet mogelijk is zijn petten te scheiden. Maar dat is nog niet voorgekomen
Rollen
Verder haalt hij zijn rollen wel eens door elkaar. Zoals de keer dat het college van bestuur de vaste commissie onderwijs (vco) vroeg om een extra beoordeling en Speelman antwoordde: Daar kan de vco geen bestuurlijke verantwoordelijkheid voor dragen. Den Dulk: De vco heeft geen bestuurlijke verantwoordelijkheid, maar een adviserende. Speelman is echter meer iemand die wil uitvoeren. Problemen levert het allemaal niet op, meent Den Dulk, want Speelman staat open voor advies
De vele onderwijsfuncties zijn Speelman min of meer in de schoot geworpen. Vorig jaar zocht het onderwijsinstituut Omgevingswetenschappen een hoogleraar als voorzitter en bleef alleen Speelman over als geschikte en gemotiveerde kandidaat. Als ik had moeten kiezen, op de pijnbank zou zijn gelegd, dan was ik alleen voorzitter van de vco gebleven, vertelt Speelman. Vooral omdat ik het werk in het cvb-o erg belangrijk vind.
Prioriteiten
In het cvb-o formuleert hij samen met rector Karssen en prof. dr T.J. Schaafsma van de vaste commissie wetenschap het onderwijs- en onderzoeksbeleid voor het college van bestuur. In de praktijk neemt Speelman regelmatig de lopende zaken van het onderwijsbeleid waar voor de rector. Karssen heeft namelijk weinig tijd om zich uitvoerig met het onderwijsbeleid te bemoeien. Zijn prioriteiten liggen meer bij het onderzoeksbeleid en bij de fusie met DLO. Op de vraag of er nog beleid in voorbereiding is om roc's te verplichten meer thematische blokken in hun onderwijsprogramma's op te nemen, antwoordt Karssen: Vraag dat maar even aan Speelman. Speelman: Er ligt erg veel op het bordje van Karssen. Ik trek wat meer naar me toe dan formeel zou hoeven. Karssen blijft wel de eindverantwoordelijke.
De combinatie van deze functies heeft voordelen. Doordat de voorzitters van de onderwijsinstituten regelmatig overleggen en Speelman erg goed op de hoogte is van het onderwijsbeleid, kan hij ook het inzicht van de andere voorzitters vergroten. Je weet zo heel goed wat de gedachten van de vco zijn en waren, aldus instituutsvoorzitter prof. dr ir J. Tramper. Al het beleid is zo goed op elkaar af te stemmen. Speelman voorkomt een hoop communicatieproblemen. En Van der Linden: Als voorzitter heeft Speelman ontzettend veel informatie, die we anders op een heel tijdrovende manier bij elkaar hadden moeten sprokkelen.
Het vervelende voor Speelman is nu dat zijn onderwijsinstituut met een groot financieel tekort kampt. Omgevingswetenschappen kan na de bezuinigingen het verplichte deel van de studieprogramma's wel financieren, maar heeft geen geld meer voor de specialistische keuzevakken. Dit probleem legt voorzitter Speelman van het instituut nu aan het college van bestuur voor
Schrijft hij daarmee een brief aan zichzelf? Het is geen handjeklap tussen lieden die elkaar wat regelmatiger zien, aldus Speelman. We moeten als onderwijsinstituut het probleem goed uitwerken. De nuchtere feiten moeten worden gewogen. Vice-voorzitter Dietvorst en beleidsmedewerker Van der Linden van het instituut worden waarschijnlijk op het matje geroepen bij het college. Ik zal in die discussie geen dominante rol spelen. Dat zou onbehoorlijk zijn ten opzichte van de andere onderwijsinstituten.
Ingangen
Speelman vormt nu samen met twee studenten het dagelijks bestuur van de vco, maar ook deze hebben weinig moeite met de meerdere petten van Speelman. Ik heb er wel moeite mee gehad in het begin, maar er is geen betere oplossing, vindt M. Knol. Als hij iets wil bereiken, kan hij alle ingangen gebruiken. En soms weet je niet tegen wie je het hebt. Maar hij is de beste op onderwijsgebied, kan goed luisteren naar anderen en drukt zijn mening niet door.
En vco-bestuurder F. Haas: Als het probleem van zijn onderwijsinstituut in de vco komt, dan komt Speelman in een lastige positie. Hij doet zijn best om de meerdere functies zuiver te combineren. Als je kritiek hebt, kun je dat rustig tegen hem zeggen; dat is het fijne van Speelman.
Ook instituutsvoorzitter prof. dr A.T.J. Nooij ziet geen bestuurlijke problemen, al acht hij de combinatie van functies op de lange termijn niet wenselijk. Het zit een beetje dicht op elkaar. Maar als het bestuur adviseurs uit het veld aantrekt, wordt het contact tussen veld en bestuur nauwer. Dat heeft grote voordelen, maar er zijn ook risico's en een goed bestuurder onderkent die risico's. Op de LUW wordt daar in het algemeen verstandig mee omgegaan.
De onderkoning van het onderwijs zelf: Ik heb een hoop domeinkennis. Ik ken de meeste docenten wel bij hun voornaam en vind het belangrijk om te weten wat er leeft bij studenten, docenten en ambtenaren. Voor de efficientie van het onderwijsbeleid is mijn dubbelfunctie heel goed. Een probleem is misschien dat ik iets te veel betrokken wil zijn bij de beleidsuitvoering. Maar als je mensen niet motiveert en besluiten neemt waar geen draagvlak voor bestaat, is je beleid niet uitvoerbaar.

Re:ageer