Wetenschap - 26 maart 1998

Schilderen

Schilderen

Schilderen
Krachtige zelfportretten in warme kleuren
In zijn met schilderijen behangen kamertje op de dertiende verdieping van de Rijnsteeg staat Daniel van Buren met een ontbijtbordje vol olieverf in de hand voor een groot doek waarop zich de contouren van een landschap aftekenen. Gedurende de week ben ik bezig met eten, slapen, drinken en leren. Maar als ik in het weekend aan het schilderen ben, ben ik lekker geconcentreerd met een ding bezig. Dan denk ik niet meer aan eten en drinken. Op het laatst ben ik helemaal uitgedroogd en uitgeput. Dat is toch wel mooi. Bovendien: het is ook niet handig om drinken bij je te zetten als je aan het schilderen bent, want voor je het weet doop je een kwast in je drinken in plaats van in de verf.
Tot en met 31 maart is het werk van Van Buren, tweedejaars student Bodem, water en atmosfeer, in Arion te zien op de permanente WSO-expositie Student en kunst. Abstracte, met passe-partout ingelijste etsen, maar ook krachtige zelfportretten in warme kleuren, slordig vastgeplakt met wat plakband. Op een lessenaar tegen de muur ligt een klapper met reacties van bezoekers, vijf in totaal. Hallo Daniel, warme tinten gebruik je! Ik vind vooral de portretten heel goed en de zonnebloemen. Een hele andere stijl dan ik had. Ik ben trouwens Doetie en ik exposeerde in de maand februari. Van Buren, terwijl hij per ongeluk een kloddertje verf op zijn neus smeert: Toen ik mijn eerste zelfportret op de tekentafel aan het drogen was, ging ik om de vijf minuten kijken. Het leek net alsof er echt iemand zat.
Met een plamuurmes smeert hij een paar roodbruine klodders verf uit tot rietachtige structuren. Deze techniek heb ik afgelopen zondag uitgevonden. Je moet veel experimenteren, dan leer je veel. Zo kwam ik laatst kastruimte te kort en ben ik van wat hout een kast gaan timmeren. Ik heb er wat opengeknipte blikken op gespijkerd, want ik had een blikschaar gekocht en daar moest ik toch wat mee doen. Met afgrijzen: En het was lelijk. Ik heb het maar weer snel uit elkaar gesloopt. Zijn blik dwaalt langs de racefiets aan de wand en blijft rusten op een elegant tafeltje, gemaakt van wat hout en een oude wasmachinetrommel met een lampje erin: Dat was iets meer succesvol. Verontschuldigend: Het is wel tropisch hardhout, maar het lag al acht jaar bij m'n ouders in de schuur.
Volgend jaar wil de twintigjarige Van Buren naar de kunstacademie. Dat wil ik naast mijn studie gaan doen in de avonduren. Zoiets moet je niet hele dagen gaan doen, dat is te soft. Alsof hem plots iets te binnen schiet: Ik moet natuurlijk wel aangenomen worden.
Trots kijkt hij naar een groot abstract schilderij aan de muur. Met dat schilderij heb ik vorig jaar meegedaan aan een wedstrijd van De Kunstbende. Dat is een organisatie die jongeren tot een leeftijd van achttien a negentien jaar stimuleert om met kunst bezig te zijn. Ze richten zich ook wel op sociaal zwakkere groepen, maar dat ben ik niet hoor. Enthousiast: Met dit licht glimt het schilderij zo mooi. Dan zit ik er hier in mijn stoel naar te kijken en ben ik toch een beetje gelukkig. Ik heb er dan wel niets mee gewonnen, maar ik ben blij dat ik het ding nog heb.
Op een ander abstract schilderij aan de muur prijkt de tekst Gaya makes me move. Die heb ik gemaakt naar aanleiding van een lange fietstocht. En maar fietsen, en maar fietsen. Ach ja, ik was jong en naief... Dat is middelbareschoolwerk. Net als de etsen op de tentoonstelling. Het idee was dat daarin de zwaartekracht opgeheven zou worden. Iets van totale vrijheid. Peinzend: Uiteindelijk is het gewoon een ets geworden.
Hij trekt een map vol met tekeningen uit de kast en bladert er wat door. Ik heb wel dertig ontwerpen gemaakt voordat ik zover was. En dan begint het pas. Eerst moet je de plaat opschuren; dat kan een hoop tijd kosten. Dan kun je met allerlei technieken je ontwerp op de plaat overbrengen. In de eerste klas moesten wij zwarte inkt met onze blote handen in de groeven op de plaat wrijven. Dat was een smerig karwei. In de hogere klassen mocht dat met een kartonnetje, maar dat heeft wel nadelen. Je krijgt de inkt dan minder goed in de groeven. Hoe het allemaal precies ging weet ik niet meer, maar het hield je wel van de straat. Juist dat lekker bezig zijn vind ik zo leuk aan etsen.
Het vroegere werk van Van Buren is veelal abstract, maar tegenwoordig schildert hij steeds realistischer. Kijk, een realistisch aquarel van een mannetje met een veel te grote neus, dat is niks. Als je 'm dan een vierkant hoofd geeft kun je met een liniaal gaan werken en kan het niet meer mis gaan. Alsof hij een groot geheim verklapt: Realistisch schilderen is eigenlijk veel moeilijker. Ik denk dat veel van die moderne schilders abstract werk maken omdat ze niet realistisch kunnen schilderen.
Van Buren blijkt ook te boetseren. Terwijl hij twee gladde geboetseerde koppen uit de kast haalt: Tijdens een excursie van het integratievak Bodem, water en atmosfeer vond ik een mooie leemlaag en daaruit heb ik deze kop gemaakt. De andere is van Wageningse leem. Ik heb geprobeerd een afdelingsgenootje na te maken, maar het is een beetje een mongooltje geworden. Toen ik 'm liet zien ging ze meteen de keuken uit.
Ja, je moet veel experimenteren. Op de tentoonstelling heb ik wat voorstudies opgehangen. Dat zijn ook experimenten. Als ze op de middelbare school ergens over zeurden dan was het wel over je ontwikkeling, en die kun je daar zien. Vol overtuiging: Want als je kunt schilderen als Rembrandt, maar er is geen vooruitgang, dan schiet het niet op.

Re:ageer