Wetenschap - 19 december 1996

Ruim twee miljoen bomen onderdak met Kerstmis

Ruim twee miljoen bomen onderdak met Kerstmis

De huiskamerspar is tegenwoordig ook te huur

Zo'n 170 jaar geleden deed de kerstboom zijn intrede in Nederland. In het begin figureerden diverse naaldbomen als kerstboom, maar uiteindelijk kwam de spar als winnaar uit de race tevoorschijn. Voor de huis-tuin-en-keukenspar betaalt de klant 10 tot 25 gulden. De luxe-exemplaren, bijvoorbeeld de Nortmanspar, kunnen zo'n honderd gulden kosten.


Heilige bomen bestaan sinds mensenheugenis. Grieken, Germanen Romeinen; allemaal vereerden ze bomen, soms met hele bossen tegelijk. De Egyptenaren beeldden zelfs de godin Hathor, die de doden in de onderwereld binnenliet, als vijgenboom af. Sla de edda of de bijbel er maar op na; bomen spelen een belangrijk rol, of het nu de hoogste loofboom van het Scandinavie is, de es, of gewoon een brandend braambosje.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat ook de kerstboom geworteld is in een ver verleden. De voorloper van de hedendaagse huiskamerspar is de Germaanse variant van de wereldboom, meestal gewijd aan een vruchtbaarheids- of moedergodin, bij de Germanen Freya.

Vooral de loop van de zon was de regulerende factor van de Germaanse kalenderfeesten, met als belangrijkste het midwinter- of joelfeest en het meifeest. Vanzelfsprekend hoorde daar het dansen rond de gemeenschappelijke boom van het dorp bij, een eik of linde, en het ontsteken van licht en vuren. Versieringen waren er ook: appels, noten, koek, suikergoed en kaarsjes, kortom: vruchtbaarheidssymbolen.

Overigens transformeerden deze boomparafernalia eind vorige eeuw in glas, dankzij nieuwe technieken van glasblazers uit Thuringen.

Opmars

De kerk heeft het joelfeest tijdig weten te kerstenen, onder meer door rond 340 na Christus de geboortedag van Jezus op 25 december te bepalen. Volgens A.P. Gist, auteur van het boek De kerstboom: herkomst, geschiedenis en folklore, is waarschijnlijk in de vroeg-christelijke tijd de versierde dorpsboom regelmatig getroffen door kerkelijke verboden. Daarom werd in sommige streken de boomverering in het geniep en dus binnenshuis voortgezet. Ondanks de vele verbodsbepalingen - zo verbood de kerk reeds in 452 het branden van lichten bij bomen - bleek de boomverering moeilijk uit te roeien. Daardoor kon de boom, weliswaar in gekerstende vorm, later zijn opmars weer beginnen.

Met name de den bleef in de folklore veelvuldig optreden, bijvoorbeeld in de vorm van twijgen aan deuren van een sterfhuis of in zijn geheel op de nok van een nieuw huis. Van de kerstboom zoals wij die thans kennen, wordt echter pas begin zestiende eeuw voor het eerst melding gemaakt, in de Elzas.

In Nederland en Vlaanderen is de kerstboom eigenlijk nog maar een recent verschijnsel, amper 170 jaar oud. Hij werd geintroduceerd door in Nederland woonachtige Duitsers. Een van de eerste vermeldingen van een opgetuigde kerstboom stond in 1837 in de Geldersche Volksalmanak. Dat decennia later verlichte exemplaren nog steeds een bijzonderheid waren, blijkt uit een artikel in de Wageningsche Courant van 23 december 1875. Daarin wordt aangekondigd dat de kerstboom van banketbakker G. Hijnekamp op donderdagavond, vrijdag en tweede kerstdag verlicht zal zijn.

Maar al was het fenomeen kerstboom rond 1900 in het overgrote deel van ons land nog immer een onbekend verschijnsel, zijn populariteit nam een grote vlucht. Thans worden in Nederland jaarlijks meer dan twee miljoen bomen afgezet.

In het verleden hebben verschillende boomsoorten dienst gedaan als kerstboom: den, hulst, lijsterbes, buksboom en taxus. Gemeenschappelijk kenmerken waren hun piramidevorm en hun groenblijvendheid. Uiteindelijk heeft de spar alle andere bomen weten de verdringen. Het Proefstation voor de Boomkwekerij in Boskoop laat weten dat thans de meest populaire boom de Picea abies is, oftwewel de fijnspar. Al is die tegenwoordig verwikkeld in een nek-aan-nekrace met de Servische spar (Picea omorika), een jaar of acht geleden geintroduceerd. Op het oog is de omorika fijner, met zijn kleinere naalden en een meer hangend uiterlijk.

Huiskamerrijp

Beide zijn snelle groeiers: in zeven jaar zijn ze huiskamerrijp. In die tijd jaar heeft de kweker zijn plantgoed drie jaar laten groeien en in de vorm van een boompje van een centimeter of veertig doorverkocht aan de kerstboomkweker, die ze op zijn beurt na vier jaar aan de tussenhandel heeft gesleten. Boskoop weet verder te melden dat de Kaukasische spar (Picea orientalis) in opkomst is.

De prijzen bij huiskamerformaat van de drie soorten varieren tussen 10 en 25 gulden. Er zijn ook luxebomen, waarvoor de kritische consument zo'n honderd gulden dient neer te tellen. De Nortmanspar (Abies nortmanniana) is zo'n boom. Populair omdat zijn naalden niet afvallen en omdat het gewoon een veel mooiere boom is. Andere leverbare luxueuze soorten zijn de gewone zilverspar (Picea alba), de blauwspar (Picea pungens), en de Abies koreana.

