Wetenschap - 30 oktober 1997

Scheidend veehouderijhoogleraar waarschuwt Zodiac:

Scheidend veehouderijhoogleraar waarschuwt Zodiac:

Scheidend veehouderijhoogleraar waarschuwt Zodiac
Kenniscentrum Wageningen is een plantaardige aangelegenheid
Prof. dr Jos Noordhuizen gaat in Utrecht de leerstoel Gezondheid herkauwers bekleden. Hij zal daar in eerste instantie verantwoordelijk zijn voor een grote reorganisatie. Dat is de belangrijkste reden van zijn vertrek. Maar daarnaast is zijn terugkeer naar Utrecht ingegeven door zijn ideaal: het verder in elkaar schuiven van de opleidingen in Utrecht en Wageningen. Hij wil zich daarvoor inzetten en zal dus nog vaak in Wageningen te vinden zijn
Jos Noordhuizen vertrekt eind deze week naar Utrecht. Al enkele weken is hij moeilijk te bereiken. De laatste weken wordt van beide kanten aan me getrokken. Het is veel overleggen hier in Wageningen om alles af te ronden en goed achter te laten. Tegelijkertijd beginnen in Utrecht de voorbereidingen. Eigenlijk verkeer ik op dit moment in een vacuum; het gevoel bekruipt je dat je nergens echt bijhoort.
Bijna tien jaar is de diergeneeskundige in Wageningen hoogleraar veehouderij. Hij stond aan het hoofd van de onderzoeksgroepen voortplanting, epidemiologie, en dierhygiene en omgevingsfysiologie. Daarnaast moest hij het afgelopen jaar enige tijd het interim-management van de sectie Ethologie op zich nemen. De daar aangestelde hoogleraar prof. dr Teun Schuurman was immers pakweg een jaar na zijn aantreden bij Fysiologie van mens en dier gestationeerd omdat hij in onmin was geraakt met zijn eigen onderzoekers
Noordhuizen trok namens de ethologensectie het land in om, zoals hij dat zelf noemt, de zaak weer op te krikken. Maar ik ben geen etholoog en dat blijkt toch hard nodig om goed in overleg te kunnen treden. Er is gewoon een vlag op het schip nodig. Nu neemt etholoog prof. dr Jan van Hooff uit Utrecht de zaak een dag in de week waar. Hij geniet bekendheid en kan mede vanuit zijn positie in Utrecht veel in het ethologie-overleg doen.
Ondanks de lof over Van Hooff is Noordhuizen allerminst tevreden over de gang van zaken. De sectie Ethologie wordt te lang aan het lijntje gehouden. Op deze manier ontstaat een sterfhuisconstructie. Van Hooff gaat in principe in april 1998 weer weg. Tegen die tijd moet er eigenlijk een nieuw iemand zijn. Op zijn minst moet er zo langzamerhand een structuurcommissie worden ingesteld die zichtbaar maakt wat daar aan de hand is en die met oplossingen komt. Niets ondernemen en wachten tot Schuurman een andere functie heeft is een slechte zaak. Ik ben bang dat de ethologie in Wageningen dan verloedert.
Respiratiecellen
Ook zijn eigen opvolging houdt Noordhuizen de laatste tijd bezig. Hij acht het van het grootste belang dat niet alleen vanuit de Wageningse situatie wordt gedacht. Volgens de scheidend hoogleraar is vooral de relatie tussen de Wageningse dierwetenschappen en de faculteit Diergeneeskunde in Utrecht belangrijk. De onderzoekscholen WIAS (Wageningen Institute of Animal Science) en GSAH (Graduate School for Animal Health) zijn al langer bezig om samen een onderzoekschool te vormen. In dat kader is het van belang om te kijken wat er in Utrecht plaatsvindt en wat hier. In Utrecht werken ze binnenkort met diergerichte groepen, terwijl we hier in Wageningen sectorgericht bezig zijn.
