Wetenschap - 20 juni 1996

Slaapziekte

Slaapziekte

In veel Afrikaanse landen leveren kleine herkauwers als schapen en geiten een belangrijke bijdrage aan de landbouw. In gebieden waar slaapziekte heerst worden de dieren vaak getroffen door die ziekte. Slaapziekte, veroorzaakt door de protozo Trypanosomes, wordt overgebracht door de tseetseevlieg. De ziekte gaat gepaard met bloedarmoede, koorts en verminderde eetlust en eindigt vaak in de dood. J.T.P. van Dam bestudeerde het effect van een besmetting op de stofwisseling en andere fysiologische processen in de Westafrikaanse dwerggeit. Ook keek hij of er een wisselwerking bestaat tussen de geboden voeding en de ernst van de ziekte. Van Dam hoopt 25 juni te promoveren bij prof. dr D. Zwart, emeritus hoogleraar in de tropische veehouderij, en prof. dr ir M.W.A. Verstegen, buitengewoon hoogleraar in de veevoeding.

Van Dam concludeert dat bij alle geinfecteerde dieren de droge-stofopname verlaagd is (tussen de 20 en 62 procent), maar dat de verteerbaarheid van energie en stikstof uit het voer niet wordt beinvloed door de infectie. Wel is de onderhouds-energiebehoefte van de dieren met 28 procent toegenomen, als gevolg van een sterke verhoging van de warmteproduktie. Gevolg van deze processen is dat de geit niet meer tot produktie van melk en vlees in staat is.

Van Dam ontdekte een verband tussen de verminderde voeropname en bepaalde genetische eigenschappen. Hij vermoedt dat de voedselopname gereguleerd wordt door een gen dat ligt op het chromosoom waarop ook het Major Histocompatibility Complex (de genen die nauw betrokken zijn bij de immuunrespons tegen infecties) ligt. Van Dam vermoedt dat het gaat om het gen dat codeert voor de produktie van de stof TNF-alfa. Dat gen ligt namelijk vlak bij de MHC-genen en van TNF-alfa is bekend dat het tijdens slaapziekte geproduceerd wordt en de voeropname negatief beinvloedt.

Het onderzoek leverde weinig aanwijzingen op voor een mogelijke interactie tussen het verloop van de infectie en het geboden rantsoen.

Re:ageer