Wetenschap - 14 november 1996

Seks verbetert concurrentievermogen

Seks verbetert concurrentievermogen

Over het nut van seks bestaan zo'n twintig theorieen. Het is een van de meest onbegrepen thema's in de evolutiebiologie. Want waarom geeft een succesvol individu niet al haar genen door aan haar nakomelingen? Seks kost een hoop tijd en levert een nageslacht op met slechts de helft van de succesvolle genen.

Volgens de oudere theorieen is seksuele voortplanting nodig om de genetische variatie in stand te houden. Daardoor kan een populatie zich beter aanpassen aan een sterk veranderend milieu. Maar het opmerkelijke is dat de meeste soorten die zich seksueel voortplanten, juist voorkomen in stabiele milieus. Volgens de twee nieuwste theorieen dient seksuele voortplanting dan ook een ander doel. De eerste veronderstelt dat seksuele voortplanting nodig is om aan de desastreuze gevolgen van parasieten te ontkomen. De tweede gaat ervan uit dat seksuele voortplanting foute mutaties die toevallig ontstaan uit een populatie haalt. De populatie wordt als het ware opgeschoond door seksuele voortplanting.

Op de parasietentheorie hebben zich inmiddels al veel groepen wetenschappers gestort. Reden dat dr J.A.G.M. de Visser, die op 8 november promoveerde bij prof. dr R.F. Hoekstra van de vakgroep Erfelijkheidsleer, wilde proberen de mutatietheorie te bewijzen. Uit computermodellen blijkt dat deze theorie alleen opgaat als sprake is van synergie tussen de mutaties. Dus als de fouten die door de mutaties ontstaan, elkaar versterken. Is dit niet het geval, dan heeft seksuele voortplanting geen voordeel boven aseksuele.

Daarom onderzocht De Visser of de mutatiefouten bij het groenwier Chlamydomonas moewusii, dat zich seksueel voortplant, elkaar inderdaad versterken. De Visser keek hierbij naar de effecten op fitness en onderzocht de mutaties die de groeisnelheid en de mutaties die de concurrentiekracht verminderen. De mutaties die de concurrentiekracht verminderen, versterken elkaar; de mutaties die de groeisnelheid verminderen zijn niet synergetisch. De seksuele voortplanting staat dus ten dienste van het concurrentievermogen van de soort. Daarmee kan de theorie de verspreiding van de seksuele soorten over de wereld verklaren. Want de seksuele soorten komen vooral in de stabiele milieus voor. Daar waar concurrentievermogen belangrijk is voor de populatie en niet de groeisnelheid", zegt De Visser.

Re:ageer