De twee instellingen zijn volgens Noordhuizen complementair. Als voorbeeld noemt hij de voortplanting. Wageningen richt zich daarbij vooral op het varken; de sector varken die straks in Utrecht van start gaat doet niets aan voortplanting. Complementair is ook de omgevingsfysiologie, waar de relatie tussen voeding en gezondheid wordt gelegd. In Wageningen wordt op dat gebied funderend onderzoek verricht dat in Utrecht niet gebeurt. Zo beschikt Utrecht niet over de zogenaamde respiratiecellen die in Wageningen staan. In die cellen wordt het metabolisme van het dier nauwkeurig gemeten, door vast te stellen hoeveel lucht met welke samenstelling naar binnen gaat, en hoeveel gassen het dier vervolgens uitscheidt
Noordhuizen pleit ervoor niet langer een veterinair op zijn stoel te zetten. In Wageningen moeten we er vooral voor zorgen dat de zootechnische poot goed is. Een zootechneut die goede ingangen heeft bij het bedrijfsleven en kennis heeft van epidemiologie en omgevingsfysiologie is hier zeer op zijn plaats.
Keer op keer hamert de epidemioloog op samenhang en afstemming tussen Wageningen en Utrecht. Over het Instituut voor Dierhouderij en Diergezondheid (ID-DLO) in Lelystad rept hij niet. Daarnaar gevraagd stelt hij dat op de werkvloer goede contacten met Lelystad bestaan. Hoe de contacten in KCW-verband gaan uitpakken, blijft open
Volksgezondheid
Het onderzoek waar Noordhuizen tijdens zijn aanstelling verantwoordelijk voor was richtte zich praktisch altijd op de interactie tussen de genetische aanleg van het dier en de omgeving. Binnen het thema reproductie stond vooral de embryonale ontwikkeling en overleving centraal. Qua gezondheid richtte het onderzoek zich op de relatie tussen immuunresponsen en ziekten op bedrijfsniveau. We beschikken hier over een unieke situatie. We kunnen in het laboratorium, in vitro, in station (in kleine groepen onder geconditioneerde omstandigheden, red.) en op het bedrijf testen. Het feit dat we de hele lijn kunnen testen, van reageerbuis tot praktijkbedrijf, maakt het onderzoek hier in Wageningen zo interessant.
De epidemioloog stelt dat het onderzoek in de loop der jaren een switch heeft gemaakt. Nu ik wegga ligt de potentie van het onderzoek niet langer puur bij de dierlijke productie. We hebben een stap gemaakt in de richting van de volksgezondheid. Dat we daarmee de juiste weg zijn ingeslagen blijkt uit het feit dat we al voor het vijfde achtereenvolgende jaar binnen de Landbouwuniversiteit het beste scoren op de publicatielijst. Dat ervaar ik als een pluim op de hoed van mijn vakgroep.
Voor de toekomst verwacht Noordhuizen dat de lijn in het onderzoek van ziektebeheersing meer in de richting van risicobeheersing zal lopen. We moeten ernaartoe dat uiteindelijk geen ziekte meer optreedt. Dat is onze verantwoordelijkheid jegens de volksgezondheid.
Het feit dat Veehouderij het goed doet is volgens Noordhuizen ook af te lezen aan het aantal studenten dat jaarlijks wordt aangetrokken. Tot 1996 is dat relatief toegenomen, terwijl dat elders bijna overal afneemt. Van de zestig studenten die op Zodiac binnenkomen, komen er veertig voor afstudeervakken naar ons toe. Die populariteit bij studenten is ook iets waar bij het profiel van mijn opvolger op moet worden gelet. Want als die veertig studenten weggaan, houden we geen Zodiac meer over.
Collegialiteit
Het contact met de studenten heeft Noordhuizen altijd als zeer positief en typisch Wagenings ervaren. Ook de openheid tussen de verschillende universitaire onderzoeksgroepen waardeert hij zeer. Er is in Wageningen veel belangstelling voor anderen en veel bereidheid om te helpen andermans problemen op te lossen. Je pakt de telefoon en legt je probleem voor. Binnen een week heb je dan antwoord. Die collegialiteit komt niet alleen door het feit dat we hier maar een faculteit hebben. Het is de mentaliteit van de mensen die hier werken. In Utrecht is dat anders. Daar zijn onderzoekers individualisten en bestaat nog een sterke hierarchie tussen student en docent.
