Wetenschap - 26 januari 1995

Ruivekamp

Ruivekamp

Mycogen uit San Diego heeft een patent op insekteresistentie verkregen. Genen uit Bacillus thuringiensis worden ingebouwd in planten waardoor, heel spectaculair, de maagjes van schadelijke insekten exploderen. Beginnen die patenten nu eindelijk geld op te leveren?

Dat kun je zo niet stellen. Je moet de patenten relateren aan de ontwikkelingsfase waarin bedrijven zitten met een produkt. Enerzijds kun je patenten aanvragen om een concreet produkt later in licentie te gelde te maken, anderzijds zijn er strategische overwegingen: door patenten kunnen concurrenten niet dezelfde weg inslaan. Bedrijven beschermen hun ontwikkelingswerk ermee. Dat staat dus los van het directe winstmotief.

Wij willen dit soort zaken nadrukkelijk onderzoeken, maar dat moet je niet in zijn algemeenheid doen, maar aan de hand van concrete voorbeelden. Daarvoor zijn we op zoek naar formatie. Dan willen we op zoek naar de relaties tussen patentaanvragen, naar de onderliggende basisprodukten die wellicht worden beschermd.

Ik constateer wel een hausse op het gebied van de Bacillus thuringiensis en de verhalen worden allemaal geplaatst in het kader van geintegreerde bestrijding. Het zijn natuurlijk de spectaculaire verhalen die de pers halen, spectaculaire ontwikkelingen die in veel gevallen op korte termijn niet realistisch zijn. Interessanter zijn de kleine stapjes, zoals enzymtechnologie, die de veredeling revolutionair kunnen versnellen, of die een vetzuur een beetje kunnen veranderen. De sociaal-economische implicaties daarvan kunnen enorm zijn.

In die zin zijn veredelaars en genetici dan ook maatschappijwetenschappers: ze dragen veranderingen aan voor de maatschappij. Ik vind een discussie daarover interessanter en zinniger dan de discussie tussen de twee kampen van voor- en tegenstanders van gentechnologie. Die duurt al vijftien jaar en leidt tot herhaling van argumenten. Die maatschappelijke rol van technische wetenschappers, ze zijn beleidsmakers, en de consequenties daarvan moeten we doorspreken.

Het heeft bijvoorbeeld implicaties voor het onderwijs. Wat moet de plaats zijn van maatschappijwetenschappen in het curriculum van veredelaars en procestechnologen. Vijfennegentig procent van de vakken is nu technisch en misschien twee procent maatschappijwetenschappelijk. Die verhouding is naar mijn mening niet goed."

Re:ageer