Een recente trend is de boom met kluit. Die kluit dient in eerste instantie om het naaldverlies tegen te gaan. Bovendien zou de boom na kerst in de tuin verder kunnen tieren. Dat spreekt de van nature zuinige Hollander wel aan. Maar in negen van de tien gevallen gaat ie toch dood, schat het Produktschap voor Groente, Fruit en Siergewassen. Kunstkerstbomen hebben het nooit helemaal gehaald. Toen ze nog voor weinig geld in China gefabriceerd werden, leek de nepboom de markt te kunnen veroveren. Maar de meeste mensen kiezen blijkbaar toch liever voor een natuurproduct.

J. Buis schrijft in zijn omvangrijke promotie-geschrift Historia Forestis dat de Picea abies voor het eerst in 1768 in Nederland werd genoemd. De fijnspar, toen nog fijne den genoemd, werd langs alleeen en oprijlaantjes gepoot want hij bleef altijd groen en zag er aardig en dicht uit. De abies stond zelfs een tijdlang als windvanger te boek, maar dat bleek een fabeltje. Door zijn vlakworteligheid was hij toch tamelijk windgevoelig. Belangrijkste product van de fijnspar is zijn vurehout.

Tegenwoordig worden kerstbomen uitdrukkelijk voor dat doel geteeld, tenzij ze geplant zijn als vulhoutsoort bij bosaanleg. Voor een donkere naald is bemesting met stikstof essentieel. Het kerstbomenveldje moet bovendien vrij zijn van onkruid, anders kunnen de onderste takken door lichtgebrek afsterven. De teelt geschiedt vooral op zandgronden, al waarschuwt een anonieme schrijver in de Tweede verhandeling over de Schotsche spar in 1807 al dat ze het daar slechter doen dan grove dennen. Een belangrijk kerstboomcentrum is het Brabantse Zundert.

Kerstbomenhandel

Al is bekend dat in Nederland anno 1996 zo'n twee miljoen bomen worden afgezet, de beschikbare cijfers omtrent de omvang van de vaderlandse teelt en handel zijn zeer beperkt. Het Produktschap voor Groente, Fruit en Siergewassen beaamt dat. De oorzaak is volgens het produktschap dat bij de teeltgegevens een indeling wordt gemaakt naar productgroepen en niet naar toepassingen. Bovendien kweken boeren her en der bomen, waarvan het maar de vraag is of en hoe ze dat opgeven. Het produktschap zal dit jaar een marktonderzoek onder consumenten laten uitvoeren om inzicht in de kerstbomenhandel te verkrijgen.

Ook de in- en uitvoercijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) verzamelt, lijken op zijn zachtst gezegd niet volledig. De invoer in 1994 bestond volgens het CBS uit 12.971 Nortman- en edelsparren, plus 43.095 overige kerstbomen. Gezamenlijke waarde slechts een slordige een miljoen gulden. In 1995 werden respectievelijk 9.279 en 162.210 stuks ingevoerd, goed voor ruim 1,2 miljoen. Die cijfers staan in schril contrast met berichten in de krant dit jaar over honderdduizenden bomen, bestemd voor de Nederlandse markt, die vast kwamen te staan in Denemarken.

Oorzaak van het gebrek aan gegevens is wellicht dat sinds 1 januari 1993 grenscontroles op het goederenverkeer tot het verleden behoren. Hierdoor verdwenen tevens de douanedocumenten waarop handelsstatistieken waren gebaseerd. Bovendien zijn ondernemingen met een handelsvolume kleiner dan vierhonderdduizend gulden sinds 1995 vrijgesteld van deelname aan de statistiek. In 1992 werd voor bijna tien miljoen gulden ingevoerd.

De meeste kerstbomen worden geimporteerde uit Denemarken, Duitsland, Belgie en Luxemburg. Nederland exporteert ook bomen. Die gaan vooral naar onze oosterburen, maar ook Italie, Kroatie, Koeweit, Bahrein en de Verenigde Arabische Emiraten blijken goede klanten.

Huurboom

Tuincentrum De Oude Tol meldt dat in Wageningen de Picea omorika het populairst is. De prijs varieert van 10 tot 55 gulden. De Abies koreana, die het tuincentrum uit Overijssel haalt, kost vijftig piek en meet 1.50 tot 1.75 meter. De Nortmanspar hebben ze ook: tachtig piek. De Oude Tol spreekt van stabilisatie van de nichemarkt van luxebomen. Deze bedraagt nog geen vijf procent van het totaal. Overigens doen ook kunstbomen nog steeds mee in de zijlijn.

Een ander lokale kerstboomhandelaar, H. van Roekel, zet hoofdzakelijk Picea abies af. Hij heeft in Wageningen een nieuw fenomeen geintroduceerd: de huurboom. Het plan is uit ideologische motieven geboren. Huren kost evenveel als kopen; het verschil is dat Van Roekel de bomen na eenmalig gebruik terugzet in het bos of benut als erfafscheiding. Van Roekel schat dat zeventig procent het eerste jaar na terugplanten zal overleven. Het initiatief lijkt succesvol: tweederde van de bomen met kluit is al verhuurd. Al moet natuurlijk nog blijken of de mensen de boom ook daadwerkelijk komen terugbrengen.

Re:ageer