Hoogleraar Gezondheid herkauwers luidt de naam van zijn nieuwe functie. De eerste jaren zal zijn werk vooral bestaan uit het doorvoeren van een groots reorganisatieplan, dat volgens optimistische ramingen driehonderd miljoen gulden zal kosten. Dat geld zal uiteindelijk nooit allemaal beschikbaar komen. Maar de bedoeling is dat ik drie stoelen, te weten inwendige ziekten, bedrijfsdiergeneeskunde en zootechniek, ga integreren. Er moet januari 1999 een finaal voorstel liggen voor ver- en nieuwbouw voor de huisvesting van personeel en vee, een bemensingsplan en een sociaal plan.
Het is vooral de omvang van de reorganisatie die Noordhuizen deed besluiten om Wageningen te verlaten en terug te keren naar Utrecht, waar hij promoveerde en zeven jaar werkte. Hij vertelt dat hij ook in mei al werd gebeld door Utrecht. Toen was de vraag of ik de stoel bedrijfsdiergeneeskunde wilde bekleden. Maar daar ga ik niet voor naar Utrecht. Dat ik nu toch ga heeft te maken met het feit dat ik daar straks een grote en diverse groep ga leiden. Daarnaast is het rund nog steeds een oude liefde van me. Met dat dier heb ik een iets hogere associatie dan met andere diersoorten. De suggestie dat ik terug wil naar m'n oude nest is niet waar. Dat nest wordt namelijk volkomen overhoop gegooid.
Promoties
Dat ik nu wegga heeft ook te maken met een vleugje idealisme. Ik ben nog steeds van mening dat het mogelijk moet zijn zowel qua onderzoek als qua onderwijs de instellingen in Utrecht en Wageningen in elkaar te schuiven. Het moet meer worden dan dat wij een beetje ethologie daar en zij een beetje anatomie hier verzorgen. Nog te weinig weten onderzoekers wederzijds wat er gebeurt. Elkaars sterke en zwakke punten kennen ze niet.
Noordhuizen probeert de integratie inmiddels vorm te geven door Utrechters te betrekken bij de twaalf promoties die hij nog begeleidt. Utrecht kan dan in detail meemaken wat voor type onderzoek hier gebeurt, terwijl de Wageninger de Utrechtse denktrant leert kennen.
Voor het onderwijs zal de integratie moeilijker liggen, maar ook daar ziet de prof mogelijkheden. Het Utrechtse onderwijssysteem gaat in de toekomst meer op het Wageningse lijken. Ze willen daar ook naar een systeem van een vierjarige basis die wordt gevolgd door een diergerichte specialisatie. Dat betekent dat een Utrechtse student die voor het rund kiest in de specialisatie de kippen- en varkensvakken niet langer hoeft te volgen. Daarvoor in de plaats kunnen waardevolle Wageningse vakken als bedrijfseconomie, bedrijfskunde, voorlichting en agrarische sociologie komen.
Noordhuizen stelt dat samenwerking met ID-DLO, fusiepartner van Zodiac binnen het Kenniscentrum Wageningen, voor Wageningen en Utrecht niet echt nodig is, hoewel de drie instellingen gezamenlijke onderzoeksprogramma's uitvoeren. ID-DLO zelf heeft Wageningen en Utrecht ook niet nodig, die hebben de kennis van beide instellingen zelf in huis. Daarnaast behoren Utrecht en Wageningen tot de academica en Lelystad niet. Dat is een cultuurverschil waar we mee te maken hebben, en waarvan ik niet weet of dat te overbruggen is.
Aangaande de ontwikkelingen binnen het Kenniscentrum wil Noordhuizen de veetelers overigens nog een advies meegeven. Zodiac, let op uw zaak. Het hele KCW-gebeuren is een plantaardige aangelegenheid waarbij wij als dierwetenschappers in de stroom worden meegezogen. We moeten ons realiseren dat we op Zodiac een flink aantal sterke onderzoeksgroepen hebben, die niet verkwanseld mogen worden. Daarom moeten we goed weten wat waar gebeurt en met die kennis strategische allianties voor de toekomst aangaan.

Re:ageer