Wetenschap - 15 januari 1998

Schimmel in mais scheidt kankerverwekkende stof uit

Schimmel in mais scheidt kankerverwekkende stof uit

Schimmel in mais scheidt kankerverwekkende stof uit
Veel mais eten is niet gezond. Bijna alle in Nederland verkochte mais bevat een kankerverwekkende stof. Deze stof wordt in verband gebracht met slokdarmkanker. Het gaat om een zogenaamde mycotoxine die tijdens de teelt wordt afgescheiden door de schimmel Fusarium. Dat blijkt uit de risico-analyse waarop dr ir Monique de Nijs 13 januari promoveerde
Mycotoxinen zijn natuurlijke toxinen. Die positieve klank is bedrieglijk. De opnames van deze natuurlijke toxinen via voedsel kunnen zeer nadelige gevolgen hebben voor de gezondheid van mens en dier. Mycotoxinen worden echter niet door mensen in landbouwproducten gestopt, schrijft De Nijs, die haar promotieonderzoek uitvoerde bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), in opdracht van het ministerie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
Fusarium, een roze schimmel met de vorm van een rechte banaan, produceert de mycotoxinen. Twaalf van de 137 stoffen die Fusarium uitscheidt zijn toxisch in proefdieren. De toxische stoffen produceert de schimmel vooral als hij graangewassen belaagt
De Nijs onderzocht het voorkomen van de kankerverwekkende stof fumonisine B1 in 62 monsters geimporteerde mais van partijen bestemd voor levensmiddelen. 98 Procent bleek besmet. Fumonisine B1 komt vooral voor in maiskorrels. Producten waarin mais verwerkt is, zijn niet vaak besmet
De Nederlandse bevolking eet gemiddeld drie gram mais per dag. Mensen met een glutenintolerantie steken daar echter sterk boven uit met een consumptie van 162 gram per dag. De Nijs onderzocht vanaf welke concentratie fumonisine B1 een negatief effect heeft op de nieren van ratten en ze vertaalde deze gegevens naar de mens. Mensen met een glutenintolerantie hebben een kans van 78 procent dat zij dagelijks blootstaan aan de concentratie die bij ratten een negatief effect op de lever heeft, concludeert De Nijs. Voor iemand met een gemiddelde maisconsumptie is dat twaalf procent
Dr Johanna Fink-Gremmels, hoogleraar vergelijkende farmacologie huisdieren en opponent tijdens de promotie, meent dat je de bevindingen van rattenonderzoek niet zomaar naar de mens mag extrapoleren. De problemen die optreden met mycotoxinen van Fusarium verschillen per toxine en per diersoort. Varkens zijn bijvoorbeeld veel ongevoeliger voor fumonisine B1 en varkens hebben een maag-darmstelsel dat meer lijkt op dat van de mens
Voordat werkelijk strengere richtlijnen voor de import van mais worden opgesteld, is dan ook uitgebreider onderzoek nodig, betoogde De Nijs tijdens haar promotie. Op dit moment is er een kankerverwekkende stof aangetoond in levensmiddelen en die zou je eigenlijk helemaal willen weren. Maar je kan niet zomaar zulke grote hoeveelheden mais afkeuren. Er is geen toxisch effect op de korte termijn gevonden. Om te weten welke concentraties op de lange termijn werkelijk schadelijke effecten opleveren, zijn meer dierproeven en epidemiologische studies bij mensen nodig
Met welke en met hoeveel mycotoxinen een partij mais besmet is, hangt af van allerlei factoren. Het gebruik van fungiciden kan de infectie door Fusarium reduceren en daarmee ook de besmetting met mycotoxinen. Sommige wetenschappers stellen echter dat Fusarium door het gebruik van fungiciden meer mycotoxinen is gaan produceren. Het gebruik van kunstmest en het gebruik van vatbare rassen zorgt voor een grotere kans op besmetting. Bovendien beinvloeden de vochtigheid en de temperatuur de productie van mycotoxinen door de schimmel. Ook als granen onder slechte condities bewaard worden kan besmetting plaatsvinden

Re:ageer