Wetenschap - 9 mei 1996

Scharrelen

Scharrelen

Het WUB van 11 april bericht over de overgang door de mensae van scharrelvlees naar bioindustrie-vlees. Het mensa-overleg is echter van mening dat de informatie te eenzijdig was en wil zijn standpunt hier verduidelijken.

Het is een juiste constatering dat sinds november 1995 het ISC-scharrelvlees van het menu is verdwenen. Niet omdat het mensa-overleg van het scharrelvlees af wilde, maar omdat praktische en financiele redenen ons hiertoe dwongen.

Rond september 1995 werd duidelijk dat ISC-scharrelvlees steeds duurder werd. In oktober 1995 kregen we van onze leverancier te horen dat het scharrelvlees de aankomende tijd nog duurder zou worden, vanwege het instorten van de scharrelvleesmarkt. Dit werd veroorzaakt door de tegenvallende vraag als gevolg van hoge prijzen. Steeds meer bedrijven stopten met de produktie van het ISC-scharrelvlees. Onze leverancier bood ons toen het IKB (Integraal Keten Beheer) vlees aan. Volgens hem was het enige verschil met scharrelvlees dat de beesten minder uitloop hadden. Meer bedrijven konden aan de eisen van het IKB voldoen, dus was er een groter aanbod en daardoor lagere prijzen. Daarnaast was de mensa van Utrecht, die eerst ook ISC-scharrelvlees serveerde, ook overgestapt op het IKB-vlees.

Op basis van deze informatie en vanwege ontevredenheid met de organisatie ISC is toen (december 1995) besloten om voorlopig IKB-vlees te serveren en ondertussen meer informatie hierover te vergaren en/of verder te zoeken naar andere mogelijkheden met betrekking tot scharrelvlees. Dat is ook de reden dat er in het WUB nooit scharrelvlees, maar diervriendelijk vlees heeft gestaan. Scharrelvlees is namelijk een merknaam van het ISC en die mochten we dus niet meer voeren.

Verschillende bedrijven zijn bekeken, maar vielen om uiteenlopende redenen af (prijs, leveringsmogelijkheden, hoeveelheden et cetera). Ook het biologische vlees is bekeken, maar ook dat bleek uit praktische overwegingen niet haalbaar voor de mensae.

Inmiddels naderde de deadline voor het inleveren van de begroting voor het nieuwe mensajaar. Voor deze deadline moest het mensa-overleg beslissen wat er met de prijs zou gaan gebeuren. Een beknopte uitleg van de opbouw van de mensaprijs is nodig om ons besluit te kunnen begrijpen en om duidelijk te maken dat de mensae als het ware met de rug tegen de muur stonden.

De mensaprijs per eter is opgebouwd uit de volgende posten:

  • ingredientsprijs 4,09;
  • overschrijving personeelskosten 0,58;
  • vervanging en afschrijving apparatuur 0,70;
  • overige kosten 0,42;
  • stabilisatiefonds 0,21.

    Totaal komt dit neer op 6,00, meer dan de mensaprijs. Nu konden we of de mensaprijs verhogen, of bezuinigen. We hebben eerst gekeken naar de bezuinigingen. Overschrijving personeelskosten, vervanging en afschrijving apparatuur en overige kosten zijn vaste kosten. Het stabilisatiefonds is een potje dat dient om de mensaprijs stabiel te houden. De stortingen en onttrekkingen uit dit potje fluctueren: eerst wordt er een reserve opgebouwd, waarop je later weer in gaat teren, zodat de mensaprijs niet omhoog hoeft. De afgelopen jaren hebben we behoorlijk ingeteerd, waardoor de mensaprijs dus niet omhoog hoefde. Nu is het echter hard nodig hier weer in te storten. Hierop kon dus ook niet bezuinigd worden.

    Dan blijft als enige kostenpost de ingredientsprijs over. Het afgelopen jaar is er gekookt voor een ingredientsprijs van 4,07. Het was niet altijd eenvoudig om voor deze prijs toch een kwalitatief goede maaltijd met scharrelvlees klaar te maken. Dat zou betekenen dat er op andere ingredienten bezuinigd zou moeten worden. We dienden ook rekening te houden met prijsstijging van produkten.

    Er ontstond dus een probleem. We konden ervoor kiezen om prijzen door te berekenen, met als gevolg een mensaprijs van 6,25. Aangezien het etersaantal de afgelopen jaren drastisch is gedaald (circa twintig) leek het ons niet wenselijk om de mensaprijs nog verder te verhogen. Naast het dalend aantal studenten en de lagere kamernood, is de prijs een van de veroorzakers van de daling van het aantal mensa-eters. Verder was de prijs in drie jaar tijd al met een gulden gestegen en door een vernieuwde prijsverhoging zou de prijs binnen twee jaar weer met 0,75 gulden omhoog gaan. Volgens het mensa-overleg was daar geen ruimte voor. Conclusie: er moest bezuinigd worden op de ingredientsprijs.

    In het artikel in het WUB van 11 april wordt het argument aangedragen dat uit een enquete van drie jaar geleden bleek dat mensen 0,50 meer zouden willen betalen voor scharrelvlees. Daar willen wij een aantal kanttekeningen bij plaatsen. Ten eerste ging het toen om een verhoging van 4,50 naar 5,00, dat is heel wat anders dan een verhoging van 6,00 naar 6,25. Ten tweede blijkt uit een recent onderzoek dat die bereidheid tot het betalen bij de huidige studenten gedaald is tot de helft en dan gaat het ook nog om een bedrag van 6,00 en niet 6,25.

    Het beslissingstraject dat het mensa-overleg gevolgd heeft, was niet zo sterk. Maar daarbij moeten we wel opmerken dat er nu andere mensen in het mensa-overleg zitten, die de toenmalige samenwerking tussen het mensa-overleg en de milieu-organisaties niet hebben meegemaakt.

    Blijft echter staan dat we naar ons idee geen andere keus hadden dan het scharrelvlees te laten vallen, hoezeer we zelf ook anders hadden gewild.

    Namens het mensa-overleg,

  • Re:ageer